21 december 2005
Is het Nederlandse jeugdstrafrecht een exportartikel? Dat was de kwestie bij een korte expeditie naar de Oekraïne. Na het afsluiten van een succesvol kinderrechteneducatie-project (waarvan we begin oktober verslag gedaan hebben) is het nu de juiste tijd om een nieuw project op te starten. Onze Oekraïense partner, de All-Ukrainian Foundation for Children's Rights heeft in overleg met verschillende partners in de sfeer van justitie en politie geconcludeerd dat de behoefte en bereidheid bestaat om het Jeugdstrafrechtssysteem te moderniseren.
Defence for Children heeft daarvoor al startsubsidie ontvangen van een privaat fonds, een en ander in afwachting van de goedkeuring van het hele project door het MATRA-programma van het Ministerie van Buitenlandse Zaken (MATRA staat voor Maatschappelijke Transformatie en is gericht op het bevorderen van democratie, inclusief mensenrechten in Oost-Europa na de val van de Muur).
Maar wat willen de Oekraïense partners van ons? Dat uit te vinden, is de opdracht van deze trip. Naast de vaste DCI-ploeg (Majorie Kaandorp en Stan Meuwese) reisden kinderrechter Nanneke Quik-Schuijt en Jeugdrecht-jurist Ingeborg Galama (werkzaam bij de Raad voor de Kinderbescherming en meegereisd op persoonlijke titel) mee. Nanneke twijfelde wel of ze moest gaan, omdat ze de laatste tien jaar familierecht had 'gedaan'. Het zou blijken, dat juist deze deskundigheid van groot belang was, omdat onze partners voor problemen met kinderen en jongeren niet gemakkelijk een instrument als ondertoezichtstelling (OTS) beschikbaar en bereikbaar hebben. Ingeborg is een oude reisgenoot, omdat zij vanwege haar kinderrechtswinkelcoördinatorschap lid was van de delegatie van het Kinderrechtencollectief die naar het VN Kinderrechten comité in Genève zijn gereisd.
De zondag was voor reizen, acclimatiseren (sneeuw en vorst in Kiev) en kennismaken. Maandag was er overleg met een twintigtal representanten uit Kiev en Simferorol (op de Krim): openbare aanklagers, hof-van-beroep-president, politiemensen, beleidsambtenaren van de ministeries van Justitie en van Jeugdzaken. Wat willen zij en wat kunnen wij?
De misverstanden liggen op de loer: eigen gerechtelijke procedure, eigen juridische vaktaal (van de Oekraïense taal via de Engelse tolk naar het Nederlandse jargon), verschil in financiële mogelijkheden. Hebben we het over hetzelfde? Zo spreken onze Oekraïense collega's over 'administratieve zaken', waar zij dan strafzaken op het niveau van overtredingen mee bedoelen.
In het gewichtig aandoend gebouw van de Academie van Wetenschappen verdelen we ons na een inleiding van Jane Pavlova en van ons team in drie werkgroepen: rechters, experts en politiemensen. Onze taak is elementen aan te geven voor een 'awareness course' die we in de eerste maanden van 2006 willen gaan geven; deze cursus is vooral bedoeld om draagvlak te creëren voor onze volgende trainingsactiviteiten.
Onze bijdragen gaan vooral over de internationale standaarden op het terrein van jeugdstrafrecht. We promoten ook HALT als een vorm van diversie en pleiten voor een soort strafrechtelijke OTS (die in Nederland al jaren is afgeschaft). Er moeten volgens ons ook familierechters bij de cursus betrokken worden. Met enige moeite accepteren de Oekraïense rechters deze suggestie.
Na enkele uren overleggen, dat verderop dankzij onze bekende tolken Andrei en Vladimir (speciaal overgekomen uit het 500 km verderop liggende Dnjeperpetrovsk) konden we een aantal issues vastleggen, waarmee Jane een voorstel kon uitwerken dat we de volgende dag konden presenteren aan de Hoge Raad van Oekraïne. Er bleef nog tijd over voor een toeristische excursie, in het bijzonder voor de nieuwkomers Nanneke en Ingeborg. Ook wij, meer ervaren Kiev-reizigers, zagen en hoorden nieuwe dingen, zoals het feit dat die prachtig gerestaureerde orthodoxe kerken in werkelijkheid nieuwbouw van een paar jaar geleden zijn.
De volgende dag was er een gesprek met de plaatsvervangend voorzitter van de Hoge Raad van Oekraïne. Deze Hoge Raad had in elk geval ook de rol van de Nederlandse Raad voor de Rechtspraak, want de Hoge Raad van Oekraïne heeft grote invloed op de organisatie van de rechtbanken. Deze vice-voorzitter was een groot voorstander van gespecialiseerde kinderrechters. We deden positief over de Nederlandse situatie.
Onze suggestie dat er om de discussie over jeugdrecht te bevorderen wellicht een soort Oekraïens Tijdschrift voor Familie- en Jeugdrecht zou moeten komen viel in goede aarde. Al met al werd een groot beroep gedaan op ons diplomatiek- en tactisch vermogen.
Na deze bijeenkomst overlegden we in het nieuwe kantoor van de All Ukrainian Foundation for Children's Rights over de praktische voortgang van het werk. De tweedaagse cursus staat voor half maart gepland. Dat gaat ons nog wel even wat energie kosten. We houden u op de hoogte.
Stan Meuwese
Directeur Defence for Children International Nederland
© 2009 Defence for Children International Nederland - All rights reserved.