17 november 2004
Bij de Helpdesk van Defence for Children International Nederland kwamen medio 2004 meerdere meldingen binnen van het verblijf van een alleenstaande vader uit Congo met zijn zoontje van 8 jaar in het uitzetcentrum Rotterdam. Vraag aan Defence for Children was: 'Kan dit zomaar, een kind gedurende meerdere weken in detentie houden, en dan ook nog zonder normaal onderwijs?' Op grond van artikel 6 van de Vreemdelingenwet 2000 kunnen mensen in afwachting van uitzetting inderdaad van hun vrijheid worden beroofd. Wanneer het hier echter gaat om kinderen dient de bewaring met bijzondere waarborgen te worden omkleed. Deze waarborgen volgen uit internationale verdragen en regelgeving waaronder de Beijing en Havana Rules. Defence for Children wilde graag met eigen ogen de omstandigheden zien, waaronder kinderen met hun ouders in vreemdelingenbewaring worden gehouden.
Op 17 november 2004 werden Defence for Children International Nederland en Stichting Pharos (kenniscentrum vluchtelingen en gezondheid), beide organisaties vertegenwoordigd door twee medewerkers, ontvangen door de algemeen directeur, de heer Nijman, en de lokatiedirecteur, de heer van Benthem. Het bezoek duurde ongeveer drie uur en we werden in de gelegenheid gesteld om zowel met medewerkers als met de mensen en kinderen zelf te spreken.
Feitelijke omschrijving uitzetcentrum Rotterdam Airport
Het Uitzetcentrum Rotterdam Airport valt onder de Dienst Justitiële Inrichtingen van het Ministerie van Justitie (Tijdelijke Directie Bijzondere Voorzieningen). Dit heeft gevolgen voor het gehanteerde regime (gevangenis). Het centrum is ongeveer 15 maanden geleden geopend. Het bevindt zich op ongeveer 300 meter afstand van de luchthaven Zestienhoven en bestaat uit twee vroegere hangars met een hek met prikkeldraad om het gebouw. In de ene hangar bevindt zich het feitelijke uitzetcentrum. Er is hier (slaap) plaats voor 198 vreemdelingen. Gezinnen met kinderen verblijven op een speciale afdeling (A0), waar geen mannen zitten, behalve als deze onderdeel uitmaken van een gezin. Ook voor het overige worden mannen en vrouwen op aparte afdelingen geplaatst. Wel is er contact met mannen en vrouwen van de andere afdelingen als men lucht. Als luchtmogelijkheid zijn er namelijk per afdeling luchtkooien die aan elkaar grenzen.
Bij binnenkomst als bezoeker moet men zich melden aan een zij ingang bij de Vreemdelingenpolitie. Hier moet men zich identificeren. Daarna wordt eventuele bagage door een metaaldetector gescand. De deuren vallen bijna overal in het slot en deuren kunnen alleen met pasjes of sleutels worden geopend.
De vreemdelingen worden binnengebracht via een andere ingang, over een plein waarbij je uitkijkt op een hangar en hekken die door prikkeldraad zijn omgeven. De vreemdelingen moeten daarna gegevens invullen bij de Vreemdelingendienst, waarna ze hun eigendommen moeten afgeven, gefouilleerd worden en verhoord worden in een verhoorkamer. De bagage wordt gecheckt op drugs en wapens en merendeels opgeslagen in een depot totdat zij weer vertrekken.
Op onze vraag hoe het in zijn werk gaat als gezinnen met kinderen langer blijven dan ze hadden ingeschat, wordt aangegeven dat de terugkeerfunctionarissen constant terugkoppelen naar de Vreemdelingendienst hoe het zit met de voortgang van de zaak en of er nog steeds een noodzaak is van inbewaringstelling. Er wordt ons gemeld dat gezinnen soms langer in het UC verblijven dan verwacht omdat mensen een nieuw asielverzoek indienen (en dat dit iedere keer opnieuw per gezinslid kan). De directeur vertelt ons ook dat ouders soms misbruik maken van hun kinderen, in die zin dat ze dreigen hun kinderen iets aan te doen als ze worden uitgezet.
Op onze vraag hoe het zit het met onderwijs, wordt aangegeven dat dit nog niet geheel is geregeld omdat de doorlooptijd meestal te kort is. Wel is er momenteel contact met een school in Berkel die zorgt dat een jongen momenteel wel z'n Citotoets kan maken. Er is wel een activiteitenbegeleidster aanwezig voor de kinderen en momenteel wordt contact gelegd met onderwijsinstellingen in de regio om te kijken hoe het onderwijs toch vorm zou kunnen krijgen.
Op onze vraag of ze een toename van gezinnen verwachten in het kader van het terugkeerbeleid, antwoorden de heren dat ze geen grote toestroom verwachten (ze verwachten dat mensen meestal gebruik zullen maken van de REAN regeling of anderszins vertrekken) maar dat ze er wel eventueel op zijn voorbereid.
