1 februari 2011
Aan 1200 jongeren wordt jaarlijks een baan of stage geweigerd als gevolg van een justitiële registratie. Dit werd duidelijk in de uitzending van de Vara Ombudsman van 21 januari 2011. Het op grote schaal weigeren van Verklaringen omtrent het Gedrag aan jongeren is onaanvaardbaar en in strijd met het doel van het jeugdstrafrecht en de bepalingen van het Kinderrechtenverdrag.
Defence for Children ontvangt regelmatig klachten van jongeren die geen stage of baan kunnen vinden in de beveiliging, het maatschappelijk werk en heel incidenteel ook bij bedrijven die met privacygevoelige gegevens werken, zoals callcenters. Als gevolg van een straf na bijvoorbeeld een vechtpartij of winkeldiefstal, lopen zij het risico om vier jaar lang niet meer in aanmerking te komen voor een Verklaring Omtrent het Gedrag. Ook niet als zij het delict voor hun achttiende jaar begingen. Het weigeren van een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) kan averechts werken. De negatieve impact op de verdere carrière van de jongere is groot. Daarbij zijn het hebben van werk of een opleiding belangrijke instrumenten ter voorkoming van recidive.
Nederland heeft een apart jeugdstrafrechtsysteem. Minderjarigen in het strafrecht hebben op basis van hun leeftijd rechten, waaronder het recht op een pedagogische aanpak, een tweede kans, resocialisatie en herintegratie. Daarnaast volgt uit het Kinderrechtenverdrag dat de privacy van minderjarigen in het jeugdstrafrecht sterker beschermd is dan de privacy van volwassenen. Defence for Children juicht het recent van start gegane Rotterdamse pilotproject dan ook zeer toe, waarbij kinderen zonder VOG onder voorwaarden toch stage kunnen lopen.
Defence for Children vindt dat bij het inzien van justitiële gegevens van minderjarigen altijd een zorgvuldige belangenafweging nodig is. Daarbij wordt in ieder geval gekeken naar leeftijd, aard van het delict en persoonlijke omstandigheden. Alleen bij zware delicten zou het bij uitzondering mogelijk moeten zijn om een jongere niet aan te nemen voor een bepaalde baan of stage. Bij 'jeugdzondes' is dit niet in het belang van het kind en ook niet in het belang van de maatschappij. Defence for Children raadt de minister van Veiligheid en Justitie aan om aparte regels in de wet op te nemen voor het afgeven van een VOG voor minderjarigen. Het inkijken van de justitiële documentatie zou onder strenge voorwaarden pas mogelijk moeten zijn vanaf zestien jaar. Daarbij zou er niet vier, maar maximaal twee jaar teruggekeken moeten kunnen worden.
Defence for Children vroeg eerder cijfers op bij het Centraal Orgaan Verklaring Omtrent Gedrag (COVOG) over het aantal minderjarigen aan wie jaarlijks een VOG wordt geweigerd, maar kreeg deze niet. Om het beleid in overeenstemming met Kinderrechtenverdrag te laten zijn, zal bij voorkeur in het jaarverslag van het COVOG inzichtelijk moeten worden hoe vaak aan jongeren een VOG wordt geweigerd op grond van een veroordeling in hun jeugd.
Klik hier voor de Kamervragen van de SP.
Klik hier voor de kamervragen van D66.
Klik hier voor meer informatie over de pilot in Rotterdam.
Klik hier voor informatie over de uitzending van de Vara Ombudsman.
Klik hier voor de beantwoording door de staatssecretaris van de Kamervragen over het zwartboek met kritiek van jeugdreclasseerders op het VOG-systeem
© 2009 Defence for Children International Nederland - All rights reserved.