© Powered by SiteSpirit

 
bezoek ecpat.gif
 

Bannner Defence fro Children.jpg
Help ons - doneer nu!.jpg
2004-1 picto kl wij blijvenv2.png

Kinderen zonder verblijfsvergunning mogen nooit op straat worden gezet



webshop.png

20 Jaar Kinderrechtenverdrag; de toekomst ligt voor ons!

20 november 2009


Na twintig jaar begint het Kinderrechtenverdrag in te burgeren in Nederland. Een proces van vallen en opstaan. De start is gemaakt, maar de echte doorbraak moet nog komen. Daar is geduld en volharding voor nodig.


20 jaar. Nou en?

Met kroonjaren, lustra en jubilea heb ik niet zo veel op. De symboliek ontgaat me: het is wat kunstmatig en gebaseerd op ons tientallig stelsel. Andere culturen in andere tijden kenden een twaalftallig stelsel; de islam hecht - ook waar het de positie van kinderen betreft - aan het getal zeven en veelvouden daarvan. Ik heb wel iets met jaartallen en leeftijden. Jaartallen verwijzen naar concrete jaren in onze recente of oude geschiedenis. Leeftijden, en met name wettelijke leeftijdsgrenzen, zijn op de een of manier gebaseerd op een ontwikkelingsfase van de mensen.

Twee decennia Kinderrechtenverdrag. Nou en? Het is een jubileum tussen koper (12,5 jaar) en zilver (25 jaar); een 20-jarig jubileum schijnt 'porselein' genoemd te worden, wat mij nogal breekbaar overkomt.


Grolsch dateert uit 1615, Douwe Egberts uit 1753 en Peijnenburg uit 1883. Dat zijn jaartallen die een soort kwaliteit lijken te garanderen, terwijl het bier, de koffie en de koek uit de oprichtingsjaren toch niet meer te consumeren zijn. Twintig jaar is te kort.

Maar iedere aanleiding mag wat mij betreft worden aangegrepen om het Kinderrechtenverdrag te promoten. Er is nog steeds een wereld te winnen.


Kind van zijn tijd

Ik behoor wat het Kinderrechtenverdrag betreft tot de verkeerde generatie: de jeugdrechtjuristen uit het tijdperk van vóór het verdrag. Voor mij is het Kinderrechtenverdrag een verovering en geen vanzelfsprekendheid. Ik was erbij dat Martin Garate, de Chileense voorzitter van Defence for Children nog een net pak moest kopen, omdat hij uitgenodigd was om op 20 november 1989 de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties, waar over de verdragstekst gestemd zou worden, als bijzondere gast bij te wonen. Voor Defence for Children ligt over deze overwinning de schaduw van de plotselinge dood op 18 november 1989 van Mike Jupp op 46-jarige leeftijd. Mike was directeur van Defence for Children in de Verenigde Staten en was een van de actieve lobbyisten voor kinderrechten in het VN-circuit. 
Men zegt wel eens dat de twintigste eeuw op hield in 1989, bij de val van de Berlijnse Muur op 9 november 1989. In die zin zou het Kinderrechtenverdrag het begin van een nieuwe eeuw vormen en daarmee de afsluiting zijn van de Eeuw van het Kind, uitgeroepen door de Zweedse activiste Ellen Key.


De ondergang van de geleide economieën gaf ruimte aan grotere marktwerking en een terugtredende overheid. Het is merkwaardig dat op het moment van sterker worden van de markt de overheden gelijktijdig een loodzware verplichting jegens de kinderen in de vorm van het Kinderrechtenverdrag op zich nemen.


Het Kinderrechtenverdrag verraadt zijn ontstaansgeschiedenis niet: een product van de jaren tachtig. Men ziet geen verwijzingen naar AIDS, terrorisme, milieu, mobieltjes of internet. Het kindbeeld uit het Kinderrechtenverdrag is optimistisch, er is meer vertrouwen in participatie dan in discipline. De wereld draait door, terwijl de verdragsartikelen ongewijzigd blijven.


Echte blunders

Er zijn een paar uitspraken van Nederlandse autoriteiten van de afgelopen twintig jaar te noteren die van een volstrekt wanbegrip over de strekking en de reikwijdte van het Kinderrechtenverdrag getuigen. Zo schrijven staatssecretaris C. Ross van VWS en minster P.H. Donner van Justitie in de Memorie van Toelichting bij het ontwerp van de Wet op de Jeugdzorg, gepresenteerd op 27 december 2001: "Een recht op jeugdzorg zoals het wetsvoorstel introduceert, is niet voorzien in het Verdrag". Het klopt dat het woord jeugdzorg letterlijk niet voorkomt in de tekst van de 54 verdragsartikelen, maar artikel 3 lid 2 geeft zonder omhaal aan dat de overheid het kind verzekert van de bescherming en de zorg die nodig zijn voor zijn of haar welzijn. Ook artikel 39 geeft aan dat alle kinderen die slachtoffer zijn van verwaarlozing, misbruik en geweld de nodige hulp moeten krijgen.


Nog geen twee maanden na dit zinnetje in een beleidsstuk oordeelt de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State: 'Het Verdrag inzake de Rechten van het Kind roept, voor zover al rechtstreeks van toepassing, geen aanspraken in het leven voor kinderen wier ouders op grond van de Nederlandse vreemdelingenwet en -regelgeving geen verblijf wordt toegestaan' (5 februari 2002, LJN AF6066).


