© Powered by SiteSpirit

 

logo_DFC_03.png


 


Een minister voor kinderrechten

30 maart 2007


tweede-kamer-stoeltjes.jpg

Hé, het woord kinderrechten komt niet voor in het regeerakkoord van het eerste kabinet met een minister voor Jeugd en Gezin. Is dit een misverstand, onbegrip of onwil? Het valt niet mee politici duidelijk te maken dat kinderrechten en jeugdbeleid nagenoeg samenvallende begrippen zijn. Kinderrechten is niet synoniem aan de rechtspositie van minderjarigen. Ik moet eerlijk zeggen, dat ik zelf ook wel in die semantische val ben getrapt. Nauwkeurige lezing van het Internationale Verdrag inzake de Rechten van het Kind (IVRK) kan niet vaak genoeg worden aanbevolen, liefst hardop. Ik doe het graag met studenten, als ik de eer heb een gastcollege voor studenten te verzorgen. In het bijzonder als het geen juridische studenten zijn. Wie de IVRK-tekst leest merkt dat bijna ieder artikel begint met de frase: 'de staten die partij zijn'. En die staat moet de rechten van kinderen respecteren en garanderen. De staten moeten passende maatregelen nemen over alles dat kinderen en jongeren moet beschermen. En staten dienen te zorgen voor participatie. Er is maar weinig taalkundige en staatsrechtelijke fantasie voor nodig om het woord 'staat' gewoon te vervangen door 'overheid'. Het kinderrechtenverdrag gaat dus niet over kinderrechten, maar over jeugdbeleid.


Staten die partij zijn:
Respecteren…..
Garanderen…..
Nemen passende maatregelen…..


* Kinderrechten is meer dan de rechtspositie van minderjarigen.


* Kinderenrechten en jeugdbeleid zijn samenvallende begrippen
 (plus ontwikkelingssamenwerking).


Dhr. Rouvoet is de eerste minister voor jeugdbeleid sinds de functie van minister in Nederland is ingevoerd, tegelijk met het koninkrijk in 1806, onder Lodewijk Napoleon. Het waren toentertijd maar een paar ministers: Justitie, Binnenlandse Zaken, Buitenlandse Zaken en Oorlog (leger en marine vaak apart). De meeste huidige ministeries zijn in de loop van de eeuwen afgesplitst van Binnenlandse Zaken.
Jeugdbeleid was vlak na de Eerste Wereldoorlog 'vorming buiten schoolverband', educatieve en recreatieve activiteiten voor de 'leerplichtvrije jeugd' en als zodanig ondergebracht bij het Ministerie van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen. Jeugdvorming ging in 1966 mee bij de oprichting van het Ministerie van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk onder leiding van Marga Klompé.


Twee eeuwen jeugdbeleid:
1806  Van der Palm, eerste nationale minister van onderwijs
1874  Kinderwetje Van Houten
1900  Leerplichtwet
1901  Drie kinderbeschermingswetten
1919  Arbeidswet
1945  Nederlandse Jeugdgemeenschap
1969  Cower-nota: Subsidiering jeugdwerk
1971  Rapport Wiarda over rechtspositie minderjarigen
1974  Commissie-Mik: samenhangend jeugdwelzijn
1980  Raad voor het Jeugdbeleid (tot 1996)
1992  Wet op de Jeugdhulpverlening
2005  Wet op de Jeugdzorg
2007  Wet Maatschappelijke Ondersteuning


Deze ontwikkeling weerspiegelt de belangrijkste bouwstenen van het jeugdbeleid.


Vier pijlers van het jeugdbeleid:
1. Jeugdwelzijn (CRM, WVC, VWS)
2. Kinderbescherming (Justitie)
3. Onderwijs (OKW, O&W, OCW)
4. Werkgelegenheid  SZ, SZW
Plus:
- Huisvesting (VROM)
- Verkeer (V&W)
- Krijgsmacht (Defensie)
inmiddels zonder dienstplicht, maar plus kinderopvang


Het jeugdbeleid (geleidelijk van heel veel jeugdrecreatie in het begin tot alleen maar jeugdzorg nu) was achtereenvolgens de zorg van een reeks ministers en staatssecretarissen:
1966-1971 minister Marga Klompé (kabinet Zijlstra en De Jong)
1971-1973 staatssecretaris Henk Vonhoff (kabinet Biesheuvel)
1973-1977 staatssecretaris Wim Meijer (kabinet Den Uyl)
1977-1981 staatssecretaris Jeltien Kraaijeveld-Wouters (kabinet Van Agt-Wiegel)
1981-1982 staatssecretaris Hans de Boer (kabinet Van Agt-Den Uyl)
1982         minister Hans de Boer (kabinet Van Agt III)
1982-1989 minister Elco Brinkman (kabinet Lubbers I + II)
1989-1994 minister Hedy d'Ancona (kabinet Lubbers-Kok)
1994-1998 staatssecretaris Erica Terpstra (kabinet Kok I)
1998-2002 staatssecretaris Margot Vliegenthart (kabinet Kok II)
2002-2007 staatssecretaris Clémence Ross-van Dorp (kabinet Balkenende I+ II + III)


Maar al deze bewindspersonen, of ze nu minister of staatssecretaris waren, hadden ook andere portefeuilles, die leuker (sport) of belangrijker (welzijn, volkgezondheid) waren. En dus hing jeugdbeleid er altijd maar een beetje bij.


