© Powered by SiteSpirit

 

logo_DFC_03.png


 


Nieuwe kansen voor kinderrechten

18 april 2007

kinderrechtencollectief.jpg

Commentaar van het Kinderrechtencollectief op het coalitieakkoord van het kabinet Balkenende-IV

I.  EEN NIEUW PERSPECTIEF VOOR JEUGDBELEID EN KINDERRECHTEN


Een nieuwe toekomst voor de jeugd, een nieuwe toekomst voor het jeugdbeleid, een nieuwe toekomst voor Nederland. Een nieuwe minister voor jeugd en gezin, dat roept hoge verwachtingen op bij ieder die zich druk maakt over kinderen en jongeren.


Kinderrechten komen als term niet voor in het coalitieakkoord. Het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind draagt de overheid als verdragsluitende partij op de rechten van kinderen te garanderen en te respecteren en vormt daarmee als vanzelfsprekend de basis van het jeugdbeleid.
In het coalitieakkoord komen op verschillende plaatsen – niet in samenhang – onderdelen van het jeugdbeleid aan de orde.


Het Kinderrechtencollectief heeft in september 2006 met het oog op de verkiezingen en kabinetsformatie in een 10 punten-plan de wensen, eisen en verlangens voor de nieuwe regeerperiode op tafel gelegd. In dit commentaar wordt het coalitieakkoord gelegd naast ons 10 punten-plan.


Als samenwerkingsvorm van Defence for Children International Nederland (DCI-NL), Unicef Nederland, de Landelijke Vereniging van Kinder- en Jongerenrechtswinkels, de Nationale Jeugdraad, Plan Nederland, Save the Children Nederland, Jantje Beton en de Stichting Kinderpostzegels Nederland (met als adviseur het Nederlands Jeugd Instituut) bevordert het Kinderrechtencollectief de implementatie van het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind in en vanuit Nederland en is op dat domein gesprekspartner van de overheid. Het nieuwe kabinet heeft in de tekst van het akkoord en in de presentatie van de regeringsploeg de nadruk gelegd op een dialoog met de samenleving: met de burgers en hun organisaties. Dit geldt dan ook voor jonge burgers en de organisaties die hen vertegenwoordigen of voor hen opkomen. Het Kinderrechtencollectief heeft steeds bewezen open te staan voor een dergelijke dialoog.


In dit commentaar wordt eerst wordt het algemene thema jeugd en gezin belicht (paragraaf II), vervolgens komen specifieke thema's aan bod (paragraaf III). In paragraaf IV worden de thema's aangeduid die wel in het coalitieakkoord vermeld staan, maar niet in het 10 punten-plan van het Kinderrechtencollectief voorkomen.


En ten slotte worden in paragraaf V die thema's belicht die wel in het 10 punten-plan van het Kinderrechtencollectief staan en niet in het coalitieakkoord. De relevante passages uit het coalitieakkoord worden weergegeven of samengevat. Vervolgens wordt één van de tien punten van het 10 punten-plan van het Kinderrechtencollectief vermeld. Dit 10 punten-plan is september 2006 gepresenteerd aan de politieke partijen met het oog op de verkiezingen op 22 november 2006 en de kabinetsformatie daarna.


II.  CENTRAAL THEMA: JEUGD EN GEZIN


a. Inhoud van het coalitieakkoord over jeugd en gezin
In een dozijn actiepunten wordt de kern van het jeugd- en gezinsbeleid vastgelegd:
1. Kindgebonden budget;
2. Meer geld voor alleenverdieners met zorg voor zieke of gehandicapte kinderen of pleegkinderen;
3. Verruiming van ouderschapsverlof;
4. Geen sollicitatieplicht voor ouders met kinderen tot 5 jaar;
5. Zwangerschapsregeling voor zelfstandigen;
6. Versterking van kinderopvang, peuterspeelzalen en vroegschoolse educatie;
7. Oprichting van Centra voor Jeugd en Gezin;
8. Regeling van snellere ondertoezichtstelling;
9. Aandacht voor gevolgen van echtscheiding voor kinderen;
10. Maatschappelijke stage voor jongeren;
11. Invoering elektronisch kinddossier;
12. Leer/werkplicht voor jongeren tot 27 jaar.