Het pijnlijke is dat beide uitspraken met een algemene strekking gericht zijn tegen een kwetsbare groep minderjarigen binnen de Nederlandse samenleving: minderjarigen die jeugdzorg nodig hebben en minderjarigen zonder verblijfsgunning. Het Kinderrechtenverdrag wordt niet aangegrepen om deze kwetsbare groepen te beschermen, zoals het Verdrag voorschrijft, maar wordt geborneerd - om niet te zeggen vals - geïnterpreteerd.

Een wettelijke regeling, dus ook een verdrag, krijgt zijn betekenis niet bij toepassing op burgers in goede doen, maar bij bescherming van mensen in problemen.


Geef het de tijd

In 1968 deed een advocaat in een strafprocedure bij het een kantongerecht een beroep op het Europees Verdrag inzake de Rechten van de Mens (EVRM). De kantonrechter kon niet binnen de voorgeschreven veertien dagen uitspraak doen, omdat er op het kantongerecht geen exemplaar van het EVRM aanwezig was. Men moest een kopie bij het Ministerie van Justitie opvragen. Het EVRM was vijftien jaar eerder op 3 september 1953 voor Nederland in werking getreden.


In 1997 had ik contact met de advocaat van de Gümüs-familie en vroeg hem waarom hij voor twee meisjes geen beroep deed op het Kinderrechtenverdrag. Hij zei dat hij niet beschikte over de tekst van het Verdrag. Het Kinderrechtenverdrag was op 8 maart 1995 voor Nederland in werking getreden. Defence for Children heeft toen onmiddellijk een fietskoerier ingezet.


Mensenrechtenactivisten en kinderrechtenactivisten moeten geduld hebben. Het duurt kennelijk even voordat een nieuw verdrag de tafel van de rechters en de advocaten bereikt. Wie als advocaat in de eerste jaren van het EVRM een beroep op dat mensenrechtenverdrag deed, werd wel verweten dat er niets anders meer restte dan dat. Nu is het EVRM niet meer weg te denken uit de juridische procedures. Het EVRM heeft ook grote betekenis gehad voor de ontwikkeling van het familie- en jeugdrecht. Het Kinderrechtenverdrag is 49 jaar jonger dan het EVRM.


De functies van het Kinderrechtenverdrag

De drie functies van het Kinderrechtenverdrag hebben zich de afgelopen twee decennia niet op dezelfde wijze ontwikkeld.  De eerste functie, het Kinderrechtenverdrag als juridisch instrument, is bepaald nog niet uit ontwikkeld. De drie hoogste rechtscolleges in Nederland bevinden zich in verschillende fasen van ontwikkeling. Die laten zich als volgt kwalificeren. De Raad van State: afwerend, de Centrale Raad van Beroep: voorzichtig omarmend en de Hoge Raad: afwachtend. Op Europees niveau zien we bij het Europees Hof voor de Rechten van de Mens het begin van een proces van integratie van het EVRM en het Kinderrechtenverdrag. De jurisprudentie laat al met al een hoopgevende start zien, maar er is nog een lange weg te gaan.

De tweede functie, de pedagogische uitdaging van het Kinderrechtenverdrag, bepaalt de houding en het gedrag van iedereen die al dan niet beroepsmatig bij het opvoeden en opgroeien van kinderen en jongeren betrokken is. Het gaat erom dat de centrale boodschap van het Kinderrechtenverdrag 'tussen de oren' van iedere ouder, van iedere professional of van wie dan ook zit. Kalverboer en Zijlstra hebben een uitstekend geslaagde poging gedaan om het kernbegrip van het Kinderrechtenverdrag, het belang van kind, nader invulling te geven. Dat gedachtegoed verdient verbreiding en verspreiding ('Het belang van het kind in het Nederlands recht, voorwaarden voor ontwikkeling vanuit een pedagogisch perspectief', Amsterdam: SWP, 2006).

De derde functie, het Kinderrechtenverdrag als basis van jeugdbeleid, is goed opgepakt door minister Rouvoet voor Jeugd en Gezin; hij verklaarde al direct na zijn aantreden dat hij het Kinderrechtenverdrag als uitgangspunt voor zijn jeugdbeleid zou nemen. Of en in welke mate hij zijn belofte heeft waargemaakt zou nader geanalyseerd moeten worden. We zijn nu over de helft van zijn ministerschap. Het is niet uitgesloten dat Rouvoet de eerste en de enige jeugdbeleidminister zal zijn. Het kost maar weinig moeite en geen geld om een programmaministerie weer te ontmantelen. Dat zou een ernstige terugslag voor het jeugdbeleid en de kinderrechten inhouden.


Doem of droom

Toen het Kinderrechtenverdrag in 2005 tien jaar voor Nederland in werking was, heb ik voor de toekomst een droomscenario én een doemscenario gepresenteerd. We zijn inmiddels een kredietcrisis en een Amerikaanse presidentsverkiezing verder. De ontwikkelingen vereisen een nieuwe maatschappelijke en politieke oriëntatie. De marktwerking is buiten zijn oevers getreden. Obama heeft al de Nobelprijs voor Optimisme gekregen. Het was zijn minister van Buitenlandse Zaken Hillary Rodham Clinton die als jong kinderrechtenactiviste in 1984
schreef: Children's rights are a slogan in search for a definition. Na twintig jaar is het tijd dat wij samen die speurtocht eens echt gaan organiseren.


Auteur

Stan Meuwese was van 1992 tot 2007 directeur van Defence for Children International Nederland en is redacteur van het Handboek Internationaal Jeugdrecht. Een verkorte versie van dit artikel verscheen in de uitgave van de Kinderrechtentop 2009.


PDF pagina

© 2009 Defence for Children International Nederland - All rights reserved.