Fundamentele doorbraak voor gewortelde kinderen: de minister moet meer gewicht toekennen aan het belang van het kind
De minister moet de belangen van zeven kinderen die in Nederland zijn geboren of al jarenlang in Nederland verblijven zwaarder laten wegen dan het belang van de overheid om migratie te begrenzen. Dat oordeelde de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, de hoogste bestuursrechter van Nederland, op 1 juli in drie baanbrekende uitspraken. Defence for Children Nederland is verheugd dat de Afdeling via deze zaken duidelijk maakt dat de belangen van kinderen niet zomaar terzijde geschoven mogen worden. Als kinderen tijdens een periode van onzeker verblijf zijn geworteld, moeten hun ontwikkeling, schoolgang, sociale contacten en banden met Nederland aanzienlijk gewicht krijgen in de belangenafweging.
Het gaat in deze drie zaken waarover de Afdeling heeft geoordeeld om kinderen die al jarenlang in onzekerheid leven over hun verblijf in Nederland, terwijl ze hier wel een leven hebben opgebouwd en het grootste gedeelte van hun jeugd hebben gewoond. De Raad van State oordeelt nu, in het belang van het kind, dat deze kinderen een verblijfsvergunning moeten krijgen.
Eerlijke afweging nodig
De Afdeling legt uit dat de minister volgens de rechtspraak van het Europese Hof van de Rechten van de Mens in deze situaties moet komen tot een eerlijke afweging (‘fair balance'). Aan de ene kant vindt de Nederlandse overheid het belangrijk om migratie te begrenzen. Maar aan de andere kant is het voor deze kinderen essentieel om in Nederland te mogen blijven omdat zij hier een leven hebben opgebouwd. De Afdeling kijkt nadrukkelijk of de minister in deze afweging heeft laten zien dat zij echt gewicht toe heeft gekend aan het belang van het kind. Defence for Children Nederland hoopt dat de uitspraak voor deze kinderen ook impact zal hebben op alle andere gewortelde kinderen, die steeds te horen kregen dat hun belangen niet zwaar genoeg wegen voor een verblijfsvergunning.
Eindelijk een verblijfsvergunning
De Afdeling oordeelt dat de minister de belangen van de zeven kinderen onvoldoende in zijn besluit heeft meegewogen. Ook als er een leven is opgebouwd tijdens onzeker verblijf, moet dat terdege worden meegenomen in de afweging voor het toekennen van een verblijfsvergunning. Zo is de Afdeling ervan overtuigd dat de omstandigheden van deze kinderen bijzonder zijn, onder andere vanwege de belangen van de kinderen, en omdat deze kinderen al jarenlang in Nederland verblijven en er omstandigheden zijn die hen aan Nederland binden. Bijvoorbeeld doordat ze naar school gaan, sociale contacten hebben, en sporten. Volgens de Afdeling betekent een 'eerlijke afweging' daarom dat de kinderen een verblijfsvergunning moeten krijgen. Ook vindt de Afdeling het echt nodig dat deze procedure stopt. Daarom geeft zij de minister de opdracht om de kinderen een verblijfsvergunning te geven.
Uitkomst van jarenlange strijd
Dit oordeel van de Afdeling brengt rechtvaardigheid en zekerheid voor deze kinderen die al lang in Nederland zijn, hier naar school gaan, sporten, en hier hun vrienden hebben. Al die tijd hield de minister vol dat, alleen omdat zij geen toestemming hadden om hier te mogen blijven, al deze dingen niet belangrijk genoeg waren. Daarmee accepteerde de minister dat kinderen na jarenlang verblijf Nederland zomaar zouden moeten verlaten, om naar een land te gaan dat ze niet goed kennen. De Afdeling noemt in haar uitspraak dat zij al eerder heeft gezegd dat de minister de school, contacten en activiteiten van een kind, vanuit het belang van het kind, duidelijk moet laten meewegen. Wat echter ontbrak, was een rechterlijke uitspraak waarin het belang van het kind zó zwaarwegend werd geacht dat het belang van de staat daarvoor moest wijken.
Overwinning voor kinderrechten
De Afdeling spreekt uit dat zij de minister niet langer volgt in zijn standpunt. Dat is een enorme overwinning voor de rechten van kinderen. Defence for Children Nederland pleit al langer voor een directe oplossing voor gewortelde kinderen, in de vorm van een kinderpardon, én voor structurele wettelijke verankering van het belang van het kind in de Vreemdelingenwet en in alle migratieprocedures, in overeenstemming met het VN-Kinderrechtenverdrag. Deze uitspraken zijn een belangrijke stap in de juiste richting.
Wij hopen dat deze uitspraak niet alleen verschil maakt voor deze drie gezinnen, maar dat zij richtinggevend zal zijn voor alle gewortelde kinderen in Nederland. Geen enkel kind zou jarenlang in onzekerheid mogen leven over de vraag of het mag blijven in het land dat het thuis noemt.
Het belang van het kind moet niet de uitzondering zijn, maar het uitgangspunt.