STRUCTUUR VAN HET JEUGDBELEID


Portefeuilleverdeling binnen het kabinet: programmaminister Jeugd en Gezin
Tot het programma behoren de volgende beleidsterreinen:
a. Integraal jeugdprogramma;
b. Integraal toezicht jeugd en Jeugdmonitor, elektronisch kinddossier;
c. Zorg in gemeentelijk en preventieve domein (o.a. Centra Jeugd en Gezin en zorg in de school);
d. Zorg in provinciale domein o.m. Bureaus Jeugdzorg;
e. AWBZ: Jeugd GGZ, JVG, LVG;
f. Jeugdgerelateerde deel Wmo
g. Gezinsvoogdij;
h. Integratie indicatiestellingen;
i. Jeugdbescherming;
j. Pilots onwillige jongeren;
k. Jeugddeel arbeidsmarkt;
l. Kindgerelateerde financiële regelingen waaronder het kindgebondenbudget;
m. Gezinsbeleid, gezinsnota.


eze beleidsterreinen (en budgetten en dienstonderdelen) van de ministeries van VWS, Justitie, OCW en SZW worden ondergebracht in het programma. De programmaminister voor Jeugd en Gezin heeft medebetrokkenheid bij het beleid ten aanzien van de Wmo, AWBZ, Kinderopvang, voorschoolse opvang, jeugddetentie en jeugdreclassering, leerling gebonden financiering, de TOG-regeling en preventie SZW.


b. 10 punten-plan van het Kinderrechtencollectief
MEEDENKEN, MEEDOEN EN MEEBESLISSEN (punt 9): Betrek kinderen en jongeren intensief bij de ontwikkeling van een nieuw jeugdbeleid. Stimuleer daarom de ontwikkeling en begeleiding van jeugdparticipatie. Jeugdparticipatie in instellingen, scholen en overheidsorganen moet een wettelijke grondslag krijgen.


EEN STERKE STRUCTUUR VAN HET JEUGDBELEID (punt 10): Om dit alles te ontwikkelen, te realiseren en te monitoren is een sterke structuur van het jeugdbeleid nodig. Dat vereist:
- een Ministerie van Jeugdbeleid met als kernonderdelen: kinderbescherming, jeugdzorg en kinderopvang;
- een kinderombudsman als toezichthouder op kinderrechten;
- een toetsing aan het kinderrechtenverdrag van alle beleidsmaatregelen, die direct of indirect de positie van jeugdigen raakt;
- een actieplan jeugdbeleid inclusief budget en tijdschema, te presenteren 100 dagen na het aantreden van het nieuwe kabinet.


c. Commentaar van het Kinderrechtencollectief
*  Over de inhoud van de jeugdparagraaf
In de jeugd- en gezinsparagraaf van het coalitieakkoord staan een aantal thema's en onderwerpen die ieder op zich geen onredelijke indruk maken. Er staan in het coalitieakkoord op tal van andere plaatsen andere beleidsvoornemens genoemd. Het geheel maakt een uiterst versnipperde en weinig coherente indruk. Het is onvermijdelijk dat een van de eerste taken van de programmaminister is om het een en ander op één lijn te brengen.
Die samenhang moet helderheid verschaffen over:
-  De visie op kinderen en jongeren (en hun ouders).
In het coalitieakkoord overheerst een bezorgde toon over de jeugd. Jeugdigen zijn onderwerp van zorg: schooluitvallers, jeugdige criminelen, jeugdigen met gescheiden ouders. Het is terecht dat er politieke aandacht en professionele zorg is voor kinderen en jongeren in problemen. Maar de jeugd is de toekomst, en dat is meer dan een cliché. Het ontbreekt aan een perspectief voor de jeugd als het draagvlak voor Nederland in de rest van deze eeuw. Jeugdigen hebben ook bij te dragen aan de wereld (en Nederland) van nu.
-  De uitgangspunten.
Het jeugdbeleid dient gebaseerd te zijn op het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind. Dat verplicht de overheid de rechten van kinderen te garanderen en te respecteren.
-  De doelstellingen.
Wat het kabinet binnen welke periode bereikt wil hebben, is over het algemeen niet geïndiceerd. Er worden een aantal goede bedoelingen gepresenteerd.
- De verantwoordelijkheden.
Er is nog geen coherente visie weergegeven over hoe de verantwoordelijkheden verdeeld dienen te worden. Noch tussen overheid, instellingen en jongeren (en hun ouders), noch tussen de overheden (landelijk, provinciaal, gemeentelijk).


