Scroll down

Alternate Text

Wetgeving

1. Mensenhandel

Het voor prostitutie aanbieden van minderjarigen door derden wordt volgens de Nederlandse wetgeving altijd gezien als mensenhandel. Daarvoor is geen dwang vereist. Ook hoeft de dader niet op de hoogte geweest te zijn van de minderjarigheid van het slachtoffer. De maximum straf voor mensenhandel is twaalf jaar. Wanneer een slachtoffer de leeftijd van zestien jaar nog niet heeft bereikt, is er sprake van een strafverzwarende omstandigheid. De maximale straf wordt dan verhoogd naar vijftien jaar. Defence for Children - ECPAT heeft bij de Nederlandse overheid aangedrongen om deze strafverzwarende omstandigheid ook te laten gelden voor kinderen van zestien en zeventien jaar. Een meerderheid van de Tweede Kamer deelde die mening en stemde op 2 april 2013 in met een wetswijziging hiervoor.

Internationale verdragen en richtlijnen

  • Het VN Verdrag inzake de Rechten van het Kind (IVRK, 1989) (artikel 34 en artikel 35);
  • Het Facultatief Protocol inzake de verkoop van kinderen, kinderprostitutie en kinderpornografie behorend bij het IVRK (FP34, 2000) (Klik hier voor een handleiding bij het protocol);
  • Het Protocol inzake de preventie, bestrijding en bestraffing van mensenhandel, in het bijzonder vrouwenhandel en kinderhandel, ter aanvulling van het VN-Verdrag inzake Grensoverschrijdende Georganiseerde Misdaad (Palermo Protocol, 2000);
  • Het Verdrag van de Raad van Europa inzake bestrijding van mensenhandel (Europees Mensenhandelverdrag 2005);
  • Het Verdrag van de Raad van Europa ter bescherming van kinderen tegen seksueel misbruik en seksuele uitbuiting (Verdrag van Lanzarote, 2007);
  • Het Verdrag betreffende het verbod op en de onmiddellijke actie voor uitbanning van de ergste vormen van kinderarbeid (ILOVerdrag 182, 1999);
  • Richtlijn inzake de voorkoming en bestrijding van mensenhandel en de bescherming van slachtoffers daarvan (Richtlijn mensenhandel 2011/36/EU – 2011);
  • Richtlijn ter bestrijding van seksueel misbruik, seksuele uitbuiting van kinderen en kinderpornografie (Richtlijn 2011/92/EU – 2011);
  • Richtlijn betreffende een tijdelijke verblijfstitel voor slachtoffers van mensenhandel die samenwerken met de autoriteiten (Richtlijn verblijfsrecht slachtoffers mensenhandel 2004/81/EG – 2004);
  • Richtlijn tot vaststelling van minimumnormen voor de opvang van asielzoekers in de lidstaten (Opvangrichtlijn 2003/9/EG – 2003);
  • Richtlijn over gemeenschappelijke normen en procedures in de lidstaten voor de terugkeer van onderdanen van derde landen die illegaal op hun grondgebied verblijven (Terugkeerrichtlijn 2008/115/EG – 2008).

2. Kinderpornografie

In het Wetboek van Strafrecht (artikel 240b) wordt als kinderporno beschouwd een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken. Mensen die zich schuldig maken aan bovengenoemde misdrijf riskeren een gevangenisstraf van hoogstens vier jaar of een geldboete van de vijfde categorie. Iemand is strafbaar als deze persoon "is betrokken of schijnbaar is betrokken, verspreidt, aanbiedt, openlijk tentoonstelt, vervaardigt, invoert, doorvoert, uitvoert, verwerft, in bezit heeft of zich door middel van een geautomatiseerd werk of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang daartoe verschaft". Dat wil zeggen dat ook het in bezit hebben van kinderporno voor eigen gebruik en/ of het in bezit hebben in een niet-commerciële context, maar ook het realtime naar kinderporno kijken zonder sporen achter te laten op de harde schijf strafbaar is op grond van artikel 240b Sr. Vereist is wel dat een actieve handeling moet zijn gevoerd dat gericht is op het verkrijgen van toegang tot kinderporno.

