© Powered by SiteSpirit

 
bezoek ecpat.gif
 

Bannner Defence fro Children.jpg
Help ons - doneer nu!.jpg
2004-1 picto kl wij blijvenv2.png

Kinderen zonder verblijfsvergunning mogen nooit op straat worden gezet



webshop.png

Zorg om de jeugdzorg

25 mei 2009


Bij beslissingen over een uithuisplaatsing van een kind moeten kind en ouders actief worden betrokken, en moet duidelijk worden uitgelegd waarom een uithuisplaatsing nodig is. Naar aanleiding van een brandbrief van jeugdadvocaten uit Rotterdam over te snelle uithuisplaatsing en andere zorgen over de jeugdzorg, heeft Defence for Children bijgedragen in het debat over de vraag of kinderen te snel uit huis worden geplaatst. Defence for Children vindt niet dat kinderen te snel worden gescheiden van ouders of verzorgers, maar pleit wel voor een open dialoog en transparantie bij beslissingen over uithuisplaatsing van kinderen.


In december 2008 verscheen in verschillende media een brandbrief geschreven door jeugd-rechtadvocaten uit Rotterdam. In deze brief uitten zij hun zorgen over het functioneren van de jeugdzorg. Met name wijzen zij op het toenemende aantal uithuisplaatsingen van kinderen. In hun ogen wordt er sinds Savanna steeds sneller gegrepen naar de uithuisplaatsing. Hierbij wordt te weinig gebruik gemaakt van de mogelijkheden om kinderen en ouders binnen het gezin te begeleiden, worden kinderen na uithuisplaatsing niet op een goede plek geplaatst en wordt het contact tussen de ouders en kinderen onvoldoende gewaarborgd.


Op 24 april is naar aanleiding van deze brief een congres gehouden op de Erasmus Universiteit te Rotterdam, waarvoor alle betrokken partijen waren uitgenodigd. Het doel van deze dag was om samen met de aanwezige advocaten, kinderrechters, medewerkers van Bureau Jeugdzorg en de Raad voor de Kinderbescherming, ouders en andere belanghebbenden tot een constructieve oplossing te komen voor de problemen binnen de jeugdzorg. Ook Defence for Children was aanwezig en heeft een bijdrage geleverd aan het debat.


Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind

Een uithuisplaatsing is altijd een ingrijpende gebeurtenis voor een kind. Het Internationale Verdrag inzake de Rechten van het Kind (IVRK), waaraan Nederland sinds 1995 is gebonden, geeft een duidelijk kader voor beslissingen omtrent de uithuisplaatsing van kinderen. In het Verdrag wordt een belangrijke rol toebedeeld aan de ouders. Zij hebben de eerste verantwoordelijkheid voor de opvoeding van het kind (artikel 18 IVRK). De Staat dient de rechten en plichten van de ouders te eerbiedigen (artikel 5 IVRK) en de ouders te voorzien van passende begeleiding bij de opvoeding van het kind (artikel 18 lid 2 IVRK).


Tegelijkertijd heeft de Staat een verplichting om kinderen te beschermen tegen alle vormen van kindermishandeling (artikel 19) en het kind een toereikende levensstandaard te bieden (artikel 27 IVRK). Het belang van het kind moet bovendien in alle beslissingen omtrent het kind een eerste overweging zijn. Om aan deze verplichting te kunnen voldoen, kan het soms noodzakelijk zijn om kinderen te scheiden van hun ouders. Hierover bepaalt artikel 9 IVRK dat kinderen in beginsel niet tegen hun wil worden gescheiden van hun ouders. Indien echter de bevoegde autoriteiten beslissen dat deze scheiding in het belang van het kind noodzakelijk is, wordt op dit uitgangspunt een uitzondering gemaakt. De beslissing tot uithuisplaatsing en de uitvoering daarvan dienen dan op een zorgvuldige en transparante manier te gebeuren.


Defence for Children is van mening dat de Nederlandse praktijk op een aantal punten verbetering behoeft. Op het congres 'Zorg om de Jeugdzorg' zijn door Defence for Children de volgende punten naar voren gebracht.


Voldoende investeren in de thuissituatie

Om uithuisplaatsingen van kinderen zoveel mogelijk te voorkomen, moet voldoende worden geïnvesteerd in de thuissituatie. Dit kan allereerst door het bieden van educatie voor aanstaande ouders en ondersteuning van ouders met betrekking tot sensitief (aanvoelend) en consequent (grenzen stellend) opvoeden. Wanneer ouders en kinderen voor problemen in de opvoeding komen te staan, dient voldoende en effectieve zorg voorhanden te zijn. Uit cijfers blijkt dat op 1 januari 2009 maar liefst 5510 kinderen langer dan negen weken op de wachtlijst voor passende jeugdzorg stonden. Van hen ontvangt slechts 25-40% vervangende zorg. Deze zorg is niet de eerst geïndiceerde zorg en daarom niet altijd voldoende passend. Defence for Children is van mening dat kinderen altijd de eerste geïndiceerde zorg dienen te ontvangen, zonder dat hierbij vertraging wordt opgelopen. Door op tijd de juiste zorg aan te bieden, kan een groot aantal uithuisplaatsingen worden voorkomen. Als kinderen onverhoopt toch moeten wachten, dienen zij tijdens de wachtperiode te worden begeleid door een medewerker van Bureau Jeugdzorg. Bureau Jeugdzorg heeft voor deze taak voldoende financiële middelen nodig.


