Scroll down

Alternate Text
Blog banner

Dubbele moraal in de strijd tegen genitale verminking van meisjes

Martin Vegter

Juridisch adviseur Kinderrechten en Migratie

Nederland zegt meisjes te willen beschermen tegen meisjesbesnijdenis. Maar Binta* mag worden uitgezet naar Guinee, waar genitale verminking de norm is.

Vandaag is het Zero Tolerance Day tegen meisjesbesnijdenis. Een dag om stil te staan bij de schadelijke gevolgen van vrouwelijke genitale verminking. Nederland laat zich erop voorstaan dat het de strijd aanbindt tegen meisjesbesnijdenis. De website van de rijksoverheid zegt hierover: “Meisjesbesnijdenis is in Nederland verboden en strafbaar. De overheid wil meisjesbesnijdenis voorkomen en bestrijden.”

Duidelijke Zero Tolerance-taal. Daadkrachtig. De afzender is het ministerie van Justitie en Veiligheid, verantwoordelijk voor dit beleidsterrein. Onder verantwoordelijkheid van dit ministerie worden tal van maatregelen genomen, met name gericht op bewustwording en preventie. En ingrijpen wanneer er aanwijzingen zijn dat een meisje naar het land van herkomst wordt meegenomen om daar besneden te worden. Alles in het werk om meisjes hiervoor te behoeden. En zo moet het ook zijn!  

Hetzelfde ministerie van Justitie en Veiligheid is ook verantwoordelijk voor het Nederlandse vreemdelingenbeleid. De situatie van de meisjes die in Nederland een asielaanvraag doen omdat zij bang zijn in het land van herkomst het slachtoffer te worden van genitale verminking valt ook onder dit ministerie. Zij vragen ons hen te beschermen. Maar voor déze meisjes blijkt de toewijding en het beschermend optreden van het ministerie niet te gelden. Integendeel, zij worden afgewezen en kunnen worden uitgezet. De Raad van State, de hoogste rechter in vreemdelingenzaken, legt de staatssecretaris daarbij geen strobreed in de weg. 

Meisjes uit Guinee 

Voor meisjes in het West-Afrikaanse land Guinee is genitale verminking de norm. Ongeveer 95 procent van de meisjes, oftewel vrijwel elk meisje, krijgt te maken met meisjesbesnijdenis. Ook de staatssecretaris zelf erkent dat het extreem veel voorkomt. Desondanks worden al jarenlang asielaanvragen van meisjes uit Guinee afgewezen. Tot voor kort werd dit gebaseerd op een uitspraak van de Raad van State van juni 2015. Die uitspraak ging over twee zeer jonge, in Nederland geboren, Guineese meisjes en hun moeders. De essentie van die uitspraak was dat een moeder die niet wil dat haar dochter wordt besneden in principe ook in staat is haar dochter hiervoor te behoeden. De Raad van State baseerde zich daarbij op het Ambtsbericht van het ministerie van Buitenlandse Zaken waarin stond vermeld dat de ouders bepalen of hun dochter besneden wordt of niet. (zie eerdere berichten Geen asiel ondanks risico op meisjesbesnijdenis en Meisjesbesnijdenis: moeders wil is geen wet)

In een land als Guinee, waar de sociale en familiale druk om deze schadelijke praktijk in stand te houden enorm is, is deze aanname echter veel te kort door de bocht. In een dergelijke context kan het voor een moeder onmogelijk zijn weerstand te bieden aan die druk en om haar dochter permanent tegen de dreiging te beschermen. Niet conformeren aan de sociale norm betekent sociaal isolement, gescheld en soms fysiek geweld (bron = UNICEF Child Notice Guinee, maar ook thematisch ambtsbericht BuZa van 1 mei 2020).   

Klachten bij het Europees Hof voor de Rechten van de Mens

De uitspraak van de Raad van State uit 2015 leidde tot meer afwijzingen van meisjes uit Guinee. In zes zaken dienden advocaten een klacht in bij het Europees Hof voor de Rechten van de Mens. Eind 2017 stelde dat Hof vragen aan Nederland. Het Hof wilde van Nederland weten in hoeverre minderjarige meisjes in Guinee effectief beschermd kunnen worden tegen besnijdenis en daarmee of zij risico lopen op een onmenselijke of vernederende behandeling (zie eerder bericht Europees Hof bevraagt Nederland over asielzaak en de vragen van het Europees Hof.) In reactie op deze vragen heeft de staatssecretaris aan enkele meisjes en hun moeders alsnog een asielvergunning verleend. (zie hiervoor ons nieuwsbericht Alsnog asielvergunning voor Guineese meisjes wegens besnijdenisrisico). In de andere zaken werd een vergunning op een andere grond verleend waarmee er niet langer een risico op uitzetting bestond . Er was in die zaken geen belang meer bij de klacht en die werden daarom door het Europees Hof niet verder inhoudelijk behandeld. Een inhoudelijk oordeel van het Hof is er door de verlening van verblijfsvergunningen niet gekomen.

