30 maart 2009
ECPAT organiseerde op 8, 9 en 10 maart 2009 een internationale bijeenkomst over de aanpak van seksuele uitbuiting van kinderen in toerisme en de vervolging van kindersekstoeristen. Op deze bijeenkomst stond de rol van NGO's, reisindustrie en politie en justitie centraal. Meer dan veertig deelnemers van politie, NGO's en reisindustrie waren aanwezig. Een van de uitkomsten was dat samenwerking tussen politie en NGO's van essentieel belang is.
De seksuele exploitatie van kinderen in toerisme is nog altijd een groot probleem. De verwachting is dat door de economische crisis dit alleen maar zal toenemen door het effect dat de crisis heeft op ontwikkelingslanden. Er komen meer arme families en daardoor meer kinderen die gedwongen zijn om te werken in de seksindustrie. In veel bestemmingslanden heeft de strijd tegen seksuele uitbuiting van kinderen geen prioriteit. Kindersekstoeristen gaan juist naar die bestemmingen waar ze een kleine kans hebben om gepakt te worden.
In de opsporing van kindersekstoeristen is het verzamelen van bewijs erg complex. Een mogelijke verklaring van het slachtoffer is vaak niet voldoende. Ook ander bewijsmateriaal is nodig, zoals verklaringen van andere getuigen (bijvoorbeeld toeristen), een medisch onderzoek of pornografisch materiaal ('vakantiefoto's'). Een interview met een slachtoffer moet worden afgenomen door getrainde medewerkers van politie en justitie, waar echter in veel landen een tekort aan is. Zaken met extraterritoriale wetgeving zijn extreem tijdrovend en kostbaar. Daarom moet deze wetgeving alleen worden toegepast als de verdachte vlucht naar het land van herkomst. Landen waar de toeristen vandaan komen moeten investeren in capaciteitsopbouw in bestemmingslanden, zoals het trainen van politie en het meedragen aan kosten voor politieonderzoek en gevangenis.
Reizigers (binnenlands en internationaal) zijn belangrijke spelers in de aanpak van kindersekstoerisme. Zij kunnen kindersekstoerisme signaleren, maar ook kunnen zij zelf potentiële daders zijn. Het is belangrijk dat toeristen de gevolgen kennen van seks met minderjarigen in het bestemmingsland en hoe verdacht gedrag kan worden aangegeven. De reisindustrie heeft een verantwoordelijkheid om reizigers hierover in te lichten. Hiervoor is training van werknemers in de toerismesector nodig. Zij moeten weten wanneer, wat en hoe ze toeristen hierover moeten informeren en hoe verdacht gedrag kan worden aangegeven.
Voor politie en justitie is de bestrijding van seksuele uitbuiting van kinderen niet eenvoudig. Ze lopen tegen veel knelpunten aan. Er is een gebrek aan samenwerking tussen overheden, politie en NGO's, aan informatie over verdachten en aan harmonisatie van de minimumleeftijd voor prostitutie. Bovendien is in veel bestemmingslanden corruptie een groot probleem.
De Code of Conduct ter bescherming van kinderen tegen seksuele uitbuiting in toerisme heeft als doel reizigers en medewerkers in de reisindustrie bewust te maken van het probleem van seksuele uitbuiting van kinderen in toerisme. Het is een concrete en meetbare methode om te laten zien dat een reisorganisatie verantwoord onderneemt.
Er zijn andere organisaties dan reisorganisaties die interesse hebben om de Code of Conduct te ondertekenen. Op dit moment heeft de Code of Conduct echter geen praktische invulling voor leveranciers en andere zakenpartners in bestemmingslanden. Het is ook daarom interessant om te onderzoeken of er samengewerkt kan worden met andere gedragscodes.
Lokale partners, zoals ECPAT zullen in de toekomst een grotere rol moeten krijgen in het zoeken van nieuwe leden van de Code of Conduct, bijstand bieden bij de implementatie van de Code en kunnen fungeren als nationaal contact- en informatiepunt voor de Code of Conduct. Voor het succes van de Code of Conduct is het erg belangrijk om sterke lokale partners te hebben. NGO's uit het Noorden en het Zuiden van de wereld moeten meer informatie delen en leren van ervaringen.
Internationale bijeenkomsten, zoals deze in Berlijn zijn heel goed om contacten te maken en ervaringen uit te wisselen. Samenwerking tussen de verschillende betrokken ketenpartners is essentieel in de strijd tegen kindersekstoerisme. Alle verschillende ketenpartners vervullen een eigen unieke rol om kindersekstoerisme te bestrijden. Het is belangrijk dat de verschillende partijen van elkaar weten waar ze mee bezig zijn om effctief te zijn. Het is belangrijk om informeel samen te werken, maar het is nog belangrijker om de samenwerking te formaliseren in de vorm van een Memorandum of Understanding of in de vorm van een gedragscode, zoals de Code of Conduct.
© 2009 Defence for Children International Nederland - All rights reserved.