22 augustus 2006
De PvdA en een tiental landelijke belangenorganisaties op het gebied van onderwijs zijn niet langer van plan genoegen te nemen met halve toezeggingen van de minister van Onderwijs om de wachtlijsten in het Speciaal Onderwijs op te heffen. Zij hebben de handen ineen geslagen en eisen van de minster dat kinderen die op wachtlijsten staan, en als gevolg daarvan vaak thuis komen te zitten, een plek krijgen op een geschikte school. Dat stelt PvdA woordvoerder Speciaal Onderwijs Angelien Eijsink, mede namens de tien organisaties, waaronder Defence for Children International Nederland, op dinsdag 22 augustus tijdens de presentatie van haar actieplan 'Onderwijs is Kinderrecht' in Bilthoven.
De PvdA vindt het ontoelaatbaar dat deze kinderen vaak maanden moeten wachten op een plekje in het Speciaal Onderwijs. Dit gaat regelrecht in tegen de leerplicht. 'Drie maanden wachten op een plek is wettelijk het maximum. In de praktijk zitten kinderen vaak minstens een half jaar thuis. Dat moet veranderen. Kinderen met leer- of gedragsproblemen hebben net als elk ander kind recht op onderwijs. Er geldt voor alle kinderen immers een leerplicht. Minister Van der Hoeven moet haar verantwoordelijkheid nemen', aldus Angelien Eijsink.
Ieder kind heeft recht op passend onderwijs. Dit recht is vastgelegd in het Internationaal Verdrag voor de Rechten van het Kind (IVRK) waarbij 192 landen, waaronder Nederland, partij zijn. Hierin staat dat het kindgerichte onderwijs zoveel mogelijk de persoonlijkheid, talenten en geestelijke en lichamelijke vermogens van het kind dient te ontplooien. Helaas wordt er niet voor elk kind aan dit recht voldaan. De volgende problemen zijn in het actieplan aangekaard: problemen in het speciaal onderwijs, thuiszitters en leerlingenvervoer.
Problemen in speciaal onderwijs
Voor kinderen met een ernstige lichamelijke of zintuiglijke handicap, die langdurig ziek zijn, gedragsproblemen hebben, zeer moeilijk leren of zeer moeilijk opvoedbaar zijn, bestaat er speciaal onderwijs. Drie beleidslijnen zijn de afgelopen jaren ingezet om het onderwijs aan leerlingen met specifieke leer- en zorgbehoeften vorm te geven. Dat zijn Weer Samen Naar School (WSNS), de Regionale Expertise Centra (REC's) en sinds augustus 2003 de Leerlinggebonden Financiering (LGF). Ze zijn erop gericht om leerlingen de beste kansen te geven ofwel in het reguliere ofwel in het speciaal onderwijs. Er zijn echter de volgende knelpunten:
- Uit de rapporten van de onderwijsinspectie blijkt dat de kwaliteit van speciaal onderwijs aan gehandicapte kinderen ontoereikend is.
- Enkele duizenden kinderen met een verstandelijke beperking met een zeer laag ontwikkelingsniveau hebben geen toegang tot onderwijs, maar worden opgevangen en verzorgd in dagverblijven.
- Kinderen met een laag ontwikkelingsniveau, die wel in het speciaal onderwijs zijn terechtgekomen, kunnen gezien de bekostigingsformule niet voldoende begeleiding krijgen op deze scholen. Ze lopen de kans van deze scholen verwijderd te worden.
- Het speciaal onderwijs bereidt kinderen niet voor op hoger voortgezet onderwijs.
Bron: rapport 'Rights of people with intellectual disabilities: access to education and employment in the Netherlands'. Het rapport is geschreven door Jacqueline Schoonheim verbonden aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit van Maastricht en opgesteld door het Open Society Institute (OSI).
Thuiszitters
Naast de hierboven genoemde problemen in het speciaal onderwijs is er nog een groot probleem: de thuiszitters. Er zitten op dit moment meer dan 2000 kinderen thuis om uiteenlopende redenen. Het GION schrijft zelfs dat per schooljaar 2.500 à 5.000 leerlingen thuiszitter kunnen worden genoemd. Deze kinderen hebben met elkaar gemeen dat zij wel naar school willen, maar dat er geen plek is of dat geen enkele school ze wil hebben.
