26 maart 2010
Nederland zet uitgeprocedeerde asielzoekers- en migrantengezinnen op straat. Het Comité voor Sociale Rechten van de Raad van Europa heeft gezegd dat dit niet mag. Nederland schendt daarmee het VN-Kinderrechtenverdrag en het Europees Sociaal Handvest, waar het Comité op toeziet.
Minister van Justitie, Hirsch Ballin, antwoordt in vragen van PvdA-kamerlid Spekman dat hij zich weinig tot niets aantrekt van de uitspraak. Hij noemt de uitspraak niet bindend. Defence for Children verbaast zich erover dat de Nederlandse overheid zich zo onverschillig toont over geconstateerde mensenrechtenschendingen. Niet de juridische status van de uitspraak zou onderwerp van discussie moeten zijn, maar de manier waarop Nederland deze tekortkoming gaat oplossen.
Hirsch Ballin vindt dat het Comité zijn boekje te buiten gaat door ook aan kinderen zonder rechtmatig verblijf rechten toe te kennen. Het Comité heeft dit echter duidelijk gemotiveerd in de uitspraak: in de Europese rechtsorde moeten basale rechten die de menselijke waardigheid beschermen, voor iedereen toegankelijk zijn. Het Comité verwijst bij die interpretatie ook naar het VN-Kinderrechtenverdrag, dat evenzeer geldt voor kinderen met als zonder rechtmatig verblijf.
De minister verwijst in zijn reactie naar de herijkingsbrief over kinderen in het vreemdelingenrecht die pas in de volgende regeerperiode weer op de agenda staat. Dit is opmerkelijk omdat er haast is geboden voor de kinderen die elk moment op straat gezet kunnen worden. De herijkingsbrief gaat daarnaast in het geheel niet over het probleem van op straat gezette kinderen.
Defence for Children wijst erop dat het Comité voor Sociale Rechten zich in deze uitspraak niet heeft beziggehouden met al dan niet aan terugkeer meewerkende ouders, noch over de aard van de procedures die kinderen hebben doorlopen. Het gaat simpelweg om het beschermen van kinderen. Dat moet de overheid doen. En dat gaat niet op straat.
© 2009 Defence for Children International Nederland - All rights reserved.