In het buitenland zijn de volgende ministers rondom jeugdbeleid:
- Duitsland: Das Bundesministerium für Familie, Senioren, Frauen und Jugend (BMFSFJ).
- Frankrijk: Le Ministère de la Jeunesse, des Sports et la Vie associative.
- Engeland (samen met Wales): The Minister of State for Children and Families of the Department for Education and Skills.
- Vlaanderen: Vlaams minister van Cultuur, Jeugd, Sport en Brussel.


Een koppeling jeugd en gezin vindt in ieder geval wel enige Europese weerklank.
Voor de fijnproevers: Nederland heeft dus nu een Programmaminister voor Jeugd en Gezin die in het ministeriegebouw een kamer heeft naast de Minister van Volkgezondheid, Welzijn en Sport.


De programmaminister Jeugd en Gezin gaat - volgens de officiële portefeuilleverdeling - over de volgende beleidsterreinen:
Dertien beleidsterreinen van de programmaminister:
a.  Integraal jeugdprogramma;
b.  Integraal toezicht jeugd en Jeugdmonitor, elektronisch kinddossier;
c.  Zorg in gemeentelijk en preventieve domein (onder andere centra jeugd en gezin en zorg in de school);
d.  Zorg in provinciale domein o.m. bureaus jeugdzorg;
e.  AWBZ: Jeugd GGZ, JVG, LVG;
f.  Jeugdgerelateerd deel WMO;
g.  Gezinsvoogdij;
h.  Integratie indicatiestellingen;
i.  Jeugdbescherming;
j.  Pilots onwillige jongeren;
k.  Jeugddeel arbeidsmarkt;
l.  Kindgerelateerde financiële regelingen waaronder het kindgebonden budget;
m.  Gezinsbeleid, gezinsnota.


Probeer een voorstelling te maken van het ambtelijk gekrakeel achter de volgende zinnen:
- Deze beleidsterreinen (en budgetten en dienstonderdelen) van de ministeries van VWS, Justitie, OCW en SZW worden ondergebracht in het programma.


- De programmaminister voor Jeugd en Gezin heeft medebetrokkenheid bij het beleid ten aanzien van de WMO, AWBZ, Kinderopvang, voorschoolse opvang, jeugddetentie en jeugdreclassering, leerling gebonden financiering, de TOG-regeling en preventie SZW.
Bron: portefeuillebesluit kabinet Balkende IV


De winst is duidelijk, het gaat uitdrukkelijk niet alleen om VWS-achtig beleid. Jeugdbescherming valt er ook onder. Waar de grenzen precies liggen is nog niet uitgebalanceerd. Wat stelt de term medebetrokkenheid voor? Is dat iets anders dan medeverantwoordelijkheid? De justitiële jeugdinrichtingen vallen – zo te zien – niet binnen het mandaat van de programmaminister. Wordt vervolgd.


Lees ook de relevante websites en let op het verschil (info dd 26 maart 2007):
website www.minvws.nl
'Het ministerie van VWS is verantwoordelijk voor het jeugd- en gezinsbeleid. Hieronder vallen onder meer het lokaal (preventief) jeugdbeleid, jeugdparticipatie, jeugdzorg en pleegzorg'.


website www.jeugdengezin.nl
'Het programmaministerie voor Jeugd en Gezin bevindt zich in het gebouw van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS)'....'Daarom is er nu één programmaminister voor Jeugd en Gezin: André Rouvoet. Hij is verantwoordelijk voor de samenhang in het jeugd- en gezinsbeleid. Hij werkt vanuit zijn eigen 'virtuele' ministerie, maar werkt nauw samen met andere ministeries die met jeugd te maken hebben.'


Wat zijn de belangrijkste beleidsterreinen? Lees het regeerakkoord: een dozijn actiepunten:
1. Kindgebonden budget;
2. Meer geld voor alleenverdieners met zorg voor zieke of gehandicapte kinderen of pleegkinderen;
3. Verruiming van ouderschapsverlof;
4. Geen sollicitatieplicht voor ouders met kinderen tot vijf jaar;
5. Zwangerschapsregeling voor zelfstandigen;
6. Versterking van kinderopvang, peuterspeelzalen en vroegschoolse educatie;
7. Oprichting van Centra voor Jeugd en Gezin;
8. Regeling van snellere ondertoezichtstelling;
9. Aandacht voor gevolgen van echtscheiding voor kinderen;
10. Maatschappelijke stage voor jongeren;
11. Invoering elektronisch kinddossier;
12. Leer/werkplicht voor jongeren tot 27 jaar.


Er is nu een minister voor Jeugd en Gezin. Maar let op: de verdwenen bewindspersonen:
* de minister voor bestuurlijke vernieuwing
* de minister voor vreemdelingenzaken
* de staatssecretaris voor emancipatie
* de staatssecretaris voor de publiekrechtelijke organisatie
* de minister voor koloniën
* de minister van grote stedenbeleid
* de minister van wederopbouw
* de minister van terugkeerbeleid
* de minister van bescherming bevolking (BB)
* de minister van eredienst


Al deze bewindspersonen zijn verdwenen. Opgelost. Maar is hun taak opgelost in een brede portefeuille of is het probleem in de samenleving opgelost?


Is André Rouvoet, de eerste en enige minister voor kinderrechten?


Stan Meuwese,
Directeur Defence for Children International


Nieuwsbrief

Blijf op de hoogte van het laatste nieuws
en lees de gratis nieuwsbrief.

MELD U AAN


Tweets


Defence for Children wordt gesteund door

NPL logo 2013 .png ministerie.png Plan.jpg kinderpostzegels.png Unicef_logo_pos_payoff.jpg ministerie2.png Save the Children logo vierkant 2.jpg logo daphne.jpg tellme_03.jpg logo EU.jpg

Volg ons
Twitter Facebook RSS
Right Anbi