5 januari 2012

Nederland heeft het Facultatief Protocol inzake de betrokkenheid van kinderen bij gewapende conflicten (van 25.05.2000) op 18 december 2008 geratificeerd. Op 24 oktober 2009 is het Protocol in werking getreden voor het Koninkrijk der Nederlanden. De constitutionele wijzigingen in de samenstelling van het Koninkrijk die per 10 oktober 2010 van kracht zijn geworden, zijn niet van invloed op de verantwoordelijkheden van de minister van Buitenlandse Zaken, zoals benoemd in het Protocol. Het initiële rapport presenteert de minister mede namens de minister van Defensie en de minister voor Immigratie, Integratie en Asiel. Het rapport en de brief d.d. 28 december 2011 zijn aan de Voorzitter van de Tweede Kamer aangeboden.
Op 29 september 2011 hebben de betrokken ministeries een consultatiebijeenkomst georganiseerd voor ngo's waaraan Defence for Children (mede namens het Kinderrechtencollectief), UNICEF, War Child en Plan Nederland hebben deelgenomen. De meeste zorgpunten van de kinderrechtenorganisaties zijn in het rapport van de overheid weergegeven.
Het rapport heeft betrekking op de regelgeving, de organisatie en het functioneren van de Nederlandse strijdkrachten, in zover het minderjarigen betreft, zowel in het nationaal als in het internationaal beleid, in vrede en in oorlogssituaties of tijdens vredesmissies.
Voorbeeld
De voornaamste zorgen van de kinderrechtenorganisaties betreffen de mogelijkheden om minderjarigen (17-jarigen) voor het leger te rekruteren, al spreekt de overheid slechts over trainingsmogelijkheden binnen het leger voor deze leeftijdscategorie. In het rapport beschrijft de overheid alle waarborgen die geïmplementeerd zijn om de betrokkenheid van Nederlandse minderjarigen in gewapende conflicten uit te sluiten. De ngo's vinden dat elke, zelfs de meest geringe betrokkenheid van minderjarigen in militaire of aan het leger gerelateerde scholingen en activiteiten een verkeerde beeldvorming geeft en een slecht voorbeeld voor andere landen. Ondanks alle voorzorgsmaatregelen die door de overheid zijn genomen en garanties voor de toepassing van het VN-Kinderrechtenverdrag en andere mensenrechteninstrumenten.
Praktische zorg
Daarnaast maken de kinderrechtenorganisaties zich zorgen over de positie van Nederlandse militairen die in diverse internationale omstandigheden kindsoldaten kunnen tegenkomen bij de samenwerkende legers of bij de vijandelijke legers. In de veldsituaties is het verwijzen naar internationale verdragen die de inzet van kindsoldaten verwerpen en waarbij Nederland partij is, niet voldoende om kindsoldaten werkelijk te beschermen. Nederland steunt diverse organisaties en fondsen die kindsoldaten helpen te redden maar de praktische zorg die Nederlandse militairen in conflictgebieden aan kindsoldaten zouden kunnen bieden is nog niet voldoende gewaarborgd.
© 2009 Defence for Children International Nederland - All rights reserved.