6 oktober 2011
De invoering van het adolescentenstrafrecht is positief voor jongeren boven de achttien jaar, maar een verslechtering van de positie van minderjarigen van zestien en zeventien jaar. Zij worden met de nieuwe plannen extra hard aangepakt, onder meer door de verhoging van de maximale jeugddetentie van twee naar vier jaar. Het kabinet zoekt met de voorstellen de grenzen op van het VN-Kinderrechtenverdrag en gaat er op enkele punten flink overheen. In een hoorzitting over het adolescentenstrafrecht in de Tweede Kamer op 28 september 2011 lichtte Defence for Children dit verder toe aan de aanwezige Kamerleden.
Cijfers en wetenschappelijk onderzoek geven geen aanleiding voor het langer straffen van zestien en zeventienjarigen. In de praktijk wordt de maximale jeugddetentie van twee jaar door de rechter maar een enkele keer per jaar opgelegd. Minderjarigen die via het volwassenstrafrecht worden berecht krijgen over het algemeen geen langere vrijheidsstraffen dan die op grond van het jeugdstrafrecht mogelijk zijn. Hier geldt ook nu al dat alleen in enkele zeer ernstige zaken (levensdelicten) hogere straffen worden opgelegd. Daarbij werkt het opsluiten van minderjarigen voor langere tijd averechts. De kans op een goede terugkeer in de maatschappij wordt kleiner naarmate een jongere langer opgesloten is. Daarmee zijn de recidivecijfers na het verblijf in een strafrechtelijke setting hoog. Ook de kosten van het verblijf in een justitiële jeugdinrichting zijn hoog. Die bedragen 518 euro per dag. Een hoog bedrag voor een oplossing die weinig positieve resultaten laat zien.
Met de invoering van het adolescentenstrafrecht wordt ook voorgesteld om de wet zo te wijzigen dat een PIJ-maatregel (ook wel bekend als jeugd-TBS, maar dat is niet de officiele term) opgelegd aan een minderjarige na afloop kan worden omgezet in een TBS-maatregel voor volwassenen. Dit raakt niet alleen zestien- en zeventienjarigen, maar alle minderjarigen tussen de twaalf en de achttien jaar. Het voorstel maakt het mogelijk dat een kind dat bijvoorbeeld op dertienjarige leeftijd een PIJ-maatregel heeft gekregen, na zes jaar alsnog een TBS-maatregel uit het volwassenenstrafrecht kan krijgen zonder dat het kind tussentijds opnieuw een strafbaar feit heeft gepleegd. Dit is niet alleen in strijd met het VN-Kinderrechtenverdrag, maar zelfs ook met het voorbehoud dat Nederland daar op gemaakt heeft. Dit voorbehoud stelt dat alleen minderjarigen die een strafbaar feit pleegden toen zij zestien jaar of ouder waren een volwassen straf kunnen krijgen opgelegd. Defence for Children roept politici dan ook op om ervoor te zorgen dat de groep minderjarigen die tussen de twaalf en zestien jaar een strafbaar feit plegen, in ieder geval niet door deze regeling getroffen gaat worden.
Defence for Children waarschuwt dat het kabinet een verkeerde koers kiest door in te zetten op harder straffen en het vaker en langer opsluiten van minderjarigen. In plaats daarvan is in zaken van minderjarigen een beleid nodig dat, eventueel na een korte vrijheidsstraf, gericht is op het bieden van hulp, zorg en onderwijs. Voor de jongeren, waarvoor geldt dat zij er na afloop van de straf nog niet aan toe zijn om terug te keren in de maatschappij is een goed plan nodig, dat garandeert dat er voldoende begeleiding is tijdens het verblijf in een justitiële jeugdinrichting en na afloop van de straf. Dit betekent tevens dat er een investering moet worden gedaan in de samenwerking met de jeugdzorg, de jeugd-GGZ, het onderwijs en de gezondheidszorg.
Klik hier voor de notitie: 'Het adolescentenstrafrecht pakt verkeerd uit voor minderjarigen'.
© 2009 Defence for Children International Nederland - All rights reserved.