10 juni 2011
Slachtoffers van ernstige misdrijven kunnen tijdens de inhoudelijke behandeling van de strafzaak een verklaring afleggen over de gevolgen die de strafbare feiten voor hen hebben gehad. Dit wordt spreekrecht genoemd. Er is discussie ontstaan over de vraag of de ouders van de minderjarige slachtoffers in de strafzaak tegen Robert M. (Amsterdamse zedenzaak, 't Hofnarretje) dit spreekrecht namens hun kinderen kunnen uitoefenen. Defence for Children vindt van wel en steunt de ouders dan ook in hun verzoek daartoe.
Defence for Children maakt zich ernstige zorgen over de positie van deze kinderen in het strafproces, mochten de ouders het spreekrecht niet namens hen kunnen uitoefenen. Tijdens de inhoudelijke behandeling zal dan namelijk niet namens de minderjarige slachtoffers aan de rechters en de verdachte kunnen worden voorgehouden wat voor gevolgen het misdrijf voor de levens van de kinderen en de overige gezinsleden heeft gehad. De kinderen hebben dan geen reële rol in het strafproces. De ouders van de minderjarige slachtoffers zijn naar de mening van Defence for Children de aangewezen personen om tijdens de zitting hun kinderen een stem te geven.
Juridisch kader
Het spreekrecht is een recht dat niet afhankelijk is gesteld van leeftijd (artikel 51e lid 1 Wetboek van Strafvordering). Ook minderjarige slachtoffers onder de twaalf jaar hebben dus spreekrecht. Het probleem is dat zij hier zelf geen gebruik van kunnen maken. Dit komt omdat de uitoefening van het spreekrecht wel gekoppeld is aan leeftijd, namelijk vanaf twaalf jaar (artikel 51e lid 3 Wetboek van Strafvordering). De slachtoffers in de Amsterdamse zedenzaak hebben dus wel spreekrecht, maar ze kunnen hier zelf geen gebruik van maken.
Vertegenwoordiging door ouders
Gezien het feit dat de kinderen zelf het spreekrecht niet kunnen uitoefenen, ligt het voor de hand dat de ouders dit namens hen doen. Ouders met gezag hebben immers het recht en ook de plicht hun kinderen zowel in als buiten rechte te vertegenwoordigen. Op basis hiervan hebben de ouders volgens Defence for Children het recht hun kinderen ook tijdens het strafproces te vertegenwoordigen. In de toelichting op de wet staat echter dat het niet is toegestaan dat een wettelijke vertegenwoordiger namens de minderjarige tijdens de zitting het woord voert. Een letterlijke toepassing heeft het zeer negatieve gevolg dat de kinderen in de Amsterdamse zedenzaak wel spreekrecht hebben, maar dat niemand namens hen hiervan gebruik kan maken, waardoor deze jonge kwetsbare slachtoffers geen reële positie hebben in het strafproces. Juist de jongste en meest kwetsbare kinderen die slachtoffer zijn van ernstige misdrijven zouden monddood worden gemaakt! Dit kan niet de bedoeling zijn geweest van de wetgever.
Staatssecretaris Teeven is bezig met een wetsvoorstel om ouders het recht te geven om namens hun kinderen gebruik te maken van het spreekrecht. Tijdens de uitzending van Nieuwsuur op 9 juni 2011 zegt hij: "Ik ga ervan uit dat de rechters zullen anticiperen op komende wetgeving en heb dus goede hoop dat dit voor de ouders kan worden gerealiseerd".
Klik hier voor het item in Nieuwsuur van 9 juni j.l.
© 2009 Defence for Children International Nederland - All rights reserved.