Dit alles moet helder en duidelijk worden. Er is alle aanleiding om een Nota Jeugdbeleid 2007 op te stellen. Niet dat nota's de wereld veranderen, maar het geeft alle spelers in het veld een handvat om voornemens tot realiteit te maken. Er is de afgelopen tien jaar geen nota jeugdbeleid verschenen. Dat tekent het gebrek aan belang dat aan een innovatief en effectief jeugdbeleid werd gehecht. Het ziet er naar uit dat het roer om is. Reden te meer om voor de route die gevolgd moet worden een goede wegenkaart te maken in de vorm van een actuele jeugdbeleidnota.


*  Over de programmaminister voor jeugd en gezin
De invulling van de beleidsportefeuille als programmaminister is breder dan alleen dat wat onder de hoede van het Ministerie van VWS aan jeugdbeleid wordt gevoerd. De verantwoordelijkheid strekt zich ook uit tot het justitiële en sociaal-economische terrein. Daar heeft het Kinderrechtencollectief met instemming kennis van genomen, al had wat ons betreft ook kinderopvang in het kerntakenpakket opgenomen moeten worden. Immers, bij kinderopvang gaat het niet alleen om arbeidsparticipatie van ouders, maar vooral (ook) om ontwikkelingskansen van kinderen.


III. SPECIFIEKE JEUGDBELEIDSTHEMA'S


1. Jeugdzorg, schooluitval en andere problemen
a. Coalitieakkoord
Een brede aanpak van zorg voor en bescherming van kinderen en jeugd wordt in een project vormgegeven. De gedachte daarachter is: de kokers voorbij, rekening houdend met de aanbevelingen van de 'Operatie Jong'. Er komen Centra voor Jeugd en Gezin, waarin jeugdzorg en opvoedingsondersteuning en andere organisaties elkaar vinden en de handen ineen slaan.
De totstandkoming van Centra voor Jeugd en Gezin waar zoveel mogelijk medische, sociale en educatieve ondersteuning voor ouders en hun kinderen wordt georganiseerd, zal met kracht ter hand worden genomen. Te denken valt in ieder geval aan het consultatiebureau, opvoedingsondersteuning en gezinscoaching. De organisatie van de jeugdzorg wordt vereenvoudigd en binnen de rijksoverheid 'ontkokerd'. De wachtlijsten zullen worden weggewerkt en de case load voor gezinsvoogden wordt verder verlaagd.


b. 10 punten-plan van het Kinderrechtencollectief
EEN CENTRUM VOOR OUDER EN KIND IN ELKE BUURT (punt 3): Zorg dat in iedere buurt een pedagogische hulppost komt, een Centrum voor Ouder en Kind, gekoppeld aan het consultatiebureau en in aansluiting op andere buurtvoorzieningen, zoals kinderopvangvoorzieningen en de school. Een dergelijk centrum heeft een preventiefunctie. Een Centrum voor Ouder en Kind (gemeentelijk georganiseerd) vormt tevens de voorpost van de Bureaus Jeugdzorg (provinciaal of grootstedelijk georganiseerd).


c. Commentaar van het Kinderrechtencollectief
Het accent van de ontwikkeling van de jeugdzorg moet de komende jaren ook komen te liggen op de oprichting van de Centra voor Jeugd en Gezin. Investeren in preventie is van groot belang en de Centra voor Jeugd en Gezin kunnen daartoe een middel zijn. Dit mag niet ten koste gaan van de verdere ontwikkeling van de Bureaus Jeugdzorg. Zij blijven verantwoordelijk voor de zwaardere vormen van jeugdzorg. Het Aanvalsplan om de wachtlijsten weg te werken, moet worden doorgezet en niet nèt na de voordeur worden stopgezet. Dat doet geen recht aan het verankerde recht op jeugdzorg. De geplande case load-verlaging voor gezinsvoogden moet worden gerealiseerd (in de vorm van de invoering van het Deltaplan) om daadwerkelijk kwalitatief goede zorg te kunnen bieden en het vormgeven van tuchtrecht voor de sector moet versneld worden doorgezet.


