7 december 2010
De Inspectie Jeugdzorg heeft in de eerste helft van 2010 onderzoek verricht naar de zorgvuldigheid van de besluitvorming bij de Raad voor de Kinderbescherming. De Inspectie heeft geconstateerd dat de zorgvuldigheid van de besluitvorming van de Raad voor de Kinderbescherming over het al dan niet starten van een raadsonderzoek onvoldoende is. Defence for Children maakt zich hierover ernstige zorgen.
Een raadsonderzoek is een onderzoek naar de ontwikkeling en de veiligheid van een kind en over de vraag of gedwongen hulpverlening noodzakelijk is. De Raad voor de Kinderbescherming en Bureau Jeugdzorg beslissen samen of het nodig is een raadsonderzoek te starten. Deze beslissing wordt voor een groot gedeelte genomen op basis van meldingen die Bureau jeugdzorg aan de Raad voor de Kinderbescherming verstrekt. De Inspectie Jeugdzorg geeft aan dat de kwaliteit van deze meldingen onvoldoende is, waardoor ook de besluiten van de Raad voor de Kinderbescherming onzorgvuldig zijn. In ruim de helft van de onderzochte regio's zijn de meldingen van Bureau Jeugdzorg niet volledig en is de informatie uit de meldingen niet actueel of ongedateerd. In de meeste regio's is de informatie die Bureau Jeugdzorg aanlevert niet geaccordeerd door informanten, waardoor de betrouwbaarheid van de melding afneemt. Doordat de meldingen van Bureau Jeugdzorg van onvoldoende kwaliteit zijn, is vaak niet duidelijk welke risicofactoren er zijn.
Defence for Children herkent de zorgen van de Inspectie Jeugdzorg. Bij de kinderrechtenhelpdesk van Defence for Children komen met grote regelmaat vragen en klachten binnen van ouders die betrokken zijn in een raadsonderzoek. Deze ouders zijn van mening dat bij de aanvang van het raadsonderzoek uit wordt gegaan van onjuiste informatie, die blijkbaar door Bureau Jeugdzorg aan de Raad voor de Kinderbescherming is verstrekt. De ouders krijgen dan vaak het gevoel dat zij hun 'onschuld' moeten bewijzen en de onjuistheid van bepaalde aannames moeten aantonen. Het vertrouwen van deze mensen in instanties als Bureau Jeugdzorg en de Raad voor de kinderbescherming wordt hierdoor ernstig geschaad.
Net zoals de Inspectie Jeugdzorg verwacht Defence for Children dat de besluiten over het al dan niet starten van een raadsonderzoek zorgvuldig worden genomen. De consequentie van een dergelijk onderzoek kan namelijk ingrijpende gevolgen hebben. In artikel 18 van het Kinderrechtenverdrag staat dat de ouders de primaire verantwoordelijkheid hebben voor de opvoeding van hun kinderen. Besluiten die deze verantwoordelijkheid inperken dienen dan ook zeer zorgvuldig te worden genomen. Wellicht nog erger is als ten onrechte wordt besloten geen onderzoek te doen of als ten onrechte wordt besloten om niet een kinderbeschermingsmaatregel aan te vragen. Het betreffende kind krijgt in dat geval niet de bescherming en zorg die nodig zijn voor zijn of haar welzijn, hetgeen in strijd is met Kinderrechtenverdrag (artikel 3 lid 2 en 19).
De zorgvuldigheid van het besluit om wel of geen raadsonderzoek te starten moet beter. Hiervoor is noodzakelijk dat de kwaliteit van de meldingen van de Bureaus jeugdzorg wordt verbeterd. De Inspectie doet de Raad voor de Kinderbescherming de aanbeveling om in iedere raadsregio één keer per drie maanden overleg te hebben met Bureaus Jeugdzorg over de feitelijke naleving van de afspraken over de kwaliteit van de meldingen. Daarnaast dienen er afspraken te worden gemaakt met de Bureaus Jeugdzorg over de landelijke eenduidigheid in de besluitvorming of wel of geen raadsonderzoek nodig is.
© 2009 Defence for Children International Nederland - All rights reserved.