25 augustus 2011
Staatssecretaris Teeven van Veiligheid en Justitie beantwoordde op 25 juli 2011 de vragen die PvdA-Kamerlid Jeroen Recourt stelde over de afname van DNA-materiaal bij minderjarigen. De staatssecretaris geeft in de antwoorden aan dat er sprake is van een mogelijke ongelijkheid in de behandeling van minderjarige en meerderjarige veroordeelden. Daar waar volwassenen meestal een boete krijgen opgelegd, krijgen minderjarigen vaak een taakstraf. Omdat de boete niet onder de wet DNA-onderzoek bij veroordeelden valt en de taakstraf wel, kan dit betekenen dat minderjarigen vaker DNA moeten afstaan dan volwassenen. Op verzoek van de staatssecretaris wordt momenteel onderzocht of de wet voor minderjarigen onbedoeld verkeerd uitpakt.
Uit de antwoorden van de staatssecretaris blijkt verder dat er sprake is van achterstanden bij het Openbaar Ministerie. Dit kan tot gevolg hebben dat minderjarigen maanden of zelfs een jaar nadat zij door de rechter zijn veroordeeld alsnog een bevel van de officier van justitie krijgen om DNA af te staan. Ook blijkt dat bezwaarschriften tegen het opmaken van het DNA-profiel slechts zelden gegrond worden verklaard en dat er niet bijgehouden wordt welke bezwaarschriften van minderjarigen afkomstig zijn.
Het is positief dat er een onderzoek komt naar de mogelijke ongelijkheid tussen minderjarigen en volwassenen bij DNA-afname, maar dat is niet genoeg. Defence for Children vindt dat de Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden in zaken van minderjarigen in het algemeen met veel grotere zorgvuldigheid moet worden toegepast. De wet maakt ten onrechte geen onderscheid tussen zaken van minderjarigen en zaken van volwassenen. De wettelijke mogelijkheid om DNA-materiaal standaard te laten afnemen als gevolg van een veroordeling voor een jeugddelict,is in strijd met het sterk beschermde recht op privacy en de aparte rechtspositie van minderjarigen in het strafrecht, uitgaande van het VN-Kinderrechtenverdrag.
© 2009 Defence for Children International Nederland - All rights reserved.