20 februari 2009

Minister voor Jeugd en Gezin Rouvoet moet verder kijken dan alleen zijn ministerie en ook de andere thema's op het gebied van kinderen in zijn beleid meenemen, zoals jeugdstrafrecht en kinderen in vreemdelingenrecht. Dat adviseerden verschillende professionals uit het werkveld voor kinderrechten gisteren tijdens een bijeenkomst van het Kinderrechtencollectief op 19 februari 2009. Rouvoet presenteerde daar zijn reactie op de aanbevelingen van het VN-Kinderrechtencomité aan Nederland. Kamerleden, jongeren en professionals uit het werkveld van kinderrechten legden gezamenlijk de eerste bouwstenen voor actieplannen op het terrein van jeugdstrafrecht, vreemdelingenrecht, jeugdzorg en uitbuiting.
Minster Rouvoet zei vooruit te kunnen met de aanbevelingen van het Comité. Het houdt de regering scherp in de verdere ontwikkeling van het kinderrechtenbeleid. De minister stuurde nog voor de startbijeenkomst 'Bouwstenen voor kinderrechten' een reactie op de aanbevelingen aan de Tweede Kamer. Klik hier voor de speech van Minister Rouvoet.
Foto: Sander Nieuwenhuys
Jan-Pieter Kleijburg, directeur van Defence for Children-ECPAT en voorzitter van het Kinderrechtencollectief, benadrukte dat Nederland weinig excuses heeft om het Kinderrechtenverdrag en het Facultatief Protocol seksuele exploitatie van kinderen niet volledig uit te voeren. Nederland is een welvarend land en internationaal gezien een voorvechter van kinderrechten. Daarbij past een naleving van het Kinderrechtenverdrag en van de aanbevelingen van het Comité. Klik hier voor de speech.

Tom is een jongen van veertien jaar die op twaalf-jarige leeftijd in contact kwam met de politie. Hij heeft hierover een gedicht geschreven. Maartje Berger van Defence for Children droeg het gedicht voor. Tom heeft twee jaar geen onderwijs gehad, werd van het kastje naar de muur gestuurd en voelde zich niet serieus genomen. Zijn advocaat mr. Gilsing verklaarde dat Tom tijdens zijn voorarrest geen contact mocht hebben met zijn ouders, alleen met haar. De inrichting waarin hij werd geplaatst, was ver weg van zijn ouders. Daardoor kon hij zijn ouders nauwelijks zien. Voor Tom is dit alles een traumatische ervaring geweest.
Volgens het Kinderrechtenverdrag mogen kinderen alleen worden opgesloten als uiterste maatregel en voor de kortst mogelijke duur. Sinds 1995 is Nederland echter alleen maar meer gaan straffen en is koploper in Europa wat betreft het in voorlopige hechtenis nemen van minderjarigen. Ido Weijers, bijzonder hoogleraar Jeugdrechtspleging, zegt dat Nederland moet streven naar minimale interventie en de minst ingrijpende sancties. Daarbij passen alternatieve maatregelen, zoals het huisarrest als alternatief van het voorarrest en het streven naar een kortst mogelijke afstand tussen de jeugdgevangenis en huis. Deze maatregelen zouden Tom enorm hebben geholpen.
Weijers beoordeelde dat de afname van DNA bij minderjarigen 'een foutje' moet zijn wat in het strafrechtsysteem is geslopen en onmiddellijk opgelost moet worden voor minderjarigen. De aanwezige Kamerleden gaven aan hier te weinig informatie over te hebben. Weijers pleit voor een verhoging van de leeftijdsgrens vanaf wanneer minderjarigen strafrechtelijk vervolgd kunnen worden, van twaalf naar veertien jaar.

De zestienjarige Amir uit Pakistan is een jongen die ruim acht maanden vast zat in vreemdelingenbewaring. Hij vertelde dat hij 24 uur in isolatie zat en niets te drinken kreeg. Hij had niets verkeerd gedaan en toch zat hij vast. Samen met Amir zaten de afgelopen anderhalf jaar ongeveer 180 minderjarigen vast in vreemdelingenbewaring. Heel veel jongeren ervaren hun detentie als bestraffend en vernederend, voor sommigen is het traumatiserend. Alleenstaande minderjarige vreemdelingen hebben bescherming en begeleiding nodig en dat kan niet worden geboden in een gevangenis.
Er worden veel kinderrechten geschonden in het vreemdelingenbeleid. Dit is ook te zien in de aanbevelingen. Vreemdelingenrechtadvocaat Frank van Haren riep Minister Rouvoet op om zich meer aan te trekken van de problemen van asielzoekers- emigrantenkinderen in Nederland zonder verblijfsvergunning. Hun problemen moeten veel meer onder de gewone jeugdzorg vallen en kunnen niet alleen maar door Justitie worden behandeld.
Volgens Van Haren moet er een mentaliteitsverandering komen bij beleidsmakers en de Immigratie- en Naturalisatie Dienst. Daarvoor zijn in ieder geval trainingen nodig over de betekenis van artikel 3 uit het Kinderrechtenverdrag waarin in staat de het belang van het kind voorop hoort te staan bij beslissingen over minderjarigen.
Tweede Kamerlid voor het CDA Aasted-Madsen zei dat er verbeteringen moeten komen voor minderjarige asielzoekers die achttien worden. Nederland laat ze nu vallen als een baksteen. Leefgeld, onderwijs- en jeugdzorgtoegang worden stopgezet. Velen belanden dan in de illegaliteit en lopen dan meer risico om in aanraking te komen met uitbuiting.