Er is inmiddels een aantal besturen dat heeft besloten geen leerlingen meer aan te nemen. Soms omdat de financiële middelen ontbreken, soms omdat er geen (deskundig) personeel is te vinden. Gevolg hiervan is dat de wachtlijsten gaan groeien en kinderen gedwongen thuis komen te zitten.
Leerlingen met autisme die het niet redden in het reguliere onderwijs, vallen te vaak ook buiten de boot in het speciaal onderwijs. Op dit moment bestaat er binnen het speciaal onderwijs nog steeds te weinig autisme-expertise. Daarnaast is autisme geen eigenstandige grond voor een indicatie voor speciaal onderwijs
Thuiszitters zijn niet alleen kinderen die naar het speciaal onderwijs (moeten) gaan. Ook hoogbegaafde kinderen zitten thuis, zij komen niet in aanmerking voor een rugzakje (leerlinggebonden financiering). De hoge kosten voor een passende school voor deze kinderen komen dan ook voor rekening van de ouders. Indien hoogbegaafde kinderen niet de juiste begeleiding krijgen op school, kunnen zij gedemotiveerd raken en niet meer naar die school willen. Bij gebrek aan passend onderwijs en geld zien de ouders zich genoodzaakt om hun kind dan thuis te houden.
Vervolgens is er nog een groep kinderen met ernstige gedragsproblemen die van school zijn verwijderd en door andere scholen geweigerd worden. Scholen kunnen leerlingen niet puur vanwege leerprestaties verwijderen, maar wel op grond van gedragsproblemen. Doordat zij op geen enkele school meer welkom zijn, zitten ook zij thuis.
Leerlingenvervoer
Door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) zijn de volgende knelpunten met betrekking tot het leerlingenvervoer naar voren gebracht die tot de sterke kostenstijging zouden leiden:
1. toename leerlingenaantallen in het speciaal onderwijs,
2. verschuiving medische kosten in vervoer,
3. recht op onderwijs aan laag functionerende kinderen,
4. begeleiding in het aangepast vervoer.
De VNG merkt daarover op dat deze ontwikkelingen niet hebben geleid tot extra middelen naar het gemeentefonds.
Standpunten in actieplan
De minister is verantwoordelijk voor handhaving en uitvoering van de wet,
Het bekostigingssysteem moet worden aangepast en financiële middelen moeten adequaat worden besteed,
Het leerlingenvervoer moet beter worden geregeld. Bij het leerlingenvervoer geldt nu voor het bieden van passend vervoer een leeftijdsgrens van 9 jaar. Kinderen met beperkingen zouden tot 12 jaar recht moeten hebben op passend vervoer. Na 12 jaar zouden individuele situaties zorgvuldig beoordeeld moeten worden door een deskundige.
Het aantal leerkrachten voor speciaal onderwijs (werkzaam in reguliere en speciale setting) moet worden uitgebreid,
Leerkrachten in het regulier onderwijs die werken met kinderen met problemen moeten in staat worden gesteld om zich voor die taak verder te bekwamen,
Het beslissingssysteem en het planningssysteem dienen in evenwicht te worden gebracht. Dit kan door over te stappen van een bekostiging op basis van de leerlingenaantallen van het voorafgaande jaar naar een bekostiging op basis van de actuele stand van zaken van de leerlingenaantallen,
Bij het nemen van de beslissing welk onderwijs een kind nodig heeft moet men zich laten leiden door de bepaling uit artikel 12 van het Internationaal Verdrag voor de Rechten van het Kind: het recht van een kind om zijn mening te geven in alle aangelegenheden die hem of haar betreffen, in overeenstemming met zijn of haar leeftijd en rijpheid.
De organisaties die de actie ondersteunen zijn:
Algemene Onderwijsbond (AOb), Chronisch Zieken en Gehandicapten Raad Nederland (CG-Raad), Onderwijsbonden CNV, Defence for Children International Nederland, Federatie van Ouderverenigingen (FvO), Jonge Socialisten (JS), Nederlandse Vereniging voor Autisme (NVA), Vereniging Balans, Landelijke Vereniging Cluster 3 (LVC3), Landelijke Vereniging Cluster 4 (LVC4), Ouderorganisatie Doc 4 - Cluster 4.
Voor meer informatie zie: http://www.angelieneijsink.pvda.nl/
© 2009 Defence for Children International Nederland - All rights reserved.