© Powered by SiteSpirit

 
bezoek ecpat.gif
 

Bannner Defence fro Children.jpg
Help ons - doneer nu!.jpg
2004-1 picto kl wij blijvenv2.png

Kinderen zonder verblijfsvergunning mogen nooit op straat worden gezet



webshop.png

Minderjarigen horen niet thuis in de AC-procedure

24 juni 2004


Aan de leden en plaatsvervangende leden van de vaste commissie voor Justitie van de Tweede Kamer


Minderjarigen horen niet thuis in de AC-procedure

Defence for Children International Nederland is blij met de toezegging van Minister Verdonk (in reactie op het ACVZ en andere rapporten m.b.t. de AC-procedure, 18 juni 2004, 5282947/04 DVB) dat binnen de AC-procedure duidelijkheid komt voor vluchtelingen die wel in aanmerking komen voor een status. Bovendien zegt de Minister toe de aanvragen van alleenstaande minderjarigen onder 12 jaar niet meer in de AC-procedure te zullen afdoen.


Voor een veel grotere groep asielzoekers verandert er echter niets. VluchtelingenWerk Nederland heeft een voorstel gedaan waarin wordt gepleit voor een nieuwe asielprocedure die een periode van 5 tot 13 weken beslaat waarin de opvang zal plaatsvinden in een opvangcentrum (18 juni 2004). Defence for Children sluit zich hierbij aan indien hierbij rekening wordt gehouden met de specifieke situatie van kinderen. De waarborgen voor kinderen zijn neergelegd in het internationaal Verdrag Inzake de Rechten van het Kind (IVRK). Dit Verdrag is onverkort van toepassing op alle vormen van beleid en wetgeving en dus ook op het vreemdelingenrecht in Nederland.


Wij roepen u op om in het Algemeen Overleg van 24 juni 2004 de AC-procedure te toetsen aan het IVRK.


1. Kindvriendelijke benadering in het vreemdelingenbeleid
Als kinderrechtenorganisatie vindt Defence for Children dat kinderen eerst als kind moeten worden behandeld, met inachtneming van hun rechten zoals deze zijn neergelegd in het IVRK, en pas in tweede instantie als vreemdelingen, op wie het vreemdelingenrecht van toepassing is. Daarnaast hebben kinderen extra begeleiding en ondersteuning nodig. Rechtshulpverleners dienen meer kennis te nemen van het IVRK.


2. Minderjarigen niet in de AC-procedure
(Artikel 3, 12, 22 IVRK) De afdoening van de asielaanvragen van minderjarigen in de AC-procedure staat op gespannen voet met artikel 22 IVRK dat een zorgvuldige bescherming van minderjarige vluchtelingen voorstaat. De beoordeling van een asielaanvraag van kinderen zou niet moeten plaatsvinden binnen de 48 uur durende AC-procedure. De opvangfaciliteiten dienen van hoge kwaliteit te zijn waarbij rekening moet worden gehouden met artikel 37 IVRK en  de Havana Rules (UN Rules for the Protection of Juveniles deprived of their Liberty, 1990).


3. Kindvriendelijk horen
(Artikel 12 IVRK) Het horen van kinderen moet plaatsvinden door gespecialiseerde ambtenaren waarbij rekening wordt gehouden met de geestelijke en lichamelijke ontwikkeling van het kind. Hierbij moet worden gelet op volgende knelpunten uit de praktijk: taalproblemen, eventuele trauma's, geen vertrouwensband opbouwen vanwege constant verschillende rechthulpverleners, bewijslast ligt bij de minderjarige waarbij het kind het voordeel van de twijfel dient te worden gegeven. De minister schrijft in haar reactie van 17 juni 2004 op het ACVZ-rapport 'Kinderen en de asielpraktijk'  dat zij slechts bereid is op incidentele basis verzoeken van NIDOS en SRA te honoreren om ook kinderen in de leeftijdscategorie 12 tot 15 jaar door speciaal opgeleide hoormedewerkers in de kindvriendelijke hoorruimte nader te horen. Dit terwijl, ingevolge het IVRK, alle kinderen op een deskundige wijze dienen te worden gehoord.


4. Passend belang hechten aan uitlatingen kind in overeenstemming met leeftijd en rijpheid (Artikel 12 IVRK) In de reactie van de Minister op 17 juni 2004 op het ACVZ-rapport 'Kinderen en de asielpraktijk' gaat de Minister in op het onderzoek van de Katholieke Universiteit Nijmegen (KUN) 'Het horen van jonge AMA's (2000)' wat ten grondslag ligt aan het protocol 'Horen onder de 12 jaar'. Bij het onderzoek van de KUN is echter slechts beoordeeld hoe het horen van kinderen van 4 tot 12 jaar zou moeten worden uitgevoerd. Tijdens het onderzoek is aan jeugdhulpverleners gevraagd of er met jonge kinderen kan worden gepraat, maar niet welk gewicht in bestuursrechtelijke procedures kan worden toegekend aan de uitlatingen van zeer jonge kinderen. Toch blijft de Minister zich baseren op het onderzoek van de KUN als uitgangspunt om minderjarigen te horen.


5. Meer aandacht voor kind-specifieke gronden voor vluchtelingenschap
Er zou meer moeten worden gekeken naar de zelfstandige vluchtmotieven van ama's en kinderen binnen gezinsverband. Nog steeds worden kinderen in vreemdelingenrechtelijke procedures als "aanhangsels�? van hun ouders gezien en worden zij niet als zelfstandige belanghebbenden beschouwd. Hun belangen dienen expliciet naar voren te komen zodat deze kunnen worden meegewogen in de asielaanvraag. Voor kinderen kunnen andere vluchtmotieven gelden dan voor volwassenen. Legitieme asielgronden van kinderen kunnen bijvoorbeeld zijn: geboren zijn in etnisch gemengd huwelijk en daarom vervolgd worden, angst hebben geronseld te worden door milities, het niet veilig zijn vanwege de politieke activiteiten (van de ouders) of vrees voor meisjesbesnijdenis.


6. Comité inzake de Rechten van het Kind keurt de AC-procedure af
Het Comité beveelt aan dat Nederland de AC-procedure heroverweegt waardoor de beslissing over de vluchtelingenstatus van minderjarigen voldoet aan de internationale normen. Daarnaast beveelt het Comité Nederland aan de Vreemdelingenwet 2000 in overeenstemming te brengen met het IVRK. (CRC/C/15/Add.227, Aanbeveling 54 lid a en c).


Stan Meuwese, directeur Defence for Children


PDF pagina

© 2009 Defence for Children International Nederland - All rights reserved.