19 juli 2000
Defence for Children is het in grote lijnen eens met het betoog van de hoogleraren Doek en Vlaardingerbroek: langdurige procedures passen niet in het jeugdstrafrecht (zie onderstaande krantenbericht). Dat geldt voor het specifieke geval dat door De Volkskrant wordt genoemd. Maar het geldt eigenlijk in het algemeen voor het jeugdsanctierecht: tijd is kwaliteit. Een jongere die de wet overtreedt heeft recht op een reactie, in zijn belang en in het belang van de samenleving. Recht op een adequate reactie. En 'adequaat' betekent niet alleen passend gezien de aard van het strafbare feit en de betrokken jongere, maar ook 'op tijd'.
In een onderzoek van een aantal jaren geleden bleek dat er gemiddeld 300 dagen verliepen tussen de dag dat de politie wist wie wat had gedaanen de dag dat de kinderrechter er over kon oordelen. En bij die periode kwam nog de wachttijd voor een alternatieve straf of voor het uitzitten van de opgelegde jeugddetentie. We mogen aannemen, dat deze periode inmiddels korter is geworden, maar zelfs een half jaar is veel te lang. Opgroeien gaat snel, soms met horten en stoten. Opgroeien is een vorm van veranderen. Het jeugdstrafrecht heeft een pedagogische bedoeling. Reageren op vormen van onaanvaardbaar gedrag van jongeren moet dan ook 'op tijd', anders komt de reactie te laat.
© 2009 Defence for Children International Nederland - All rights reserved.