Voorkomen kindermishandeling vereist dringend nieuwe wetten
Opnieuw wordt Nederland opgeschrikt door mishandeling. Geen wonder, noteren Mariëlle Dekker (Augeo Foundation), Carrie van der Kroon (Defence for Children Nederland) en Marc Dullaert (Kinderrechtencollectief).
Dit opiniestuk verscheen op vrijdag 22 mei 2026 in Trouw.
Mishandelde kinderen die hulp vragen, worden te vaak overgeslagen. De zwaar mishandelde meisjes uit Vlaardingen en Stadskanaal vertelden hierover op school en aan voorbijgangers. Ze hadden letsels, waren vermagerd. Toch kan het in Nederland zo zijn dat kinderen na zo’n noodsignaal niet direct gesproken en onderzocht worden door een team van onafhankelijke specialisten.
Want Nederland heeft nog altijd geen wetgeving die de belangen van kinderen met signalen van mishandeling écht vooropstelt. Achttien Europese landen, waaronder de Scandinavische landen en de Baltische staten, hebben ‘kind-eerst-wetgeving’. Daarin is de samenwerking tussen zorg, politie en justitie geregeld vanaf het eerste signaal. Niet via afzonderlijke wettelijke kaders en regiogebonden samenwerkingsafspraken zoals in ons land.
Kijk hoe het beter kan
Ieder ernstig signaal van kindermishandeling wordt in deze landen primair bezien als een mogelijke kinderrechtenschending. Het kind wordt direct onafhankelijk gesproken door mensen van verschillende disciplines. De politie is een vaste partner van het team specialisten. Heel anders dan in Nederland, waar Veilig Thuis vertrekt vanuit een hulpverleningsperspectief en beziet of vrijwillige gezinshulp mogelijk is. Politie wordt dan regelmatig pas later betrokken.
‘Kind-eerst-wetgeving’ zorgt ervoor dat ouders niet om toestemming gevraagd hoeven te worden bij het eerste onderzoeksgesprek met een bedreigd kind en dat ze daarbij ook niet aanwezig mogen zijn. Zo kunnen ouders die mogelijk mishandelen of misbruiken, het onderzoek niet vertragen door geen toestemming te geven. Evenmin kunnen ze het onderzoek beïnvloeden door voor of tijdens het gesprek het kind onder druk te zetten. In de Nederlandse praktijk komen die vertraging en beïnvloeding veel voor.
Al ruim twintig jaar probeert Nederland kindgerichter te werken via zogenoemde multidisciplinaire aanpakken. Talloos zijn de verbeterde handelingsprotocollen waarin wordt afgesproken dat in principe altijd (eerst?) met kinderen wordt gesproken. Tenzij een melding wordt overgedragen aan een wijkteam, tenzij een andere beschermingsprofessional al zicht heeft op veiligheid, mits beide gezaghebbende ouders vooraf zijn verzocht om toestemming, mits vervolgens toestemming is verleend, mits acuut gevaar is vastgesteld, mits de gemeente een multidisciplinaire aanpak heeft, mits gespecialiseerde onderzoekers lokaal beschikbaar zijn, en ga zo maar door.
Alle mooie Nederlandse verbeterinitiatieven lopen, naast een veel te beperkte capaciteit voor onderzoek, uiteindelijk tegen dezelfde knelpunten aan. Zij werken met ontoereikende wetgeving die het mishandelde kind geen afdwingbaar recht geeft op een eigen gesprek en direct deskundig multidisciplinair onderzoek. Wetgeving die zoveel werkwijzen, betrokkenen, mitsen en maren toelaat, dat registratie onbegonnen werk is. Het ontbreekt de overheid daardoor ook aan inzicht in hoeveel bedreigde kinderen daadwerkelijk goed worden onderzocht en gesproken.
We hebben dit in verdragen ook beloofd
Kind-eerst-wetgeving is geen radicale wens, maar inmiddels de Europese norm. Dit vloeit rechtstreeks voort uit internationale verdragen die Nederland onderschrijft, waaronder het VN-Kinderrechtenverdrag, het Lanzarote Verdrag en de EU-richtlijnen Kindvriendelijke Justitie. Toch spreekt onze overheid al jaren vertrouwen uit in eigen verbeterprogramma’s die samenwerking zouden moeten bevorderen maar die wetgeving ongemoeid laten.
Mishandelde kinderen die hulp vragen, kunnen hun last niet langer alleen dragen. Zij hebben niets aan vertragen omdat organisaties zich steeds opnieuw afvragen of een kind nu gesproken mag, kan of moet worden en hoe. Nederland moet, conform de internationale verdragen, zijn wetgeving zo inrichten dat het belang van kinderen die met mishandeling worden bedreigd áltijd voorop staat, zonder enige uitzondering. Wetgeving die kinderen, in iedere gemeente, afdwingbare rechten geeft op eenzelfde specialistisch onderzoek in een samenwerkingsverband tussen de straf- en zorgketen. Nu eerst de norm, dan de organisatievorm. Het mishandelde kind eerst. Altijd.