© Powered by SiteSpirit

 
bezoek ecpat.gif
 

Bannner Defence fro Children.jpg
Help ons - doneer nu!.jpg
2004-1 picto kl wij blijvenv2.png

Kinderen zonder verblijfsvergunning mogen nooit op straat worden gezet



webshop.png

Aparte bepaling voor minderjarigen in DNA-wetgeving is nodig

17 juni 2008


Drie jaar na invoering van de Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden is van 5.628 kinderen een DNA-profiel opgemaakt. Defence for Children International vindt het onnodig dat jaarlijks gemiddeld bijna 2.000 minderjarigen DNA-gegevens moeten afstaan. DNA-afname zou voor minderjarigen geen standaardprocedure in het strafproces moeten zijn. De vraag of DNA-afname noodzakelijk is, moet alleen wanneer daar reden toe is onderzocht worden.


Het aantal minderjarigen waarvan een DNA-profiel wordt opgemaakt neemt in snel tempo toe. In 2006 waren 1.627 minderjarigen met hun profiel bekend in de databank. Uit recente cijfers van het Nederlands Forensisch Instituut blijkt dat er tot nu van 5.628 minderjarigen een DNA profiel is opgemaakt. Daarvan hebben 833 de status van verdachte en 4.795 de status van veroordeelde. Op 12 maart 2008 zijn er van deze groep 2.975 nog steeds onder de achttien jaar.


Nederland houdt in de regelgeving over DNA-afname geen rekening met de kwetsbare positie van kinderen, hun bijzondere positie in het jeugdstrafrecht en de bescherming die hen is toegekend in het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind (IVRK). Een onderscheid met volwassenen wordt niet gemaakt. De officier van justitie kan minderjarigen ouder dan twaalf jaar verplichten om DNA-materiaal af te staan als zij verdacht of veroordeeld zijn voor het plegen van een strafbaar feit waarvoor voorlopige hechtenis is toegestaan. In de praktijk wordt hiervan standaard veel gebruik gemaakt.


Defence for Children signaleert dat er bij DNA-onderzoek drie jaar na de inwerkingtreding van de wet steeds vaker in strijd wordt gehandeld met kinderrechten. Het ruimer wordende kader waaronder DNA bij minderjarigen kan worden afgenomen is in strijd met internationale afspraken. Een inbreuk op de privacy is volgens het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind alleen mogelijk na een zorgvuldige belangenafweging.


In beginsel zou bij minderjarigen geen DNA-afname mogelijk moeten zijn. De wet dient te worden aangepast. De officier van justitie kan alleen een bevel tot afname geven in die gevallen waarin deze kan aantonen dat de afname van celmateriaal noodzakelijk is voor de voorkoming, opsporing, vervolging en berechting van strafbare feiten van de veroordeelde. Voor de minderjarige moet het, anders dan nu het geval is, mogelijk zijn om tegen de afname van DNA-materiaal bezwaar te kunnen maken.


Defence for Children vindt dat ondanks de recente successen van de opsporingsmethode via DNA, de Nederlandse regering de verplichting heeft om ervoor te zorgen dat de privacy van minderjarigen voldoende beschermd wordt.


Artikel Strafblad: ''Recht op privacy van minderjarige delinquenten – over justitiële documentatie en DNA-afname bij jeugdigen''


PDF pagina

© 2009 Defence for Children International Nederland - All rights reserved.