19 maart 2007
Mooi dat er een minister voor Jeugd en Gezin komt, maar de rechten van het kind vragen ook om een ombudsman zeggen Maarten Bijl en Stan Meuwese.
Voor het eerst is er een minister voor Jeugd en Gezin. Dat is opvallend. Zeker als je bedenkt dat het Internationale Verdrag inzake de Rechten van het Kind al 12 jaar van kracht is in Nederland. De jeugdminister komt er niet voor niets. Er zijn groet problemen met de jeugdzorg en de cijfers over kindermishandeling zijn schokkend. Om te zorgen dat minister Rouvoet zijn werk naar kan doen, moet nog iets anders gebeuren. De minister moet zo spoedig mogelijk een kinderombudsman instellen. Voor kinderen, maar ook voor zichzelf als minister voor Jeugd en Gezin.
In 1999 riep het VN-kinderrechtencomité in Genève de Nederlandse regering op een kinderombudsman te creëren. Zo'n ombudsman kan allereerst ertoe bijdragen dat kinderrechten geagendeerd worden gemaakt. Hij adviseert de regering (on)gevraagd over wetgeving en jeugdbeleid, fungeert als uiterste klachteninstantie voor minderjarigen en informeert kinderen en jongeren over hun rechten.
De PvdA diende in 2001 een wetsontwerp in met die strekking, maar daarna is het stil gebleven. Bij zijn eerste publieke optreden liet minister Rouvoet weten dat hij graag kinderen zelf betrekt bij de beleidsvorming. Hij zei samen met collega Sharon Dijksma (staatssecretaris van Onderwijs) een kindertop willen organiseren. Dat idee sluit naadloos aan bij het instellen van een onafhankelijke kinderombudsman. Zo krijgen kinderen een stem in het beleid, niet eenmalig, maar voortdurend.
Daarnaast biedt een kinderombudsman de oplossing voor een ander punt. De overheid houdt zich – zo bleek in het verleden – niet vanzelfsprekend aan de verplichtingen van het kinderrechtenverdrag. Een kinderombudsman toetst het beleid voor kinderen steeds aan de vraag of hun belang het uitgangspunt was, een fundamenteel vereiste van het kinderrechtenverdrag.
Een kinderombudsman houdt de politiek scherp bij het stellen van prioriteiten en heeft door zijn klachtenfunctie een goed overzicht van eventuele misstanden. Op basis daarvan informeert hij de minister. Een kinderombudsman voorkomt dat de minister verdwaalt op het zeer brede terrein van jeugdrecht en jeugdbeleid. Zo kan de minister met een kinderombudsman strijden voor een alleszins gezond opvoedingsklimaat voor kinderen in Nederland.
Twintig andere landen geven er met een kinderombudsman blijk van dat ze kinderrechten serieus nemen en dat ze er als overheid ook op aangesproken willen worden als kinderrechten in de knel komen. Goede bedoelingen omgezet in goed beleid. Minister Rouvoet, wat let u nog? Gun uzelf en kinderen die kinderombudsman.
Maarten Bijl Unicef Nederland
Stan Meuwese Defence for Children International Nederland
Artikel uit de Volkskrant van 1 maart 2007
© 2009 Defence for Children International Nederland - All rights reserved.