De verlening van de vergunningen is opmerkelijk. Want de moeders zijn nog dezelfde. Zij wilden nog steeds niet dat hun dochters besneden zouden worden in Guinee. En nu kregen deze moeders en hun dochters tóch de asielbescherming van Nederland waar zij jaren eerder om hadden gevraagd. De staatssecretaris nam na de vragen van het Europees Hof dus niet langer aan dat een moeder die niet wil dat een dochter besneden wordt haar daar ook tegen kan beschermen. Eind goed, al goed, zou men kunnen denken. Maar niets is minder waar. Want in asielprocedures die daarna zijn gevoerd, worden Guineese meisjes opnieuw afgewezen. En opnieuw krijgt de staatssecretaris ruim baan van de Raad van State.  

Raad van State negeert Ambtsbericht BuZa en Vreemdelingencirculaire  

Op 6 februari 2020, nota bene de vorige Zero Tolerance Day, deed de Raad van State na vijf jaar weer een uitspraak in een zaak van een Guinees meisje. En weer oordeelde de Raad van State dat de staatssecretaris het meisje niet hoeft te beschermen en zij haar met haar moeder mag uitzetten naar Guinee. Het gaat in deze zaak om een meisje dat in Nederland geboren is en een moeder die afkomstig is uit Conakry, de hoofdstad van Guinee. De Raad van State oordeelt daarover dat vrouwelijke genitale verminking “ook daar veel voorkomt”. Dat is Raad van State-taal voor een prevalentie van meer dan 95 procent (link EDS, link UNICEF, link thematisch ambtsbericht BuZa van 1 mei 2020). Het understatement is er in goede handen.

Een belangrijke reden voor de Raad van State om het hoger beroep van het meisje ongegrond te verklaren, is dat “in Conakry effectief bescherming tegen dreigende besnijdenis kan worden gevraagd aan de overheidsinstantie OPROGEM”. OPROGEM staat voor Office de Protection du Genre, de l’Enfance et des Moeurs. Het is een politie-eenheid die belast is met de verantwoordelijkheid voor de bescherming van kwetsbare personen in de samenleving waaronder vrouwen en kinderen. Dit oordeel van de Raad van State is opmerkelijk. Ten tijde van de uitspraken van de Raad van State in 2015 bestond OPROGEM ook en gold hetzelfde Ambtsbericht als vandaag de dag. In die uitspraken wordt echter niets vermeld over bescherming door de overheid. De vraag is waar de Raad van State zich op baseert bij het oordeel in de uitspraak van 6 februari 2020 dat bescherming kan worden verkregen bij OPROGEM. Het Ambtsbericht van het ministerie van Buitenlandse Zaken zegt er namelijk dit over:

“Officieel kunnen meisjes en vrouwen aankloppen bij de afdeling Promotion Féminine et de l’Enfance van het ministerie van Sociale Zaken of bij het Office de Protection du genre, de l'enfance et et des moeurs (OPROGEM) onder het ministerie van Veiligheid.

In de praktijk bieden de autoriteiten geen daadwerkelijke bescherming.

En niet alleen het Ambtsbericht roept de vraag op hoe de Raad van State tot dit oordeel kon komen. In het landenbeleid Guinee zoals dat gold ten tijde van de uitspraak – en ook nu nog – staat dat overheidsbescherming niet mogelijk is voor vrouwen en meisjes die te vrezen hebben voor vrouwelijke genitale verminking. Voor de Raad van State maakt dit kennelijk niet uit. Het meisje mocht worden afgewezen en mag door de staatssecretaris worden uitgezet naar Guinee.  

Zero Tolerance?

Nederland claimt dat het genitale verminking van meisjes wil uitbannen. Dat het de meisjes die risico lopen wil beschermen, in ons land maar ook daarbuiten. Waarom wijst onze staatssecretaris dan meisjes af die ons vragen hen hiertegen te beschermen, om ze vervolgens uit te zetten naar een land waar genitale verminking de norm is en nagenoeg elk meisje besneden is? Naar een land waar deze meisjes dus een groot risico lopen voor het leven getekend te worden. Kennelijk hecht de overheid meer belang aan het handhaven van een uiterst strikt migratiebeleid dan aan het beschermen van het leven en welzijn van kwetsbare meisjes.

Wanneer de overheid de strijd tegen genitale verminking serieus neemt, dan moet er in asielprocedures van meisjes die om bescherming vragen tegen deze praktijk meer oog zijn voor de achtergrond hiervan en de betekenis en gevolgen van de sociale druk binnen gemeenschappen waar dit als de norm geldt. En meisjes uit landen waar genitale verminking alom wordt toegepast, mag niet de deur worden gewezen. Zij hebben recht op bescherming.    

* niet haar echte naam

Ter gelegenheid van Zero Tolerance Day organiseert Platform 6/2, waar Defence for Children onderdeel van uitmaakt, jaarlijks een bijeenkomst over de strijd tegen meisjesbesnijdenis. Dit jaar een online bijeenkomst op 8 februari. Aan de hand van verschillende verhalen nemen we de deelnemers mee in de wereld van 200 miljoen meisjes en vrouwen die besneden zijn. Zie uitnodiging Zero Tolerance Day 2021.

We gebruiken cookies om ervoor te zorgen dat onze website zo soepel mogelijk draait. Door gebruik te maken van onze website gaat u akkoord met ons beleid. Privacy verklaring
Ja
Nee