Kinderen actief betrekken in het beslissingsproces

Artikel 3 van het IVRK bepaalt dat bij alle beslissingen omtrent kinderen het belang van het kind een eerste overweging dient te zijn. Dit belang van het kind is een moeilijk te bepalen begrip. Een belangrijke indicator hiervoor dient in ieder geval de mening van kinderen zelf te zijn. Zij zijn immers degenen om wie het draait. Artikel 12 van het IVRK bepaalt dan ook dat naar de mening van het kind moet worden geluisterd en dat deze serieus moet worden genomen. Wanneer sprake is van een (mogelijke) uithuisplaatsing moeten kinderen daarom altijd de kans krijgen om hun mening te geven. Bovendien moet altijd duidelijk aan kinderen worden uitgelegd wat er gebeurt en waarom het gebeurt.


Informatievertrekking over de situatie thuis

Bij de uitvoering van een ondertoezichtstelling (OTS) heeft Bureau Jeugdzorg alle relevante gegevens nodig over de gezinssituatie van de minderjarige, zodat een zorgvuldige afweging kan worden gemaakt over de belangen van de minderjarige. Het is daarom belangrijk dat nauwkeurig omgesprongen wordt met alle relevante gegevens over de minderjarige. Binnen de keten moet sprake zijn van een transparante gegevensuitwisseling. Een mogelijkheid tot verbetering van de gegevensuitwisseling wordt geboden in het concept-voorstel voor de herziening van de kinderbeschermingsmaatregelen. Hierin staat dat professionals met een beroepsgeheim deze geoorloofd kunnen doorbreken als zij zonder toestemming van ouders persoonsgegevens over het kind of over de opvoedkwaliteiten van ouders uitwisselen met Bureau Jeugdzorg. Defence for Children vindt dit op grond van artikel 19 en 39 IVRK een belangrijke verbetering om tot een betere bescherming van deze groep kwetsbare minderjarigen te komen. Defence for Children zou echter wel graag zien dat deze bepaling werd geformuleerd tot een bepaling waarin professionals Bureau Jeugdzorg gegevens 'moeten' verstrekken (meldplicht). Dit beantwoordt aan de internationale verplichting voor de Staat (artikel 19 IVRK) om kinderen die onder toezicht zijn gesteld voldoende bescherming te bieden. Hierbij blijft wel altijd een afweging noodzakelijk welke en hoeveel informatie wordt verstrekt die noodzakelijk is voor de uitvoering van de OTS.


Tenslotte

Uit officiële cijfers blijkt nog niet dat een kind sneller uit huis wordt geplaatst. Wel worden er in totaal meer kinderen uit huis geplaatst, omdat het aantal ondertoezichtstellingen de laatste jaren sterk is gestegen. Wel heerst er in Nederland momenteel een klimaat waarin wordt gestimuleerd om sneller het zekere voor het onzekere te nemen. Hier is Defence for Children niet direct op tegen, zolang dit op een zorgvuldige en transparante manier gebeurt en kinderen en ouders worden betrokken bij de besluitvorming. Van belang is hierbij dat voldoende wordt geïnvesteerd in de thuissituatie, zodat uithuisplaatsingen zoveel mogelijk kunnen worden voorkomen. Wanneer er zorgen zijn over een kind, is het belangrijk dat alle relevante gegevens over dat kind bekend zijn bij de betrokken hulpverleners. Ook moeten kinderen de kans krijgen om hun mening te geven en moeten zij voldoende worden betrokken in het beslissingsproces. Belangrijk zorgpunt blijft de wachtlijsten in de jeugdzorg, die belemmeren dat in gezinnen op tijd en effectief hulp wordt geboden. Deze wachtlijsten moeten zo snel mogelijk verdwijnen voor een effectieve jeugdzorg voor elk kind.


  • Klik hier voor de uitgebreide inhoudelijke bijdrage van Defence for Children op het congres 'Zorg om de jeugdzorg' op 24 april 2009 aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam.
  • Klik hier voor het artikel 'Onzorgvuldige jeugdzorg?' door prof. mr. drs. M.R. Bruning (senior medewerker Defence for Children) in het tijdschrift 'Proces' (nr. 2/ 2009).

PDF pagina

© 2009 Defence for Children International Nederland - All rights reserved.