© Powered by SiteSpirit

 
bezoek ecpat.gif
 

DC_Logo_payoff_RGB_v4 (2).jpg
Help ons - doneer nu!.jpg
2004-1 picto kl wij blijvenv2.png

Kinderen zonder verblijfsvergunning mogen nooit op straat worden gezet



webshop.png

Raad van State: Staatssecretaris mag kind terugsturen naar overleden moeder

25 mei 2009


Op 7 mei 2009 heeft de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: de Afdeling) de opvallende uitspraak gedaan dat de Staatssecretaris van Justitie een kind mag uitzetten naar Burundi zonder dat zij hoeft na te gaan of de opvang bij de moeder van het kind in dit land geregeld kan worden. Dat de moeder van het kind inmiddels is overleden, wordt niet meegewogen in deze beslissing. Defence for Children - ECPAT vindt deze uitspraak onbegrijpelijk en in strijd met het VN-Kinderrechtenverdrag.


Het meisje vroeg als alleenstaande minderjarige vreemdeling in Nederland een vergunning aan. Als er adequate opvang is in het land van herkomst, komen minderjarigen niet in aanmerking voor deze vergunning. Wanneer er een familielid aanwezig is, wordt aangenomen dat er wel adequate opvang is.


Het meisje gaf aan dat haar moeder nauwelijks in staat is voor zichzelf te zorgen en niet over een vast adres beschikt. Volgens de Staatssecretaris doet dit er niet aan af dat het kind teruggestuurd kan worden. Zij stelt dat zij niet de daadwerkelijke plaatsing of hereniging hoeft te regelen tussen de moeder en het kind.


Tijdens de procedure draagt het kind, met een kopie van de overlijdensakte, aan dat haar moeder inmiddels is overleden. Volgens de Staatssecretaris heeft zij deze echter te laat aangedragen en kan niet worden beoordeeld of de overlijdensakte echt is.


De Afdeling geeft de Staatssecretaris in haar stellingen gelijk. Defence for Children - ECPAT vindt dit onbegrijpelijk. Door een kind terug te sturen naar een land, zonder te controleren of het daar adequaat wordt opgevangen, onttrekt de Staatssecretaris zich aan de verplichting om het kind voldoende bescherming te bieden, met alle mogelijke gevolgen van dien. Als asielzoekende kinderen niet feitelijk herenigd kunnen worden met hun familie heeft het kind recht op dezelfde kinderbeschermingsmaatregelen als andere kinderen die blijvend of tijdelijk niet in het gezin kunnen wonen, zo staat in artikel 22 van het VN-Kinderrechtenverdrag. De Staatssecretaris had daarom advies moeten vragen aan de Raad voor de Kinderbescherming en haar besluit moeten voorleggen aan een kinderrechter.


In de procedure heeft het kind een beroep gedaan op artikel 3 van het Kinderrechtenverdrag. De Afdeling zegt dat dit artikel niet tot meer strekt dan dat bij alle maatregelen die kinderen betreffen, de belangen van het desbetreffende kind dienen te worden betrokken. De Staatssecretaris zou voldoende rekening hebben gehouden met de belangen van het kind. De Afdeling geeft hiermee aan artikel 3 van het Kinderrechtenverdrag niet goed te hebben gelezen. In dit artikel staat namelijk dat het belang van het kind niet alleen betrokken dient te worden bij de besluitvorming, maar dat dit ook 'een eerste overweging' dient te vormen.


Het mag duidelijk zijn dat in de beslissing om een meisje terug te sturen naar Burundi zonder te controleren of adequate opvang daadwerkelijk is geregeld en terwijl haar moeder is overleden, haar belang niet een eerste overweging heeft gevormd.

Klik hier voor de uitspraak.


PDF pagina

© 2009 Defence for Children International Nederland - All rights reserved.