24 januari 2011
Kinderen tussen nul en twaalf jaar worden in Nederland onvoldoende beschermd tegen kindermishandeling in het gezin, constateert de Onderzoeksraad voor de Veiligheid in haar onderzoeksrapport dat op donderdag 13 januari 2011 is gepresenteerd. In Nederland overlijden jaarlijks enkele tientallen kinderen ten gevolge van kindermishandeling door (een van) hun ouders. De Onderzoeksraad vindt dat de overheid onvoldoende in staat is om haar verantwoordelijkheid voor de veiligheid van jonge kinderen tussen nul en twaalf jaar binnen gezinnen waar te maken. Defence for Children pleit al vele jaren voor verbetering van de bescherming van kinderen tegen kindermishandeling.
Ouders hebben volgens het Kinderrechtenverdrag de eerste verantwoordelijkheid voor de bescherming, opvoeding en zorg van kinderen. Als echter blijkt dat de ouders in gebreke blijven, dan is volgens het Verdrag de overheid verantwoordelijk om het kind te beschermen. Het Verdrag geeft in artikel 19 aan dat de overheid alle maatregelen moet nemen om er voor te zorgen dat kinderen in het gezin beschermd zijn tegen kindermishandeling. Daartoe dient de overheid een samenhangend en allesomvattend systeem van voorzieningen in te richten om kindermishandeling te voorkomen en in te kunnen grijpen als er sprake is van kindermishandeling. Het onderzoeksrapport van de Onderzoeksraad voor de Veiligheid bevestigt de signalen die Defence for Children de afgelopen jaren uit het werkveld heeft ontvangen. Ook Defence for Children vindt dat het Nederlandse systeem nog niet voldoende is ingericht om kinderen adequaat te beschermen tegen kindermishandeling in het gezin.
De Onderzoeksraad voor de Veiligheid heeft een analyse gemaakt van 27 gevallen van kindermishandeling met fatale en bijna fatale afloop: 29 kinderen die overleden of ernstig gehandicapt raakten door mishandeling door (één van) de ouders. De zaken werden grondig geanalyseerd om de toedracht vast te kunnen stellen. De analyse richtte zich met name op de risico-inventarisatie en –evaluatie die door professionals in de jeugdzorg wordt uitgevoerd. Een van de conclusies van de Onderzoeksraad is dat de betrokken professionals in de jeugdzorg onvoldoende in staat zijn om een zorgvuldige risico-inventarisatie en evaluatie te maken met betrekking tot de veiligheidssituatie van het kind.
De jeugdzorg grijpt niet snel genoeg in bij vermoedens van kindermishandeling, stelt de Onderzoeksraad. Een van de knelpunten is de privacybescherming van ouders. Vaak beschikken de betrokken jeugdzorgprofessionals niet over alle gegevens die zij nodig hebben om een zorgvuldige risico-inventarisatie en evaluatie te kunnen maken. Dit komt vooral omdat zij deze informatie niet krijgen van de andere professionals die hulp verlenen aan het gezin. Die zijn namelijk niet verplicht om mee te werken aan het onderzoek van de jeugdzorg.
Dit knelpunt is al langer bekend en onderkend door de betrokken ministeries. Niet voor niets is een helpdesk Privacy Jeugd en Gezin en een digitale wegwijzer huiselijk geweld, kindermishandeling en beroepsgeheim ontwikkeld voor professionals die met een geheimhoudingsplicht te maken hebben. Er zijn namelijk omstandigheden waarin de plicht om te spreken voor professionals zwaarder weegt dan de geheimhoudingsplicht. Het is echter de vraag of een helpdesk en de digitale wegwijzer dit knelpunt voldoende kunnen oplossen.
Defence for Children vindt dat de samenwerking tussen alle betrokken professionals dient te verbeteren. De betrokkenheid in een onderzoek naar vermoedens van kindermishandeling dient niet vrijblijvend te zijn. Het zou goed zijn als de betrokken organisaties intensiever zouden samenwerken en gezamenlijk een zorgvuldige risico-inventarisatie en -evaluatie zouden maken. Dit kan bijvoorbeeld door multidisciplinaire teams in te stellen, bestaande uit ervaren specialisten uit verschillende disciplines. Hier worden in andere landen goede resultaten mee geboekt.
Met het inzetten van multidisciplinaire teams van gespecialiseerde en ervaren professionals die gezamenlijk een zorgvuldige risico-inventarisatie en –evaluatie kunnen maken, kan ook opvolging worden gegeven aan de aanbeveling van de Onderzoeksraad om de professionaliteit in het kindveiligheidsstelsel te vergroten en vaker forensisch-medische kennis in te zetten. Bovendien kan met dit soort ervaren en gespecialiseerde multidisciplinaire teams beter in kaart worden gebracht waar het misgaat en geleerd worden van fouten, omdat de expertise meer geconcentreerd is.
Een plan tot instelling van multidisciplinaire teams voor zorgvuldige risico-inventarisatie en –evaluatie, diagnostiek en behandeling is niet nieuw in Nederland. Zo'n tien jaar geleden stond dit plan al in een beleidsvoorstel van de overheid. Onduidelijk is waarom de overheid toen niet heeft doorgezet. Het plan is onlangs door dezelfde initiatiefnemers van de plank gehaald, en wordt inmiddels door een brede groep deskundigen op het terrein van kindermishandeling onder-steund. Nu moeten die teams er echt gaan komen.
© 2009 Defence for Children International Nederland - All rights reserved.