2 augustus 2007
Defence for Children International is teleurgesteld over de uitspraak in het proces van Wij Willen Blijven en Defence for Children tegen de Nederlandse Staat over het verblijfsrecht van kinderen die langer dan vijf jaar in Nederland zijn. De civiele rechter heeft alle vorderingen afgewezen.
De rechter stelt dat artikel 3.4, lid 3 van het Vreemdelingenbesluit afdoende is om op bijzondere gronden een verblijfsvergunning te kunnen verschaffen. Dit artikel ziet op verblijfsgronden die niet zijn genoemd in artikel 3.4, lid 1 Vreemdelingenbesluit en wordt ook wel geduid als de discretionaire bevoegdheid van de minister. In de bijlage vindt u het vonnis.
De rechter gaat in het vonnis in het geheel niet in op de aangevoerde gronden in de bewijsnota van Kalverboer en Zijlstra waarin wordt beschreven welke schade kinderen kunnen oplopen als ze na lang verblijf in Nederland gedwongen worden uitgezet.
Ook het verzoek aan de rechter om te bepalen dat kinderen zelfstandig, onafhankelijk van hun ouders, een beroep moeten kunnen doen om langdurig verblijf, is afgewezen. De rechter zegt dat de belangen van kinderen goed genoeg worden meegenomen in de huidige verblijfsrechtelijke procedures. Over vreemdelingenbewaring wilde de civiele rechter zich niet uitlaten omdat dit afdoende getoetst zou worden door de bestuursrechter. Defence for Children en Wij Willen Blijven hadden de rechter gevraagd te verklaren dat de staat onrechtmatig handelt door minderjarigen in vreemdelingenbewaring te zetten.
Defence for Children en Wij Willen Blijven overleggen met de advocaten over het eventuele vervolg van de procedure.
Lees ook de berichten uit de Volkskrant van 3 augustus 2007:
Nog geen 18, ruim vijf jaar in Nederland en toch weggestuurd
Rechteloos door foute ouders
© 2009 Defence for Children International Nederland - All rights reserved.