Als iemand er een gewoonte van maakt of het beroepsmatig doet, dan wordt de straf verhoogd tot acht jaar cel of een geldboete van de vijfde categorie. Voor dit misdrijf geldt dat de straf wordt verhoogd naar maximaal vijftien jaar wanneer het misdrijf zwaar lichamelijk letsel ten gevolge heeft of daarvan levensgevaar voor een ander te duchten is, en achttien jaar wanneer de misdrijven de dood ten gevolge heeft (artikel 248, Wetboek van Strafrecht).

Een kind van zestien jaar of jonger opzettelijk seksueel misbruik of seksuele handelingen laten bekijken voor seksuele doeleinden is ook strafbaar. Voor de strafbaarheid maakt het niet uit of een kind zelf actief deelneemt in de seksuele handelingen waarvan hij of zij getuige is. De strafmaat is vastgesteld op maximaal twee jaar vrijheidsstraf.

Virtuele kinderporno en grooming

Per 1 oktober 2002 zijn afbeeldingen die met behulp van (digitale) manipulatie zijn vervaardigd ook strafbaar. Hierbij hoeven geen echte kinderen betrokken te zijn. Het is voldoende dat aannemelijk wordt gemaakt dat de afgebeelde persoon op een echt kind lijkt.

Sinds januari 2010 is grooming strafbaar onder artikel 248e van het Wetboek van Strafrecht. Onder grooming wordt verstaan het door een volwassen persoon op internetsites actief benaderen en verleiden van minderjarigen met als uiteindelijke doel het plegen van seksueel misbruik met die minderjarige. Door deze bepaling kan deze persoon worden vervolgd zodra er een voorstel is voor een ontmoeting met het kind en daar voorbereidingen voor worden getroffen. Het feitelijke misbruik hoeft daarvoor dus nog niet te hebben plaatsgevonden. De strafmaat voor grooming is maximaal twee jaar gevangenisstraf of een geldboete van de vierde categorie.    

Internationale verdragen en richtlijnen

  • Het VN Verdrag inzake de Rechten van het Kind (IVRK, 1989) (artikel 34 en artikel 35);
  • Het Facultatief Protocol inzake de verkoop van kinderen, kinderprostitutie en kinderpornografie behorend bij het IVRK (FP34, 2000) (Klik hier voor een handleiding bij het protocol);
  • Het Verdrag van de Raad van Europa ter bescherming van kinderen tegen seksueel misbruik en seksuele uitbuiting (Verdrag van Lanzarote, 2007);
  • De Richtlijn ter bestrijding van seksueel misbruik, seksuele uitbuiting van kinderen en kinderpornografie (Richtlijn 2011/92/EU – 2011).   


3. Kindersekstoerisme

Seks met minderjarigen is strafbaar, ook al wordt het misdrijf in het buitenland begaan. Daders kunnen zowel in het buitenland als in Nederland worden vervolgd. Het vervolgen van een kindersekstoerist in het land van herkomst voor daden die in het buitenland zijn gepleegd, valt onder de extraterritoriale wetgeving. Om te kunnen vervolgen moet het bewijs dat afkomstig is uit het buitenland wel voldoen aan de Nederlandse strafrechtelijke normen (artikel 7 Wetboek van Strafrecht).

In de Nederlandse wet staat geen apart wetsartikel over kindersekstoerisme. Kindersekstoeristen kunnen vervolgd worden voor seksueel misbruik met behulp van artikel 240b, 244, 245, 247, 248a-248e en 249 Wetboek van Strafrecht. Er zijn slechts een aantal Nederlanders veroordeeld voor seksueel misbruik van kinderen in het buitenland.

Lees meer over de Nederlanders die zijn veroordeeld

Organisaties en personen die profiteren van de seksuele uitbuiting van minderjarigen kunnen vervolgd worden voor mensenhandel volgens artikel 273f Wetboek van Strafrecht. Dit geldt ook voor het organiseren en promoten van reizen met het doel seksueel misbruik en seksuele uitbuiting van minderjarigen.