2. Onderwijs
a. Coalitieakkoord
In veertien punten wordt weergegeven waar de prioriteiten van het nieuwe kabinet liggen op het terrein van het onderwijs: bevorderen van kwaliteit, bescherming van identiteit, bestrijding van segregatie, beperken van scholenfusies, verstrekken van gratis schoolboeken, verminderen van werkdruk van onderwijsgevenden, integratie van zorgleerlingen in het regulier onderwijs, speciaal onderwijs als noodzakelijke aanvulling op het regulier onderwijs, wettelijke vernieuwing voor hoger onderwijs, investering in hoger onderwijs, bestrijding van schooluitval, versterking van onderwijsachterstandenbeleid, bevordering doorstroming vmbo-mbo-hbo, stimuleren van brede scholen.


b. 10 punten-plan van het Kinderrechtencollectief
ONDERWIJS VOOR ALLE KINDEREN (punt 7): Zorg voor een onderwijsaanbod - waarbij het belang van leerlingen centraal staat - dat voor alle leerlingen het recht op onderwijs garandeert: voor leerlingen met gedragsproblemen, voor leerlingen zonder verblijfsvergunning, voor hoogbegaafde leerlingen. Er moet fors geïnvesteerd worden om voortijdig schoolverlaten te voorkomen; de school blijft verantwoordelijk voor leerlingen die het onderwijs voortijdig verlaten. Scholen worden veilige, schone en pestvrije plekken voor alle kinderen.


c. Commentaar van het Kinderrechtencollectief
De zoekterm 'kinderrechten' wordt op de website van het Ministerie van OCW niet gevonden. Dat is symbolisch voor de geringe doorwerking van kinderrechten in het onderwijs: bestel, beleid, uitvoering, op ministerieel niveau en op schoolniveau. Het bijzondere zijlicht dat de kinderrechtendimensie kan bieden aan de onderwijsontwikkeling moet in de komende periode worden uitgebouwd. Op drie manieren: recht op onderwijs voor álle groepen kinderen en jongeren, een kinderrechtenvriendelijk schoolklimaat (inclusief inspraak van leerlingen) en een stimulans voor kinderrechteneducatie (in het kader van burgerschapsvorming).


3. Aanpak jeugdcriminaliteit
a. Coalitieakkoord
De aanpak van de groeiende jeugdcriminaliteit vergt een bijzondere inzet ('lik op stuk' aanpak, uitbreiding sancties en gerichte aanpak risicogroepen, preventie door opvoedingsondersteuning, coaching, het voorkomen van schooluitval en het kordaat reageren op spijbelen).
Ouders worden wettelijk aansprakelijk voor schade die hun minderjarige kinderen aanrichten.


b. 10 punten-plan van het Kinderrechtencollectief
EEN CREATIEVE AANPAK VAN JEUGDCRIMINALITEIT (punt 4): Meer herstellen en minder straffen. Investeer in HALT om de effectiviteit te vergroten. Opsluiten van minderjarigen mag slechts gebruikt worden als laatste redmiddel. Er dient fors geïnvesteerd te worden in de kwaliteit en (interne) veiligheid van de gesloten jeugdinrichtingen.


c. Commentaar van het Kinderrechtencollectief
Een goed jeugdstrafrecht voldoet aan ten minste drie stelregels:
1. Jongeren hebben recht op een adequate reactie bij onaanvaardbaar gedrag;
2. Het jeugdstrafrecht heeft een pedagogische dimensie;
3. Van je fouten moet je leren.
In de jeugdcriminaliteitnota's van Kalsbeek (2001) en Donner (2002) stond het punitieve karakter van het jeugdstrafrecht voorop, al was er ook aandacht voor preventie. Het is tijd voor een duidelijke herstelrechtbenadering. Er zijn nog nooit zo veel minderjarigen opgesloten; het beleid moet gericht op een effectieve vermindering van dit aantal.


4. Arme kinderen
a. Coalitieakkoord
Er wordt gestreefd naar een evenwichtige inkomensontwikkeling, met bijzondere aandacht voor kwetsbare groepen, huishoudens met kinderen en de middengroepen.
Er dient in de eerste plaats acht te worden geslagen op de vaste lasten die samenhangen met wonen (huur), zorg en kinderen en de daarop geënte toeslagen.
Verzilvering van de kinderkorting wordt mogelijk gemaakt.


b. 10 punten-plan van het Kinderrechtencollectief
ARME KINDEREN VERDIENEN EEN INVESTERING (punt 1): Ruim 10% van de kinderen in Nederland leeft op of onder de armoedegrens. De ontwikkeling van deze kinderen wordt bedreigd. Dit geldt vooral voor kinderen zonder verblijfstatus: zij zijn op geen enkele wijze verzekerd van minimumlevensvoorwaarden. Maak, om te beginnen, de kinderbijslag kostendekkend voor gezinnen met een minimuminkomen.


c. Commentaar van het Kinderrechtencollectief
Er is zichtbaar meer aandacht voor de inkomenspositie voor gezinnen met kinderen in het coalitieakkoord. Terecht. Het blijft onduidelijk wat de precieze uitwerking van deze intenties is. Er zou gestreefd kunnen worden naar een halvering van het percentage van 10% van kinderen die met armoede te maken hebben.


