28 april 2009
Op 25 maart 2009 heeft minister van Justitie (Hirsch Ballin) een landelijk Verbeterprogramma Kinderporno aan de Tweede Kamer gestuurd. Het verbeterplan is opgesteld door de projectgroep Kinderporno van de Nederlandse politie en beoogt een verbetering in de effectiviteit, kwaliteit en kwantiteit van opsporing van seksueel misbruik van kinderen waarvan afbeeldingen op internet worden verspreid. Het verbeterplan sluit aan bij de actiepunten die Hirsch Ballin eerder in een debat op 12 februari 2009 heeft gesteld.
Door capaciteitstekort bij de politie komt de aanpak van de bestrijding van afbeeldingen van seksueel misbruik van kinderen op internet niet goed van de grond. De prioriteit van de politie en justitie is meer gericht op downloaders en minder gericht op het traceren van slachtoffers en misbruikers. Het verbeterprogramma doet een groot aantal aanbevelingen op organisatorisch vlak, systematiek, het stellen van prioriteiten en de standaardisering van werkprocessen. Deze aanbevelingen zullen komende tijd gezamenlijk met het Openbaar Ministerie worden uitgewerkt.
De afgelopen jaren is al een aantal initiatieven uitgevoerd om kinderporno te bestrijden. Zo breidde het Openbaar Ministerie de Aanwijzing zeden uit met een separate Aanwijzing Kinderporno en stelde in 2008 een landelijk coördinerend officier Kinderporno aan. De Korps landelijke politiediensten (KLPD) zette het team Kinderporno op. Tussen politie en bedrijfsleven ontstond een publiek-private samenwerking bij de ontwikkeling van technologische hulpmiddelen. In Noordoost-Nederland hebben negen regio's en de Koninklijke Marechaussee hun krachten gebundeld. Het private Meldpunt Kinderporno op internet, dat al sinds jaren nauw samenwerkt met het KLPD, wordt gedurende enkele jaren gesubsidieerd door het Ministerie van Justitie en de Europese Commissie. Maar van een samenhangende, uniforme en effectieve aanpak is nog geen sprake. Het Verbeterprogramma Kinderporno geeft hiertoe een aanzet.

Theo Noten van ECPAT: "Het is een ambitieus plan. Maar de gedrevenheid straalt eraf en de wil is er. Toch lijkt het succes op dit moment nog te afhankelijk van enkele mensen die hun nek uitsteken. Ook mis ik de jeugdzorg, de jeugdhulpverlening en het AMK als partner. Net als bij de loverboy-aanpak is ook hier ketensamenwerking nodig. Behalve zedenrechercheurs moeten ook hulpverleners zedenslachtoffers altijd vragen of er foto's of filmpjes zijn gemaakt van het misbruik. Ik denk dat bij de politie vaak teleurstelling bestaat over de lage straffen. Rechters zouden meer beelden moeten zien om te beseffen wat kinderporno eigenlijk is om navenant te kunnen straffen. De kans op een veroordeling is op dit moment klein en als het al tot een veroordeling komt, is de straf vaak laag. In Engeland kent men een structurele publiek-private en multidisciplinaire samenwerking op het gebied van online protection of children, dat hebben we hier nog niet. Wel op het gebied van technologische vernieuwing, maar de landelijke beschikbaarheid daarvan moet dan wel geborgd worden. Een korpsmonitor is een goed idee. Daarnaast zou het Bureau Nationaal Rapporteur Mensenhandel in die monitoring een belangrijke rol kunnen spelen, zonder dat dit veel hoeft te kosten." (Bron citaat: Politieblad Blauw)
© 2009 Defence for Children International Nederland - All rights reserved.