20 april 2009
Geen goed nieuws voor de leden van Wij Willen Blijven. Op 24 maart 2009 heeft het hof in Den Haag negatief beslist in de hoger beroep procedure die Defence for Children en Wij Willen Blijven hadden aangespannen voor kinderen die langdurig in Nederland verblijven en geworteld zijn in de samenleving maar geen verblijfsvergunning hebben.
De vereniging Wij Willen Blijven is opgericht door kinderen die langer dan vijf jaar in Nederland zijn, maar geen verblijfsvergunning hebben. Samen met Defence for Children heeft Wij Willen Blijven een proces gevoerd tegen de Nederlandse Staat. Defence for Children en Wij Willen Blijven zijn onder andere van mening dat de overheid kinderrechten schendt door kinderen die geworteld zijn in Nederland nog terug te sturen naar hun land van herkomst.
Kernpunt van het hoger beroep was dat er regelgeving tot stand gebracht zou moeten worden op grond waarvan kinderen een verblijfsvergunning kunnen aanvragen wegens het feit dat zij door hun langdurige verblijf in Nederland zijn geworteld. Het ontbreken van zo'n regeling is een onrechtmatige daad van de Nederlandse Staat. Kinderen die langer dan vijf jaar in Nederland verblijven zouden in principe een verblijfsvergunning moeten krijgen op grond van hun worteling in de Nederlandse samenleving. Het is aan de Nederlandse Staat om hierop uitzonderingssituaties aannemelijk te maken. Daarnaast zou een toetsing aan de belangen van het kind in vreemdelingrechtelijke procedures beter en explicieter gemotiveerd moeten worden.
Het Hof volgt de rechtbank die de vorderingen van Defence for Children eerder had afgewezen. De rechtbank zei dat in het Internationaal Verdrag voor de Rechten van het Kind (IVRK) geen aanknopingspunten te vinden zijn voor de conclusie dat minderjarigen na een verblijf van vijf jaar in Nederland in alle gevallen een verblijfsvergunning zouden moeten krijgen. De belangen van minderjarigen zouden niet alleen op juiste wijze kunnen worden gewogen door hen toe te staan een zelfstandige aanvraag in te dienen. Het Hof geeft de rechtbank hierin gelijk en gaat niet in op de werking van artikel 3 IVRK (belang van het kind) omdat zij van oordeel is dat aan deze bepaling niet de uitleg kan worden gegeven die Defence for Children daaraan wil toekennen.
Defence for Children is teleurgesteld over de uitspraak van het Hof en beraadt zich over vervolgstappen. Wij kunnen ons er niet bij neerleggen dat kinderen op grond van de huidige wetgeving schade oplopen doordat zij uitgezet worden nadat ze na langdurig verblijf geworteld zijn in de Nederlandse samenleving. Kinderen zouden een beroep moeten kunnen doen op regelgeving waarin rekening wordt gehouden met die worteling in Nederland en waarbij recht wordt gedaan aan hun rechten op basis van het IVRK.
Klik hier voor de uitspraak.
© 2009 Defence for Children International Nederland - All rights reserved.