6 augustus 2009
Op 29 juli 2009 is een belangrijke uitspraak gepubliceerd over het belang van het kind en het recht op privéleven bij verblijfsaanvragen van kinderen. Defence for Children is verheugd dat in deze uitspraak wordt meegewogen dat er sprake kan zijn van een schending van het recht op privéleven wanneer kinderen na zes jaar verblijf in Nederland worden uitgezet en dat artikel 3 van het Kinderrechtenverdrag (het belang van het kind) vraagt om een snelle en correcte besluitvorming over een verblijfsaanvraag van een kind.
Vier Angolese meisjes kwamen in 2002 naar Nederland. Na vier jaar onzekerheid werd in februari 2006 aan hen met terugwerkende kracht een verblijfsvergunning voor alleenstaande minderjarige vreemdelingen verleend tot 1 januari 2004. Na die tijd hadden zij geen recht meer op verblijf in Nederland.
De Staatssecretaris van Justitie vindt dat er geen bijzondere omstandigheden zijn om een verblijfsvergunning te verlenen en dat de meisjes terug kunnen keren naar Angola. Er wordt volgens de staatssecretaris met hun belangen rekening gehouden omdat er adequate opvang aanwezig is in een weeshuis in Angola. De meisjes zijn het hier niet mee eens en verwijzen naar het rapport 'De schade die kinderen oplopen als zij na langdurig verblijf in Nederland gedwongen worden uitgezet', van dr. M.E. Kalverboer en drs. A.E. Zijlstra. De meisjes vinden dat het een ernstige inbreuk zou zijn op hun recht op respect voor privéleven (artikel 8 Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens: EVRM) wanneer zij na zes jaar verblijf in Nederland uitgezet zouden worden.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de staatssecretaris bij de belangenafweging had moeten betrekken dat de meisjes al zes jaar in Nederland verblijven en daarmee een zeer groot deel van hun leven in Nederland hebben doorgebracht, hier zijn opgegroeid en hier onderwijs hebben genoten. Er had rekening gehouden moeten worden met deze langdurige periode bij de beoordeling of een verblijfsvergunning verleend had moeten worden op grond van hun recht op privéleven (artikel 8 EVRM).
Over het belang van de kinderen (artikel 3 van het Kinderrechtenverdrag) overweegt de voorzieningenrechter dat bij alle maatregelen betreffende kinderen de belangen van het desbetreffende kind dienen te worden betrokken. Daaronder valt ook het zo snel en correct mogelijk nemen van een besluit op een aanvraag van een kind, zodat deze zo kort mogelijk in onzekerheid verkeert over zijn verblijfstatus. Door de staatssecretaris was hier onvoldoende rekening mee gehouden en het beroep van de meisjes wordt gegrond verklaard.
Op 5 augustus 2009 heeft Defence for Children navraag gedaan bij de advocaat en er blijkt geen hoger beroep aangetekend te zijn. De meisjes hebben inmiddels een verblijfsvergunning.
Defence for Children is verheugd dat in deze uitspraak wordt meegewogen dat er sprake kan zijn van een schending van het recht op privéleven wanneer kinderen na zes jaar verblijf in Nederland worden uitgezet en dat artikel 3 van het Kinderrechtenverdrag (het belang van het kind) vraagt om een snelle en correcte besluitvorming voor een verblijfsaanvraag van een kind.
Laat deze uitspraak een voorbeeld zijn voor andere rechters en advocaten inspireren om een beroep te blijven doen op het Kinderrechtenverdrag!
© 2009 Defence for Children International Nederland - All rights reserved.