29 mei 2006
Seksueel misbruik in Harreveld en in Het Poortje in Groningen, mismanagement in Den Engh in Den Dolder, totaal verziekte werkverhoudingen in het inmiddels gesloten Nieuwe Lloyd in Amsterdam. Wat is en blijft er mis in de gesloten jeugdinrichtingen?
De ongerustheid die Minister Donner heeft over de veiligheid van de jongeren in gesloten inrichtingen is aanleiding voor een nieuw onderzoek door enkele inspectiediensten.
De kwaliteit van onze jeugdinrichtingen staat onder druk. De druk van de hoeveelheid jongeren die opgesloten moeten worden in opdracht van of met toestemming van de kinderrechter (een verdubbeling in nog geen tien jaar). De druk van sluipend teruglopende budgetten, waardoor via de kaasschaafmethode met minder geld hetzelfde werk geleverd moet worden (desnoods met een aantal jongeren op één cel). De druk van nieuwe wetten uit een andere koker dan justitie: ARBO-wetgeving waardoor dagactiviteiten afgestemd moeten worden op werkroosters van medewerkers (in plaats van omgekeerd).
Het gaat al jaren niet goed (genoeg) in de justitiële inrichtingen: een paar jaar geleden constateerde de Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming dat in zes van de acht door haar gevisiteerde jeugdinstellingen de nieuwe wet op de justitiële inrichtingen niet volledig werd uitgevoerd.
Het is te gemakkelijk om alleen het management van de gesloten inrichtingen de schuld te geven. Natuurlijk zijn de directeuren verantwoordelijk. Zij voeren het beleid uit dat door de Minister van Justitie wordt vastgesteld. Kritiek op dat beleid door de uitvoeders wordt niet op prijs gesteld (zo hebben al eerder een paar uitgesproken gevangenisdirecteuren aan den lijve ondervonden). Dat beleid bepaalt het aantal en de kwaliteit van de inrichtingsmedewerkers. Uit de incidenten die nu naar buiten komen blijken de zwaarte en de complexiteit van de positie van de jongeren en daarmee de lastige taak van de groepsopvoeders. Veel onervaren en onvoldoende opgeleide stafleden lopen er rond in de inrichtingen. Hoog ziekteverzuim en veel verloop beperken de continuïteit in de zorg. Vernieuwing is noodzakelijk, maar de ruimte daarvoor is niet altijd beschikbaar. Verworven rechten, vertrouwde posities en gevestigde belangen zijn net zulke grote belemmeringen als haastige gedreven vernieuwende managers. De medewerkers van jeugdinrichtingen hebben de taak deskundig en betrokken te zorgen voor jongeren. Jongeren voor wie niemand meer wil zorgen, jongeren die ook slecht voor zichzelf gezorgd hebben, getuige de situatie waar zij in verzeild geraakt zijn: criminaliteit, verwaarlozing, misbruik. Dat is de context van werkers in de gesloten jeugdinrichtingen. Een goede opleiding, een passende beloning, een adequate begeleiding, een flexibele organisatie, dat hebben de medewerkers van onze jeugdgevangenissen nodig om hun zware functie te kunnen waarmaken. Een kwetsbare uitvoering van een zwak beleid.
Een nieuw onderzoek, dat wil de Minister. Hoezo, weten we dan niet wat de situatie in de gesloten jeugdinrichtingen is? Faalt dan ook het toezicht door inspecties, adviesraden en toezichtcommissies? Staat het beleid zelf wel ter discussie? Een beleid gebaseerd op punitieve reacties op jeugdcriminaliteit en repressieve reacties op verwaarlozing en falend ouderschap? Opsluiten van jongeren is nooit een oplossing, ten hoogste een onvermijdelijke fase in een complexe opgroeisituatie.
Het Internationale Verdrag inzake de Rechten van het Kind schrijft voor dat detentie van jongeren alleen mag in het uiterste geval en zo kort als nodig is (artikel 37). Het Verdrag zegt ook, dat voor de zorg voor minderjarigen altijd genoeg en bekwaam personeel beschikbaar moet zijn (artikel 3). Ieder onderzoek naar gesloten inrichtingen moet die internationale normen tot uitgangspunt nemen
© 2009 Defence for Children International Nederland - All rights reserved.