Op onze vraag of het niet mogelijk is om iets te ondernemen met kinderen buiten het UC, antwoordt men dat dit niet mogelijk is in verband met de aansprakelijkheid;
Op de vraag van Pharos hoe het gesteld is met de gezondheid van de kinderen, antwoordt men dat er een licht achterstallig onderhoud van de tanden is waar te nemen bij de kinderen. Er zijn in het UC verschillende geestelijk verzorgers aanwezig waar mensen individueel terechtkunnen maar die ook collectieve activiteiten verzorgen (zoals rondom het Suikerfeest). Een paar keer per week worden gebedsdiensten georganiseerd waar enkele tientallen mensen naartoe komen. Deze verzorgers constateren dat er uiteindelijk bij mensen vaak sprake is van een soort berusting. Zij spreken niet apart met de kinderen, altijd samen met de ouders.
Op onze vraag of er met kinderen gesproken wordt over de op handen zijnde terugkeer, antwoordt men dat dit niet zo is. Wel hebben de ouders gesprekken met de terugkeerfunctionaris.
We krijgen een uitgebreide rondleiding door het gebouw, zien diverse ruimtes, o.a. voor overleg met de advocatuur, voor presentaties aan ambassadepersoneel en voor het ontvangen van bezoek. We ontmoeten verpleegkundigen, twee geestelijk verzorgers (een imam en een dominee) en de activiteitenbegeleidster op afdeling AO. Tenslotte ontmoeten we op AO de mensen en kinderen zelf en spreken in de luchtkooi nog met mannen van een andere afdeling.
We gaan eerst via een zij uitgang naar buiten en zien daar twee houten huisjes geplaatst waar kinderen kunnen spelen (huisje 1) en in de toekomst met computers kunnen werken (huisje 2). De huisjes zijn nog gloednieuw en ertussen staan speeltoestellen, ervoor ligt een klein grasveldje. De kinderen moeten vanuit afdeling AO eerst via de hangaruitgang (met prikkeldraad boven hun hoofd) naar buiten om het huisje in te gaan. In het huisje staat een houten tafel met lage stoeltjes en een kast met spelletjes. Er is een keukentje. Toen wij er waren, waren er ongeveer acht kinderen in het huisje. De activiteitenbegeleidster werd bijgestaan door een vrouw van de bewaking die probeerde de kinderen rustig te houden. Er worden vandaag koekjes met de kinderen gebakken. Ik vroeg de activiteitenbegeleidster of ze aan de kinderen kon merken hoe die zich voelen. Ze zei dat ze vooral in de kindertekeningen donkere kleuren zag maar dat de kinderen bijna nooit over het teruggaan praten. Op mijn vraag aan de activiteitenbegeleidster of ze iets merkt aan de jongen die nu al 3,5 maand in het UC zit, zegt ze dat ze wel aan hem merkt dat hij drukker is dan de andere kinderen. En dat hij wel eens vraagt 'wanneer ga ik nou verhuizen?', omdat hij om zich heen alle kinderen ziet weggaan.
Terug op afdeling AO zien we de speelkamer die vol met speelgoed staat en waar een televisie aan staat (kindervideo's). Er is een hal met aan weerszijden cellen en aan het einde de uitgang naar de luchtkooi. De afdeling wordt in de gaten gehouden door bewakers in een kantoortje achter een ruit. Er lopen wat mensen door de gang en een aantal zit in een soort huiskamer met een keukenblokje, zitbanken, een tv, een snoepautomaat en twee kaarttelefoons. We krijgen te horen dat de mensen 7,50 euro per dag per persoon te besteden krijgen. Ook krijgen ze een telefoonkaart van 5 euro, waarmee ze naar buiten kunnen bellen. Verzorgingsartikelen, zoals zeep en shampoo worden aan de mensen verstrekt en ze kunnen zelf koffie en thee zetten. De maaltijdvoorziening is uitbesteed aan een cateringbedrijf. Uit de automaat kunnen ze snoep en frisdranken kopen. Er is volgens de algemeen directeur niet gekozen voor een winkeltje omdat daar de doorlooptijden te kort voor zijn.
In de cel die we te zien krijgen staan stapelbedden en een tafeltje. Aan de wand hangt een televisie. Er is een aparte doucheruimte met toilet. In de cel is een raam om te ventileren die uitkomt op de centrale hal van de hangar. Gezinnen hebben twee cellen ter beschikking, met een tussendeur.
Buiten in de luchtkooi spreken we met een vrouw die zegt dat ze zo snel mogelijk terug wil naar Guinee, maar dat het zo lang duurt en dat ze problemen heeft met het voeden van haar baby. De communicatie met haar gaat via mannen aan de andere kant van de kooi (van een andere afdeling) die vertalen. Zij vragen wanneer er mensen van een mensenrechtenorganisatie komen kijken en beklagen zich dat ze niet naar de dokter kunnen gaan.
Wat is opgevallen is dat binnen het kader dat door de wet wordt voorgeschreven zoveel mogelijk lijkt te worden gezocht naar de beste oplossing voor kinderen. Het blijft echter naar om kinderen in zo'n gevangenissetting te zien, zeker als het gaat om een verblijf langer dan enkele weken. Punten van zorg:
Op 28 december 2004 ontvingen wij een reactie van de directeur van het uitzetcentrum op dit verslag.
© 2009 Defence for Children International Nederland - All rights reserved.