5. Vreemdelingenbeleid
a. Coalitieakkoord
Er komt een eenmalige regeling voor asielzoekers die voor 1 april 2001 asiel hebben aangevraagd en nog geen verblijfsvergunning hebben. De AC-procedure wordt verbeterd. Het quotum voor uitgenodigde vluchtelingen wordt verbeterd.


b. 10 punten-plan van het Kinderrechtencollectief
EEN KINDVRIENDELIJK VREEMDELINGENBELEID (punt 5): Kinderen die in Nederland zijn ingeburgerd moeten kunnen blijven (mét hun ouders). Kinderen mogen niet in vreemdelingenbewaring en niet gedwongen gescheiden worden van hun ouders. Zorg voor goede basisvoorzieningen (onderwijs, gezondheidszorg, hulpverlening) voor alle 'illegale' kinderen. De kinderbescherming moet voorrang krijgen boven het vreemdelingenbeleid. AMA's moeten dezelfde zorg krijgen als andere kinderen in Nederland die niet thuis kunnen wonen.


c. Commentaar van het Kinderrechtencollectief
Het Kinderrechtencollectief (KRC) juicht het generaal pardon, zoals de eenmalige regeling bij het algemene publiek bekend is, van harte toe. Wel is het zaak dat de uitvoering snel én ruimhartig gebeurt. Omdat de uitwerking nog niet bekend is, verkeren vele kinderen in onzekerheid. Het KRC is bezorgd over de eenzijdige focus op asielzoekerskinderen bij deze regeling. Er zijn ook kinderen die op andere gronden naar Nederland zijn gekomen en na een jarenlange procedure nog altijd een illegaal bestaan leiden. Met het oog op het belang van het kind, pleit het KRC voor een verblijfsrecht voor alle illegale kinderen die langer dan vijf jaar in Nederland zijn.


Het KRC vindt dat kinderen niet in een AC-procedure gehoord moeten worden omdat daar te weinig tijd en deskundigheid is om op een kindvriendelijke wijze te horen. Het KRC moedigt de regering aan om bij de selectie van uitgenodigde vluchtelingen speciaal te letten op vluchtelingenkinderen in uiterst  kwetsbare posities zoals gehandicapte of getraumatiseerde kinderen. Het KRC betreurt het dat in het coalitieakkoord niet is opgenomen dat kinderen niet meer in vreemdelingenbewaring gezet worden, hetgeen de coalitiepartijen wel in hun partijprogramma's hadden opgenomen.


6. Ontwikkelingssamenwerking
a. Coalitieakkoord
Er wordt een strategie ontwikkeld om de achterstand in het behalen van de Millennium Ontwikkelingsdoelen (Millennium Development Goals, MDGs) te verkleinen.


b. Het 10 punten-plan van het Kinderrechtencollectief
KINDEREN VOOROP IN ONTWIKKELINGSSAMENWERKING (punt 8): Er dient een herkenbaar en toetsbaar kinderbeleid binnen ontwikkelingssamenwerking te komen met als prioriteiten: onderwijs, gezondheidszorg (met daarbij extra aandacht voor de problematiek van HIV en aids), kinderbescherming en bestrijding van misbruik en uitbuiting van kinderen in de vorm van kinderarbeid, kinderhandel, jeugdprostitutie, straatkinderen en in gewapende conflicten. Nederland moet een frontrunner worden voor kinderen in ontwikkelingslanden.


c. Commentaar van het Kinderrechtencollectief
Vijf van de acht MDGs zijn mede kindgerelateerd (reductie armoede, bevordering basisonderwijs, gelijkheid mannen en vrouwen, verlagen kindersterfte, reductie moedersterfte). Mede hierom, maar op basis van de verplichtingen van het VN-kinderrechtenverdrag en het Outcome Document van de VN-Kindertop van mei 2002, moet dit leiden tot herkenbaar en toetsbaar kinderbeleid binnen ontwikkelingssamenwerking. Er is geen bezwaar tegen mainstreaming van het beleid, zolang er maar voldoende ruimte is voor aandacht voor the left behind's. Zonder bijzondere aandacht lopen kinderen het risico buiten bereik van het beleid te blijven, zeker kinderen in bijzonder moeilijke omstandigheden, zoals kinderen met een handicap, kindsoldaten, werkende kinderen, seksueel uitgebuite kinderen en kinderen in gevangenissen. De herkenbaarheid en toetsbaarheid van kinderrechten binnen ontwikkelingssamenwerking zou versterkt kunnen worden door de introductie van een kinderrechtentoets.


