24 februari 2011
Staatssecretaris Teeven wil in overleg met de gemeentes de Wet tijdelijk huisverbod vaker gaan toepassen bij kindermishandeling. De Wet tijdelijk huisverbod is op 1 maart 2009 in werking getreden. Vanaf deze datum zijn er ruim vijfduizend huisverboden opgelegd. Tot op heden worden huisverboden vooral opgelegd bij partnergeweld, maar de wet geeft ook de mogelijkheid om daders van kindermishandeling te verbieden om hun huis te betreden. Defence for Children wijst erop dat bij kindermishandeling uiterste zorgvuldigheid geboden is. De Wet tijdelijk huisverbod biedt onvoldoende garanties voor zorgvuldig handelen.
Het Kinderrechtenverdrag verplicht lidstaten om alles te doen om kinderen te beschermen tegen mishandeling. Kinderen die slachtoffer zijn van mishandeling hebben er recht op dat zij op een veilige plek zowel lichamelijk als geestelijk kunnen herstellen. Het kan zijn dat het hiervoor noodzakelijk is dat ouders en kinderen (tijdelijk) van elkaar worden gescheiden. Dat mag alleen als de scheiding in het belang van het kind noodzakelijk is, de bevoegde autoriteiten hierover beslissen en er een mogelijkheid van rechtelijke toetsing bestaat.
De nieuwe plannen van de staatssecretaris hebben betrekking op situaties waarin geen sprake is van partnergeweld -het huisverbod wordt bij partnergeweld immers in de huidige praktijk ook al toegepast- , maar wel van kindermishandeling. Door deze aanpak moet niet het kind, maar de mishandelende ouder het huis verlaten. Hoewel het huisverbod is bedoeld als preventieve maatregel, wordt het in praktijk pas opgelegd naar aanleiding van een geweldsincident dat is gemeld bij de politie. De politie wordt vaak pas betrokken bij het geweld als dit al enige tijd gaande is. Dit roept vragen op met betrekking tot de rol van beide ouders bij de opvoeding van het kind. Het is dan ook onduidelijk of de veiligheid van het kind wordt gegarandeerd wanneer één van beide ouders wordt verboden het huis te betreden.
Daarnaast is het huisverbod een bestuursrechterlijke maatregel, dat betekent dat kinderrechter in het geheel niet wordt betrokken bij de beslissing om het kind en zijn of haar ouders te scheiden. Wanneer de politie kindermishandeling constateert kan de burgemeester in overleg met Bureau Jeugdzorg besluiten om de dader een huisverbod op te leggen. Alleen wanneer de dader zelf in beroep gaat wordt het huisverbod getoetst door een rechter. Volgens het Kinderrechtenverdrag moet de scheiding van een kind met zijn of haar ouder op een uiterst zorgvuldige manier gebeuren. De geëigende weg hiervoor loopt via de Raad voor de Kinderbescherming, Bureau Jeugdzorg en de kinderrechter. Bij ernstig gevaar voor de veiligheid van het kind kan een uithuisplaatsing binnen 24 uur worden gerealiseerd door middel van een spoedmachtiging uithuisplaatsing. Deze procedure biedt de mogelijkheid om zorgvuldig te onderzoeken hoe de veiligheid van het kind kan worden gewaarborgd. Een huisverbod opgelegd door de burgemeester biedt onvoldoende garantie voor een zorgvuldig besluit.
Defence for Children roept de staatssecretaris dan ook op om, in het belang van alle kinderen die slachtoffer zijn van mishandeling, zijn voornemen de Wet tijdelijk huisverbod in te zetten tegen kindermishandeling nog eens zeer zorgvuldig te heroverwegen.
© 2009 Defence for Children International Nederland - All rights reserved.