© Powered by SiteSpirit

 
bezoek ecpat.gif
 

Bannner Defence fro Children.jpg
Help ons - doneer nu!.jpg
2004-1 picto kl wij blijvenv2.png

Kinderen zonder verblijfsvergunning mogen nooit op straat worden gezet



webshop.png

Bescherming kind belangrijker dan beroepsgeheim arts

2 februari 2009


In december 2008 kreeg een kinderarts een waarschuwing van het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg toen zij bij vermoeden van mishandeling van kinderen door hun moeder aan deze moeder aangaf een melding te doen bij het Advies- en Meldpunt Kindermishandeling (AMK). De kinderarts zou "disproportioneel hebben gehandeld en teveel onuitgesproken hebben gelaten". Dit was de aanleiding voor een rondetafelgesprek op 29 januari 2009 tussen zestien deskundigen en de Kamercommissie voor Jeugd en Gezin. Als deskundigen in dit gesprek namen onder anderen deel: het Advies- en Meldpunt Kindermishandeling, de Raad voor de Kinderbescherming en het Medisch Centrum Haaglanden.


De initiatiefneemster van de bijeenkomst in de Tweede Kamer, I.Dezentjé Hamming-Bluemink (VVD), wilde weten waarom de professionals niet verplicht worden om bij vermoeden van kindermishandeling een melding te doen. In Nederland zijn jaarlijks meer dan 100.000 kinderen slachtoffer van kindermishandeling. Volgens de gegevens van het AMK is slechts twee procent van de meldingen van huisartsen afkomstig. De gedragscode kindermishandeling van de KNMG waarin bepaald is dat artsen "spreken tenzij" in plaats van "zwijgen tenzij" moet veel vaker en beter worden toegepast. De medische wereld hoort meer aan de signalering van kindermishandeling te doen, sneller in actie te komen, te overleggen met het AMK en na de melding betrokken te blijven. De aanwezige deskundigen waren over het algemeen van mening dat de invoering van een meldplicht, zoals Kamerleden Dezentjé Hamming en Arib (PvdA) bepleiten, niet noodzakelijk een verbetering zou betekenen. De betrokkenheid van artsen bij het lot van mishandelde kinderen zou daardoor kunnen verminderen. Daarnaast bestaat het reële risico dat de zorgketen de meldingen niet meer aan zou kunnen en dat het contact met de ouders en het kind voorgoed zou worden verbroken.


Alle deelnemers waren het met elkaar eens dat voor een betere bestrijding van kindermishandeling de alertheid en deskundigheid van alle professionals noodzakelijk zijn en dat het belang van het kind boven alle andere belangen moet gaan.


De bespreking van dit onderwerp in de Tweede Kamer maakt duidelijk dat er geen vaste handelswijze bestaat bij vermoeden van kindermishandeling. Voor Defence for Children is dat des te meer de reden om te blijven pleiten (zoals in het Nieuwsbrief 5 september 2008) voor de invoering van een wettelijke meldplicht voor professionals. Met een wettelijke meldplicht wordt duidelijk uitgedragen dat elke professional een melding moet maken bij vermoedens van kindermishandeling. Een meldplicht moet gepaard gaan met maatregelen ter verbetering van een effectief vervolgtraject na een melding. Daar ligt een taak voor de overheid. Bescherming van kinderen tegen kindermishandeling behoort niet alleen tot de verantwoordelijkheid van de professionals, maar is primair een taak van de overheid. Het Internationaal Verdrag voor de Rechten van het Kind is daar duidelijk over: de Staat is verplicht om er alles aan te doen om kinderen veiligheid te garanderen. De overheid moet ervoor zorgen dat de zorgketen elke melding snel en zorgvuldig kan behandelen en dat professionals gedegen zijn opgeleid om kindermishandeling te herkennen en er adequaat op te reageren.


Zolang er nog geen meldplicht bij vermoedens van kindermishandeling bestaat, is ondersteuning nodig voor het opstellen en implementeren van een meldcode. Tevens is er meer voorlichting en scholing nodig om kindermishandeling te signaleren.


NB. In de reactie op de commotie die ontstaan is na de uitspraak van het Centraal Tuchtcollege heeft de voorzitter van het college laten weten, dat "Artsen moeten, geconfronteerd met vermoedens van kindermishandeling, onverminderd doortastend blijven en niet te zeer de oren laten hangen naar de tuchtrechter", aldus mr. R.A. Torrenga. "Als artsen na deze uitspraak minder gaan melden, dan beschouwt het tuchtcollege dat als een ongewenste bijwerking. Juist nu we ernaar streven risico's van kindermishandeling waar mogelijk terug te dringen, moeten artsen niet terughoudend opereren" (citaat overgenomen uit Medisch Contact, het weekblad van KNMG).


PDF pagina

© 2009 Defence for Children International Nederland - All rights reserved.