IV.  OVERIGE JEUGDBELEIDTHEMA'S UIT HET COALITIEAKKOORD


Er staan een aantal thema's en onderwerpen in het coalitieakkoord die niet worden aangestipt in het 10 punten-plan van het Kinderrechtencollectief.


Jeugdvoorzieningen op gemeentelijk niveau
Gemeenten hebben de taak coördinatie te voeren over wonen, werken, onderwijs en jeugd- en ouderenvoorzieningen. Deze integrale samenhangende aanpak zal vanuit het Rijk worden ondersteund met ook daar een samenhangende interdepartementale benadering.


Coffeeshops in de buurt van scholen
Ten aanzien van jongeren wordt een krachtig preventiebeleid gevoerd. Coffeeshops bij scholen worden gesloten en coffeeshops in de grensstreek worden tegengegaan.


Kinderhandel en jeugdprostitutie
Het is nodig om in de prostitutiebranche meer controle en meer persoonlijke aansprakelijkheid (met inbegrip van aanpak van klanten van minderjarige en van illegale prostituees) toe te passen. Zo nodig wordt de wet aangepast.


Antilliaanse jongeren
In dat kader zullen er nadere afspraken komen met de Nederlandse Antillen onder andere met betrekking tot de handhaving van de sociale vormingsplicht op de Nederlandse Antillen ten einde de problemen van en met Antilliaanse probleemjongeren aan te pakken.


Cultuur
Cultuureducatie blijft de komende jaren een prominente plaats innemen in het onderwijs- en kunstbeleid. Zij brengt jongeren in contact met onderliggende waarden in de samenleving, historische lijnen en leert ze om kunst te waarderen en te beoordelen.


Media
Media-aanbieders en andere belangstellenden zullen worden gestimuleerd een gedragscode voor een veilig media-aanbod te hanteren. Er komt een media-educatie en expertisecentrum om kinderen en jongeren, hun ouders en scholen te ondersteunen in het leren omgaan met de veelheid van media-uitingen.


Bevordering gezond gedrag van kinderen en jongeren
Ook scholen en de Centra voor Jeugd en Gezin kunnen een voorname rol spelen in het preventiebeleid. In dit licht worden nadere afspraken gemaakt over opvoedingsondersteuning, voedingsvoorlichting, gymnastiek- en zwemlessen, stimulering van sportbeoefening en verkoop van snacks en zoetwaren op school.


Alternatieven voor zwangerschapsonderbreking en de positie van tienermoeders
Als alternatief voor abortus kan worden gedacht aan verruiming van adoptiemogelijkheden, hulpverlening en begeleiding, en ondersteuning van initiatieven gericht op opvang van ongewenst zwangere tieners.
Goede seksuele voorlichting is van belang om ongewenste zwangerschappen te voorkomen. Ouders dragen daarvoor verantwoordelijkheid, maar ook scholen mogen gevraagd worden daaraan een bijdrage te leveren.


Commentaar van het Kinderrechtencollectief
In deze fase van de beleidsdiscussie volstaan wij er kennis van te nemen. In een later stadium, ook wanneer meer uitgewerkte voorstellen ter tafel liggen, zullen wij hierop vanuit het perspectief van het Internationale Verdrag inzake de Rechten van het Kind reageren.


V. KINDERRECHTENTHEMA'S DIE ONTBREKEN IN HET COALITIEAKKOORD


1.  Aanpak kindermishandeling
10 punten-plan van het Kinderrechtencollectief
EEN AANVALSPLAN TEGEN KINDERMISHANDELING (punt 2): Er worden nog steeds heel veel kinderen mishandeld, (seksueel) misbruikt, verwaarloosd en uitgebuit. Er gebeurt nog steeds te weinig. De Advies- en Meldpunten Kindermishandeling moeten beter uitgerust worden om op verantwoorde en deskundige manier te reageren op de meldingen. Er mogen geen wachtlijsten zijn voor hulp aan kinderen die slachtoffer zijn van kindermishandeling. Iedereen die met en voor kinderen werkt behoort voldoende deskundigheid te hebben om te weten hoe te reageren bij kindermishandeling. De preventie van kindermishandeling, met name in de vorm van opvoedingsondersteuning, dient fors te worden ontwikkeld.


