6 november 2009
De kinderrechter van de rechtbank Utrecht heeft op 12 augustus van dit jaar toestemming gegeven aan Bureau Jeugdzorg om op grond van een voorlopige machtiging gesloten jeugdzorg een minderjarig meisje gedurende één nacht in een politiecel te plaatsen. De kinderrechter heeft de keuze moeten maken tussen de jeugdige op straat te zetten bij afwijzing van het verzoek of het meisje in een politiecel te laten overnachten De kinderrechter heeft de machtiging verleend omdat de jeugdige niet welkom was op een crisisplek en er niet per direct een gesloten behandelplek beschikbaar was volgens Bureau Jeugdzorg. De kinderrechter baseerde zich bij deze beslissing op artikel 3 van het Kinderrechtenverdrag.
Vanaf 1 augustus 2009 is het niet meer mogelijk om jeugdigen met een machtiging gesloten jeugdzorg in een justitiële jeugdinrichting te laten verblijven. Het meisje kon door de beleidsverandering alleen terecht in een gesloten jeugdzorginstelling en aangezien daar nog geen plaats was en er geen andere crisisopvangplek gevonden kon worden, werd de politiecel het enige alternatief. De kinderrechter geeft in zijn beslissing aan dat plaatsing in een politiecel zeker niet als verbetering ten opzichte van plaatsing in een justitiële jeugdinrichting gezien kan worden en daarom niet in het beleid past. De kinderrechter heeft op grond van artikel 3 IVRK bepaald dat het in het belang van het kind toch de beste optie was om haar een nacht in een politiecel te laten verblijven. Het alternatief was dat zij op straat kwam te staan. Daarbij heeft de kinderrechter wel benadrukt dat er voor meer nachten in de politiecel geen toestemming zou worden verleend en dat Bureau Jeugdzorg desnoods via een (spoed)procedure een plek voor dit meisje zou moeten afdwingen.
Volgens artikel 20 IVRK heeft de staat de verantwoordelijkheid om het belang van het kind voorop te zetten en te zorgen voor instellingen met passende zorg als een kind uit huis moet worden geplaatst. Een politiecel is volgens Defence for Children geen instelling die voldoet aan de normen voor passende zorg. De jeugdige was voor een nacht beter af geweest in een justitiële jeugdinrichting dan in een politiecel. Nu het per 1 augustus 2009 niet langer mogelijk is om een justitiële jeugdinrichting te gebruiken voor acute crisisplaatsingen, zal de staat zo snel mogelijk een passend alternatief moeten bieden voor jongeren met een machtiging gesloten jeugdzorg die niet de straat op kunnen worden gestuurd maar direct geplaatst moeten worden.
Dit betekent niet dat het wenselijk is om jeugdigen weer in de justitiële jeugdinrichtingen te plaatsen, maar wel dat er mogelijkheden moeten worden gecreëerd om jongeren in deze gevallen op te kunnen vangen. Een nacht doorbrengen in een politiecel kan voor de jongere traumatisch zijn terwijl de gesloten plaatsing juist wordt toegepast in het kader van de bescherming van de jeugdige. Volgens artikel 37 IVRK mag geen enkel kind op onwettige of willekeurige wijze van zijn of haar vrijheid worden beroofd. De machtiging tot uithuisplaatsing in de gesloten jeugdzorg geeft volgens Defence for Children geen wettelijke bevoegdheid om de jeugdige in een cel te plaatsen. De overheid moet zo snel mogelijk maatregelen treffen om te voorkomen dat een kinderrechter weer op deze manier voor het blok wordt gezet en toestemming moet geven om een jeugdige die zorg nodig heeft in de cel te plaatsen.
Kijk op www.rechtspraak.nl voor de uitspraak: LJN:BJ5287
© 2009 Defence for Children International Nederland - All rights reserved.