20 april 2009
Volgens de Minister van Justitie Hirsch Ballin hebben verdachten van een misdrijf recht op overleg met een advocaat voorafgaand aan het politieverhoor en op informatie daarover door de politie. Dit geldt ook voor minderjarige verdachten. Toch is de minister van mening dat de advocaat niet persé aanwezig hoeft te zijn bij het verhoor zelf. De minister stuurde zijn standpunt op 15 april 2009 in een brief aan de Tweede Kamer naar aanleiding van twee recente uitspraken van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens, Salduz en Panovits.
Eerder bracht het Wetenschappelijk Bureau van het Openbaar Ministerie advies uit over het recht van verdachten op een advocaat bij het eerste politieverhoor. Deze kwam tot de conclusie dat verdachten in de gelegenheid moeten worden gesteld om een advocaat meer dan alleen telefonisch te kunnen raadplegen.
In de zaken van het Europese Hof Salduz en Panovits werd beide keren een schending geconstateerd van het recht op een eerlijk proces. In de laatstgenoemde zaak betrof het een zeventienjarige verdachte die in afwezigheid van een advocaat is verhoord. Dit heeft geleid tot het afleggen van bekennende verklaringen van de minderjarige die onder druk zijn geproduceerd. In het standpunt van de minister worden aanpassingen van beleid en wetgeving aangekondigd die de positie van minderjarige verdachten verbetert. Tot nu toe konden jongeren worden verhoord door meerdere politieambtenaren zonder de aanwezigheid van een raadsman of -vrouw.
Defence for Children is het oneens met het standpunt van de minister. Onder het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind heeft iedere minderjarige verdachte recht op rechtsbijstand en de aanwezigheid van een raadsman of -vrouw, onafhankelijk van de ernst van het delict en niet alleen tijdens het proces maar ook bij politieverhoor.
© 2009 Defence for Children International Nederland - All rights reserved.