28 september 2004
Het drama van Alphen aan den Rijn van september 2004 volgt het drama van Roermond van juli 2002 op: tussen beide plaatsen kan een lijst van ongeveer 100 overleden kinderen geplaatst. Sommige kinderen zijn met name bekend, andere kinderen zijn dood gegaan zonder enige ruchtbaarheid. Er is iets grondig mis met zorg voor kinderen in Nederland. De relatief nieuwe term jeugdzorg is erin geslaagd net zo´n negatieve klank te krijgen als jaren geleden het woord kinderbescherming. De gezinscoach zal ook met de casemanager contact onderhouden. Een letterlijk citaat van staatssecretaris Ross-van Dorp in de Tweede Kamer op 19 mei 2003. Dat weerspiegelt het niveau waarop in beleidskringen gedacht wordt over de jeugdzorg: de zorgcoördinatie in het kwadraat. Maar wat voor zorg wordt eigenlijk gecoördineerd? Wordt er niet meer gecoördineerd en minder feitelijk gezorgd? Het wordt tijd een paar stellingen te spijkeren op de deuren van de gesloten vesting van de jeugdzorg.
Stelling 1: de jeugdzorg is bureaucratisch en dat wordt nog erger
Op 1 januari 2005 treedt de nieuwe op de jeugdzorg in werking. De Eerste Kamer is niet dan na een jaar twijfelen en na grote politieke druk akkoord gegaan; de Senaat heeft zijn rol als chambre de reflexion niet waargemaakt. We krijgen één Bureau Jeugdzorg per provincie, gebaseerd op het one-stop-one-shop-principe, een soort jeugdzorg-doorverwijs-warenhuis met een Advies- en Meldpunt Kindermishandeling (AMK), de gezinsvoogdij-instelling, de kindertefoon, de ambulante jeugdzorg (voor lichte gevallen), de poort naar de Raad voor de Kinderbescherming en als het meezit nog een kinderrechtswinkel, één organisatie met honderden medewerkers. De nieuwe wet gaat alleen over bestuurlijke verantwoordelijkheid, casemanagement, rapportageplicht en andere organisatorische bureaucratische maatregelen. Beleids- en wettenmakers moeten erkennen, dat jeugdzorg qua effectiviteit en efficiëntie zich niet laat plannen als een productiebedrijf. De nieuwe wet is een regelrechte uitnodiging voor schijnplanning en fake-metingen; beleidsmakers en welzijnsmanagers weten dat ook eigenlijk wel. De jeugdzorg is inhoudelijk niet toe aan een nieuwe wet die jarenlang mee moet kunnen. Een nieuwe wet op de jeugdzorg is een brug te ver.
Stelling 2: de jeugdzorg heeft een laag niveau van professionaliteit
De psychiater Van Dantzig zei dezer dagen, dat de jeugdzorg van nu zo´n beetje op het niveau staat van de geneeskunde in de middeleeuwen: we weten dat de mensen ziektes hebben, maar we weten niet hoe ze te genezen. We kennen de problemen van de gezinnen wel, maar de jeugdhulpverlening is nog primitief in behandelingen en therapieën. Bij een gebroken been weet iedere dokter wat er moet gebeuren, bij een gebroken gezin is geen eenduidig recept voorhanden. De jeugdzorg is echter op dit moment methodologisch niet zo ver ontwikkeld. Het hulpverleningsinstrumentarium is uiterst beperkt. Jeugdzorgmodulen en -protocollen staan in de kinderschoenen. Er is geen eenheid en uniformiteit in de pedagogische zorg. Dynamische opvoed- en opgroeisituaties laten zich niet coderen. Het beroep jeugdzorger is niet uitgekristalliseerd.
Dat kunnen we de hulpverleners niet kwalijk nemen. Integendeel, ik bewonder hun inzet met hart, ziel en geest. Hun gereedschap is vaak niet meer dan hun eigen persoon. Te jonge mensen met te weinig werkervaring én levenservaring krijgen te zware taken te vervullen. Ervaren jeugdzorgers verlaten de sector, opgebrand en gefrustreerd. En dat is ´moordend´ voor een sector waar ervaring en intuïtie een kostbaar goed is.
Stelling 3: de jeugdzorg is onderbemenst
De kwaliteit van de jeugdzorg is een kwestie van tijd: hoeveel aandacht mag een jeugdzorger geven aan een kind en een gezin in problemen, hoeveel energie is beschikbaar om aan de probleemgezinnen te besteden. Kwaliteit = tijd = geld, zo simpel is. Jeugdzorgers hebben tijd tekort en dat betekent gewoon te weinig aandacht. Ik sprak kortgeleden in een gesloten jeugdinrichting een jongen van 13 jaar die al 7 maanden 24 uur per dag opgesloten zit op basis van een ondertoezichtstelling in afwachting van behandeling: ´Mijn (gezins)voogd is twee keer op bezoek geweest´ Zo´n verhaal, dat wil ik niet horen. Er zijn wachtlijsten vóór een AMK in actie komt, er zijn wachtlijsten na een actie van het AMK bij doorverwijzing na bij een onaanvaardbare gezinssituatie. Er is chronische onderschatting van de noodzaak van meer mensen voor de jeugdzorg Geef de jeugdzorger de ruimte! Ik pleit voor ruimte voor intuïtie en ervaring, ruimte voor compassie en beschikbaarheid, ruimte voor verantwoordelijkheid en aandacht. Ik pleit tegen regelgeving, bureaucratisering en schaalvergroting. Ontregeling van de jeugdzorg betekent vermenselijking van de jeugdzorg. Pedagogie-hoogleraar Hermanns pleit voor een snelle beraadsgroep die binnen één maand met aanwijzigingen en richtlijnen moeten komen. Ik noem het een ´quick rescue force´ voor de jeugdzorg: red de kinderen, red de jeugdzorg! Officieel is het jeugdzorgbeleid gebaseerd op het 'zo-zo-zo'-beginsel: zo vroeg mogelijk, zo licht mogelijk en zo dicht mogelijk bij huis. Het is verworden tot een 'te-te-te'-beleid: te laat te weinig en te ambtelijk. Staatssecretaris Ross ziet met droge ogen de oplossing van de jeugdzorg in de nieuwe wet die over een paar maanden in werking treedt. Wie meent dat vernieuwingsprocessen in de jeugdzorg van boven af bij wet kunnen worden afgedwongen, overschat de kracht van wetgeving. Wie niet luistert naar wat cliënten (kinderen & jongeren en hun ouders) denken maakt zich schuldig aan bestuurlijke arrogantie. Is de nieuwe wet een soort 'Betuwelijn' van de jeugdzorg? Een heel lang voorbereidingstraject leidt tot een resultaat dat niemand meer tevreden stelt? Lang geleden (op inhoudelijke gronden) geformuleerde uitgangspunten zijn (in de bestuursrechtelijke vorm) nauwelijks meer te herkennen. Maar de colonne is eenmaal in beweging…..Het Verdrag inzake de Rechten van het Kind stelt hoge eisen aan een rijk land als Nederland (to the maximum extent of their available resources), ook aan de jeugdzorg.
mr. Stan Meuwese Directeur Defence for Children International Nederland Amsterdam, 28 september 2004
© 2009 Defence for Children International Nederland - All rights reserved.