3 november 2006
Het tuchtcollege van pedagogen vindt dat psycholoog Bullens min of meer correct heeft gehandeld in de Schiedamse parkmoordzaak. Hij zou terecht niet ingegrepen hebben toen Maikel stevig werd verhoord. Defence for Children International vraagt zich af waar het belang van het kind is gebleven. En ook de internationale regels en richtlijnen zijn volledig buiten beeld.
Kinderpsycholoog Ruud Bullens heeft als deskundige terecht gehandeld door niet in te grijpen tijdens het verhoor van de 11-jarige Maikel in de zaak van de Schiedamse parkmoord, zo luidt de uitspraak van het college van toezicht van de Nederlandse Vereniging van pedagogen (NVO) van afgelopen vrijdag. Maikel was het vriendje van Nienke, het meisje dat in het Schiedamse park is vermoord. Bullens was tijdens de verhoren in 2000 verantwoordelijk voor het welzijn van Maikel, De jongen werd meerdere keren stevig verhoord en moest naspelen hoe hij bijna werd gewurgd.
De NVO stelt dat een pedagoog niet verantwoordelijk is voor de verhoormethoden en niet de bevoegdheid heeft om in te grijpen. Volgens Yet van Mastrigt, teamchef sociale jeugd- en zedenpolitie van de regio Hollands Midden wordt een deskundige gevraagd om een verhoor te beoordelen en bepaalt de politie de tactiek. De verhoren zijn, volgens haar de verantwoordelijkheid van de politie. Volgens de NVO kan een deskundige wel "tussen twee verhoren in observaties over de impact van de verhoren op de minderjarigen aan justitie rapporteren. Maar ook daarmee wordt het niet de verantwoordelijkheid van de pedagoog om de aard en de richting van het verhoor te beďnvloeden"?.
Met de uitspraak is een richtlijn vastgesteld voor handelingsbevoegdheid van deskundigen tijdens strafrechtelijk onderzoek. Bullens heeft wel een waarschuwing gekregen van de commissie van toezicht. Bullens had zijn opdracht van justitie schriftelijk moeten laten vastleggen. Nu was onduidelijk of Bullens alleen namens Maikel handelde of ook actief betrokken was bij de waarheidsvinding.
Onbegrijpelijk
De advocaat van Maikel en zijn ouders, mr. W. Trooster, vindt de uitspraak onbegrijpelijk. "De verhoren waren keihard. Zelfs als een deskundige geen bevoegdheid heeft om in te grijpen, heeft hij wel een eigen verantwoordelijkheid."? Volgens Trooster moet er discussie komen over de door de NVO opgestelde richtlijn.
Ook hoogleraren psychologie Peter van Koppen en Corine de Ruiter vinden deze uitkomst onbegrijpelijk en onjuist. Van Koppen stelt dat het College van Toezicht niet had mogen oordelen zonder de inhoud van de verhoren te kennen. Hem is niet duidelijk in welke beroepsregels staat dat Bullens niet mag ingrijpen. De Ruiter maakt zich zorgen over de gevolgen van de uitspraak. "Als niet ingrijpen de standaard wordt, zijn kinderen vogelvrij"?. Dan kan er zelfs gemarteld worden. Ze grijpt zelf regelmatig in tijdens een verhoor. Vanuit menselijk en professioneel oogpunt is handelen in het belang van het kind noodzakelijk. En als het verhoor voor een kind schadelijker wordt dan het strafrechtelijke belang, dan moet worden gestopt.
Defence for Children maakt zich zorgen over de geringe aandacht die het belang van Maikel in deze zaak. Volgens artikel 3 van het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind zou Maikels belang een eerste overweging moeten vormen in dit proces. Ook de recente VN Richtlijnen die bescherming bieden aan minderjarige slachtoffers en getuigen van misdaden zouden betrokken moeten worden bij het oordeel. Maar er wordt nauwelijks aandacht aan besteed. Op 22 juli 2005, zijn door de Economische en Sociale Raad van de VN deze 'Guidelines on Justice in Matters Involving Child Victims and Witnesses of Crime' aangenomen.
De Richtlijnen vormen een praktisch raamwerk voor overheid en professionals waarin de rechten van kindslachtoffers en getuigen gewaarborgd worden. Onlangs schreven Annemieke Wolthuis en Beata Stappers Karpinska van Defence for Children in het Nederlands Juristen Blad (nr. 36, p. 2067, 2068) hierover in reactie op de oproep van Bullens om meer duidelijkheid over de rol van gedragsdeskundigen in juridische procedures.
Waardigheid
De richtlijnen eisen om te beginnen dat kindslachtoffers of –getuigen met waardigheid behandeld worden, dat ze serieus genomen worden. Bescherming en informeren staan centraal. Dat betekent ook zorgvuldiger verhoren in de kindvriendelijke verhoorstudio's en de mensen die de verhoren afnemen goed opleiden. Tenslotte is het belangrijk dat bij elk politieverhoor van kinderen tot achttien jaar een advocaat en/ of onafhankelijke vertrouwenspersoon aanwezig is. Ook moeten de ouders onmiddellijk op de hoogte worden gesteld en contact kunnen houden met hun kind. De rol van elke deelnemer van een politieverhoor moet heel scherp omschreven worden.
De richtlijnen dienen breder bekend te raken onder politiemedewerkers, rechters, officieren, gedragsdeskundigen en andere beroepsgroepen die met deze jongeren in aanraking komen. Een vertaling van de richtlijnen in het Nederlands en verspreiding ervan onder professionals is een eerste taak. Vervolgens kunnen ze als basis dienen voor nadere Nederlandse richtlijnen. Voor alle betrokken deskundigen moet gelden, dat het belang van het kind boven het belang van het verhoor en de vervolging moet staan.
Zie voor de VN Richtlijnen: www.ibcr.org of www.unodc.org, ook op te vragen bij Defence for Children.
© 2009 Defence for Children International Nederland - All rights reserved.