Het was de eerste keer dat het Comité aanbevelingen gaf over de naleving van het Facultatieve Protocol inzake de verkoop van kinderen, kinderprostitutie en kinderpornografie in Nederland. Het Comité vindt dat de Nederlandse overheid beter moet registreren. Er moet een nationaal plan voor een samenhangende landelijke aanpak van (seksuele) uitbuiting van kinderen komen. Ook dienen hulpverleners, politie en justitie een speciale training te krijgen zodat zij weten hoe ze op een kindvriendelijke manier kunnen omgaan met minderjarige slachtoffers van seksuele uitbuiting.
Corrine Dettmeijer, Nationaal Rapporteur Mensenhandel, pleitte voor specifieke opvang voor minderjarige slachtoffers van zowel binnenlandse -als internationale handel van minderjarigen. Deze slachtoffers hebben volgens Dettmeijer een ander soort opvang nodig. Er moet daarvoor met spoed een goede behandelmethodiek ontwikkeld worden. Dettmeijer adviseerde daarom om 'good practices' te ontwikkelen door de rol van alle betrokkenen in bestaande cases te evalueren. Ze verwees daarbij naar het rapport van ECPAT 'Inzicht in uitbuiting'.

Twee aanbevelingen van het Comité gaan over de wachtlijsten in de jeugdzorg. Merel, die als lid van de jongerendelegatie twee keer bij het Kinderrechtencomité in Genève is geweest, weet hoe het is om te moeten wachten op hulp. Ze vertelde tijdens de bijeenkomst dat ze drie jaar heeft moeten wachten om in een leefgroep geplaatst te kunnen worden waar ze de behandeling kon krijgen die ze nodig had. Nu gaat het goed met haar, maar dat had veel eerder gekund.
"Zorg voor jeugd is een maatschappelijke opdracht", zegt Hans Kamps, voorzitter van de MOgroep-Jeugdzorg. "Een verantwoordelijkheid voor iedereen. Daarom moet het afgelopen zijn met naar elkaar wijzen en verantwoordelijkheden afschuiven. Instituten moeten samenwerken. Jeugdzorg moet niet geïsoleerd werken, maar bijvoorbeeld samen met het onderwijs en bedrijven."

Het Comité bepleit dat kinderrechteneducatie een vast onderdeel van het onderwijsprogramma wordt. Kinderrechten verdienen net als rekenen en taal een vaste plaats in het onderwijs. Het argument van de overheid dat ze zich niet inhoudelijk kan bemoeien met het onderwijscurriculum, verbaast het Comité omdat ook andere vakken en onderwerpen verplicht gesteld worden.
Zoals Kleijburg het verwoordde: "Als kinderen, opvoeders en iedereen die met kinderen werkt kinderrechten kennen en toepassen, dan zal er een blijvende verbetering voor kinderen te zien zijn. Kinderen kunnen ook beter participeren als actieve burgers als zij hun rechten kennen." Daarom is het zo belangrijk dat er niet een tijdelijke of versnipperende voorlichting is die sterk afhankelijk is van de inzet van individuele docenten, maar dat kinderrechten een vaste plaats hebben in het onderwijscurriculum.

Een meerderheid van de Tweede Kamer is voor het initiatiefwetsvoorstel voor de Kinderombudsman dat Tweede Kamerlid Arib (PvdA) heeft ingediend. Als het aan minister Rouvoet ligt, gaat de Kinderombudsman op 20 november 2009 van start. Dan bestaat het Kinderrechtenverdrag twintig jaar. De Kinderombudsman is een uiterste laatste klachteninstantie voor minderjarigen en zet kinderrechten op de agenda. Een Kinderombudsman adviseert de regering (on)gevraagd over wetgeving en jeugdbeleid en informeert kinderen en jongeren over hun rechten. Gespreksleider en Nationale Ombudsman Alex Brenninkmeijer, zei verheugd te zijn met de komst van een Kinderombudsman.
Foto: Sander Nieuwenhuys
De Nationale Jeugdraad vindt dat juist bij het instellen van een Kinderombudsman de participatie van jongeren belangrijk. "Er moeten minimaal twintig stageplekken komen", zei Kido Koenig, voorzitter van de Nationale Jeugdraad "en jongeren moeten er vanaf het begin bij betrokken zijn."
Met de meeste kinderen gaat het goed in Nederland. Maar voor de kinderen met wie het niet goed gaat of niet goed dreigt te gaan, moet er nog veel verbeteren. De betrokkenheid van iedereen aanwezig bij de startbijeenkomst is groot, net als de bereidheid om aan de slag te gaan met de aanbevelingen van het Kinderrechtencomité. Bij de volgende rapportage aan het Kinderrechtencomité, over vijf jaar, zal duidelijk zijn wat de resultaten van die inspanningen zijn.
© 2009 Defence for Children International Nederland - All rights reserved.