© Powered by SiteSpirit

 
bezoek ecpat.gif
 

DC_Logo_payoff_RGB_v4 (2).jpg
Help ons - doneer nu!.jpg
2004-1 picto kl wij blijvenv2.png

Kinderen zonder verblijfsvergunning mogen nooit op straat worden gezet



webshop.png

Rechten van kinderen in instellingen niet verbeterd

20 oktober 2009


Kinderen die tijdelijk niet bij hun eigen familie kunnen wonen zijn extra kwetsbaar en hebben daarom recht op extra bescherming. Toch zijn in Europa de rechten van deze kinderen nog lang niet altijd gewaarborgd. Dat blijkt uit het rapport 'Rights of Children in Institutions'. Hierin staat wat Europese landen hebben gedaan met de aanbeveling uit 2005 van de Raad van Europa om de rechten van kinderen in instellingen te verbeteren. Tweederde van de lidstaten (waaronder Nederland) heeft niets gedaan.


Zo volgt uit de aanbeveling (Rec(2005)5) dat alle residentiële zorginstellingen moeten voldoen aan nationaal vast te stellen kwaliteitsstandaarden (minimum standards of care). Slechts een klein aantal lidstaten geeft echter aan ook daadwerkelijk minimum eisen voor zorg te hebben vastgelegd. De opstellers van het rapport raden de lidstaten aan om deze minimumstandaarden vast te stellen en daarbij gebruik te maken van de Europese Quality4Children standaarden. Dat zijn kwaliteitsstandaarden die zijn opgesteld voor kinderen die niet thuis kunnen wonen.


De meeste lidstaten geven aan wel een toezichtmechanisme te hebben. De bevoegdheid om toezicht te houden valt echter vaak samen met de bestuurlijke bevoegdheid, waardoor het toezicht niet altijd onafhankelijk is. Ook wordt in veel lidstaten onvoldoende gedaan aan individuele nazorg. Vrijwel geen enkele lidstaat heeft stappen ondernomen om de aanbeveling bekend te maken onder kinderen in residentiële instellingen.


In de aanbeveling uit 2005 staat onder andere dat lidstaten zoveel mogelijk moeten inzetten op preventie. Pas als het echt niet meer mogelijk is voor een kind om thuis te blijven wonen, dan mag het kind uit huis worden geplaatst. Bij deze beslissing moet op gepaste wijze rekening worden gehouden met de mening van het kind. De plaatsing moet regelmatig worden geëvalueerd en mag niet langer duren dan strikt noodzakelijk is. Tijdens de plaatsing moet er voldoende aandacht zijn voor de mening van het kind en moet worden toegewerkt naar de hereniging van de kinderen met hun ouders. Ook dient de overheid ervoor te zorgen dat er voldoende nazorg wordt geboden.


De aanbeveling laat zien hoe de rechten van kinderen uit het Kinderrechtenverdrag moeten worden toegepast als kinderen niet meer thuis wonen. Zo is in de aanbeveling veel aandacht voor het recht op participatie (artikel 12 IVRK), het recht op regelmatig contact met de ouders (artikel 9 IVRK), het recht op een regelmatige evaluatie van de uithuisplaatsing (artikel 25 IVRK) en het recht op bijzondere bescherming en bijstand (artikel 20). Er is dus nog veel werk te verrichten door de lidstaten om de aanbeveling in de praktijk te brengen en daarmee te voldoen aan hun verplichtingen uit het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind.


PDF pagina

© 2009 Defence for Children International Nederland - All rights reserved.