16 mei 2008
In een uitspraak van 14 mei 2008 over DNA-afname bij minderjarigen gaat de Hoge Raad voorbij aan het recht op privacy en het belang van het kind zoals bepaald in het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind (IVRK). De Hoge Raad baseert zich in de uitspraak op de Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden, waarin geen onderscheid wordt gemaakt tussen volwassenen en minderjarigen. Bij minderjarigen die de fout ingaan, kan DNA worden afgenomen en afhankelijk van de zwaarte van het misdrijf voor twintig of dertig jaar in een databank worden bewaard. Defence for Children vindt het onbegrijpelijk dat de belangen van minderjarigen die via het jeugdstrafrecht met inbreuken op hun privacy te maken krijgen onvoldoende worden gewaarborgd in de wet. De wet DNA-onderzoek bij veroordeelden moet worden aangevuld met een aparte bepaling voor minderjarigen.
Vanwege hun leeftijd en kwetsbare positie gaat het recht op privacy van minderjarigen veel verder dan de privacybescherming van volwassenen in het strafrecht. Nederland is aangesloten bij het IVRK en verplicht zich daarmee te streven naar aparte wetten, procedures, autoriteiten en instellingen die bedoeld zijn voor kinderen die veroordeeld zijn voor een strafbaar feit. De uitspraak van de Hoge Raad is opmerkelijk, omdat deze tot de conclusie komt dat de bepalingen van het IVRK niet tot een bijzondere behandeling van minderjarigen zouden moeten leiden. Aan het recht op privacy gaat de Hoge Raad voorbij. Het is jammer dat lagere rechters op basis van deze uitspraak geen mogelijkheid meer hebben om bezwaren tegen DNA-afname bij minderjarigen te beoordelen aan de hand van een afweging van enerzijds de belangen van de minderjarige en anderzijds het algemeen maatschappelijk belang. Volgens het IVRK vormen de belangen van het kind de eerste overweging.
Defence for Children vindt dat de wet aangevuld moet worden met een aparte bepaling voor minderjarigen. DNA zou alleen afgenomen moeten worden wanneer er sprake is van dringende redenen op basis van de aard van het misdrijf of bijzondere omstandigheden. De officier van justitie zal op basis van een zorgvuldige belangenafweging moeten aantonen waarom afname van celmateriaal nodig is. Tegen het besluit tot afname van DNA moet een minderjarige bezwaar kunnen maken.
De minderjarigen waar het in deze uitspraak over gaat hadden lichte misdrijven gepleegd waarbij de kans op recidive klein was. Eenmaal ging het om een vechtpartij op het schoolplein van een dertienjarig meisje dat hiermee voor het eerst met justitie in aanraking kwam. Niet bewezen was dat het letsel van het slachtoffer aan haar kon worden toegerekend. Op basis van dit gegeven kan haar DNA-profiel bewaard blijven tot zij 43 jaar oud is. Is zij bijvoorbeeld toevallig in de buurt van een overval op een tankstation dan kan dit ertoe leiden dat zij op basis van haar DNA eerder als verdachte wordt aangemerkt dan wanneer haar profiel niet in de databank was opgenomen.
Defence for Children heeft op 3 maart 2008 in het kader van een verzoek Wet Openbaar Bestuur gevraagd hoeveel minderjarigen er inmiddels in de DNA-databank zijn opgenomen. Tot op heden is hierop geen antwoord ontvangen.
Klik hier voor een artikel over DNA en privacybescherming.
© 2009 Defence for Children International Nederland - All rights reserved.