Commentaar van het Kinderrechtencollectief
Het onderzoek naar de omvang van het probleem van kindermishandeling levert – naar verwachting – een zeer verontrustend beeld op. Het zal de noodzaak van een aanvalsplan bevestigen. Het rapport van de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties, opgesteld door de speciale deskundige Pinheiro, over violence against children (gepubliceerd in oktober 2006) is een inspirerend en verplichtend document met gevolgen voor zowel het Nederlandse binnenlandse beleid als voor het Nederlandse beleid inzake buitenlandse zaken en ontwikkelingssamenwerking. De zes guiding principles en de twaalf overarching recommendations geven een uitstekend kader voor het Nederlands beleid.
De introductie van de nieuwe wet die kinderen een geweldloze opvoeding moet garanderen is een uitstekende gelegenheid om een krachtig voorlichtingsinitiatief, ook gericht op kinderen, van de grond te tillen.


2. Speelruimte
10 punten-plan van het Kinderrechtencollectief
RUIMTE VOOR SPELEN VOOR DE JEUGD (punt 6): Als onderdeel van een breed jeugdbeleid moet er een actief, inventief en uitnodigend aanbod aan vrijetijdsvoorzieningen komen voor alle kinderen en jongeren: openbare speelruimte, sport en cultuur. Investeer in kinderen en jongeren, óók daar waar het met hen goed gaat. Geef het jeugdwerk een nieuwe impuls. Het vrijetijdsbeleid voor de jeugd moet landelijk opnieuw op de agenda komen.


Commentaar van het Kinderrechtencollectief
Gemiddeld 52 kinderen per hectare georganiseerde speel- en sportruimte is het getal dat in het Databoek van Kinderen in Tel in maart 2007 is gepresenteerd. Het zou het nieuwe kabinet sieren op dit terrein een ambitieus streefcijfer vast te leggen. Garanties voor speelruimte zijn noodzakelijk, gezien de druk die er is op de beschikbare ruimte op lokaal niveau; stimuleer het ontwikkelen van (gemeentelijk) speelruimtebeleid.


Het is nog niet duidelijk welke gevolgen het opgaan van de Welzijnswet in de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO) per 1 januari 2007 heeft voor de voorzieningen die – vanuit een preventieve functie – kinderen en jongeren speelmogelijkheden bieden in de buurt in hun vrije tijd. Niet alleen het prestatieveld 'jeugd', maar ook het prestatieveld 'leefbaarheid en sociale samenhang' is voor kinderen en jongeren van belang.


Het is voor gemeenten een uitdaging om in de WMO ook een gelegenheid te zien om te investeren in speelruimte, jeugdwerk en andere vrijetijdsvoorzieningen voor kinderen en jongeren in de buurt.

Niet alleen aandacht voor onderwijs, jeugdzorg, sport en (kinder)opvang, maar ook voor structurele voorzieningen die kinderen en jongeren nodig hebben voor hun vrije tijd en spel in de buurt waarin zij opgroeien. Niet allen vanwege de economische noodzaak om meer vrouwen aan het arbeidsproces te laten deelnemen, of om de wachtlijsten in de jeugdzorg in te korten, maar om kinderen de mogelijkheden te bieden die zij nodig hebben naast school en thuis. Of krijgen kinderen en jongeren pas aandacht als ze (dreigen) opvallen door ongewenst gedrag?


Amsterdam, maart 2007


Klik hier voor het 10-puntenplan.


Nieuwsbrief

Blijf op de hoogte van het laatste nieuws
en lees de gratis nieuwsbrief.

MELD U AAN


Tweets


Defence for Children wordt gesteund door

NPL logo 2013 .png ministerie.png Plan.jpg kinderpostzegels.png Unicef_logo_pos_payoff.jpg ministerie2.png logo-zonnigejeugd.png logo daphne.jpg tellme_03.jpg logo EU.jpg

Volg ons
Twitter Facebook RSS
Right Anbi