13 april 2007
Brief aan de gemeenteraad en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Haarlem
Geachte college en geachte leden van de gemeenteraad in Haarlem,
Defence for Children International heeft met zorg kennisgenomen van de informatie uit de brief die een aantal organisaties en advocaten in Haarlem aan u hebben gestuurd over de nieuwe afstemmingsverordening Wet Werk en Bijstand. Door het volledig stopzetten van de bijstandsuitkering dreigen er kinderen in Haarlem (ver onder) onder het bestaansminimum te raken. Defence for Children wijst met dit schrijven op de verplichtingen die, ook voor het bestuur van Haarlem, voortvloeien uit het Internationale Verdrag inzake de Rechten van het Kind (IVRK).
Artikel 3, lid 1 IVRK bepaalt dat de belangen van het kind een eerste overweging moeten vormen bij alle maatregelen die kinderen betreffen. Artikel 3, lid 2 IVRK geeft de staat de verplichting om het kind te verzekeren van bescherming en zorg die nodig zijn voor het welzijn van het kind. Bij besluiten in het kader van de afstemmingsverordening Wet Werk en Bijstand dienen de belangen van de betrokken kinderen een primaire overweging te vormen. Het gaat in dit geval om fundamentele rechten, het recht op de basale voorzieningen, zoals die ook beschermd worden door artikel 27 van het IVRK. Deze belangen dienen afgewogen te worden tegen het doel van de afstemmingsbevordering: het bevorderen van de arbeidsparticipatie van hun ouders.
Artikel 27 IVRK geeft kinderen recht op een levensstandaard die 'toereikend is voor de lichamelijke, geestelijke, intellectuele, zedelijke en maatschappelijke ontwikkeling van het kind'. Ouders hebben de primaire verantwoordelijkheid om voor die levenstandaard te zorgen (lid 2) en staten nemen passende maatregelen – bijvoorbeeld door het geven van materiële bijstand en ondersteuning - om ouders te helpen dit recht te verwezenlijken (lid 3). Voeding, kleding en huisvesting vallen onder dit artikel.
Artikel 4 IVRK geeft de staat de opdracht om alle passende wettelijke, bestuurlijke en andere maatregelen te nemen om de rechten uit het IVRK te verwezenlijken. Voor de economische, sociale en culturele rechten wordt daarbij de aantekening gemaakt dat staten de gewenste maatregelen moeten nemen voor zover hun middelen dit toelaten. In een welvarend land als Nederland is een beperking van voorzieningenrechten voor kinderen onaanvaardbaar. De afstemmingsverordening Wet Werk en Bijstand zoals die nu klaarblijkelijk werkt in Haarlem, is een maatregel die de rechten van Haarlemse kinderen inperkt in plaats van bevordert.
Defence for Children vindt het onacceptabel dat kinderen in Haarlem onder het bestaansminimum dreigen te komen doordat hun ouders gestraft worden voor het niet nakomen van hun verplichtingen onder de Wet Werk en Bijstand. Samen met andere non-gouvernementele organisaties werkt Defence for Children aan de derde schaduwrapportage over de implementatie van het Kinderrechtenverdrag in Nederland. Het feit dat kinderen zonder verblijfsvergunning geen toereikende levenstandaard wordt geboden in Nederland zal een belangrijk punt van zorg gaan worden in deze rapportage. Het zou buitengewoon pijnlijk zijn als we deze zorg moeten verbreden naar andere kinderen in Nederland, kinderen in de bijstand.
Defence for Children hoopt met dit schrijven u te hebben overtuigd van de noodzaak kinderen de speciale bescherming te bieden waar zij op grond van het Kinderrechtenverdrag recht op hebben en ervoor te zorgen dat hun ouders de minimale inkomsten hebben die nodig zijn om een toereikende levenstandaard te garanderen. Ook de kinderen in Haarlem vallen immers onder de reikwijdte van dit verdrag.
Met vriendelijke groet,
namens mr Stan Meuwese,
directeur van Defence for Children International Nederland.
Mr drs Carla van Os.
© 2009 Defence for Children International Nederland - All rights reserved.