17 juli 2012

Demissionair minister Leers, voor Immigratie, Integratie en Asiel, heeft in een brief aan de Tweede Kamer bekendgemaakt dat biologische kinderen van ouders die in Nederland asiel hebben gekregen weer met een DNA-test hun familieband mogen aantonen. Sinds 2009 voert de Nederlandse overheid een bikkelhard nareisbeleid voor familieleden van toegelaten vluchtelingen. Uit door Defence for Children opgevraagde cijfers bleek dat dit tot afwijspercentages tussen de 81 en 97% leidde. Defence for Children is opgelucht dat de minister nu deels tot inkeer komt.
In 2009 scherpte toenmalig staatssecretaris van Justitie Albayrak het nareisbeleid voor gezinsleden van toegelaten asielzoekers flink aan nadat zij een piek had geconstateerd in het aantal aanvragen van pleegkinderen. Zij uitte het vermoeden dat een groot deel van deze aanvragen frauduleus zou zijn. Voor deze stelling is nooit bewijs geleverd, maar het beleid veranderde kort daarop wel fundamenteel. Sindsdien werden kinderen onderworpen aan een zeer uitgebreide 'identificerende interviews' om de feitelijke gezinsband tussen de aanvragers en hun familie in Nederland te onderzoeken. Voor de beleidswijziging door Albayrak was het voor de groep van biologische kinderen gebruikelijk dat zij aan de hand van DNA-bewijs konden aantonen dat zij familie waren. Een opvallende gevolg van de beleidswijziging uit 2009 was echter dat ook bij de groep van biologische kinderen de interviews nu standaard afgenomen werden. Als een kind volgens de IND niet goed door een interview kwam, werd er vaak geen DNA-onderzoek meer gedaan
De combinatie van de hoge afwijscijfers en de verslagen van de identificerende interviews in de praktijk, waren voor Defence for Children, Vluchtelingenwerk en Corrien Ullersma (Böhler Advocaten) aanleiding om in april 2012 een fact finding mission naar Ethiopië te ondernemen om op de Nederlandse ambassade te zien hoe kinderen geïnterviewd worden. Kort samengevat bleek dat de interviews geen goede beslissing over de gezinshereniging konden opleveren. De interviews duurden veel te lang. De geïnterviewden bleken vaak na verloop van tijd niet meer in staat om goed op de vragen te reageren. De enorme lijsten aan detailvragen hadden nauwelijks te maken met de daadwerkelijke familieband. En de omstandigheden waarin de interviews werden gehouden, schoten ernstig tekort. Zo werd er geen eten en nauwelijks drinken aangeboden, waren er geen gecertificeerde tolken en waren de procedures niet ingericht om kinderen met trauma's te kunnen horen. Ook konden eventuele fouten in de verslaglegging niet rechtgezet worden. Minister Leers ontkent deze problemen. Hij stelt in zijn brief dat de interviews goed verlopen.
In de verdere procedure is de interpretatie door de IND van het interviewverslag beslissend. In het overgrote deel vindt de IND dat familieleden onderling tegenstrijdig hebben verklaard in hun interviews. Het gevolg hiervan zijn de genoemde hoge afwijzingspercentages. Voor Leers zijn de gestegen afwijzingscijfers bewijs voor het succes van geslaagd anti-fraudebeleid, maar feitelijk werd gezinshereniging ook voor niet-fraudeurs praktisch onmogelijk gemaakt. Dat Leers nu zegt dat met DNA-onderzoek de biologische gezinsband weer kan worden bewezen, is dan ook een overwinning met een wrange bijsmaak. Sinds 2009 hebben duizenden kinderen zich zonder hun ouders moeten redden in voor hen vreemde steden omdat ze geen DNA-test mochten doen als ze het zware examen van het identificerende interview niet hadden gehaald.
Minister Leers sluit het gebruik van de identificerende vragen in bijzondere gevallen nog steeds niet uit voor biologische kinderen. Voor pleegkinderen blijven de interviews zoals ze zijn. Defence for Children heeft geconstateerd dat de identificerende interviews niet in lijn met de normen uit het Kinderrechtenverdrag worden gehouden. Daarom blijven er grote zorgen bestaan over het nareisbeleid, in het bijzonder voor pleegkinderen. Die hebben ook op basis van het Kinderrechtenverdrag recht op bijzondere bescherming, maar worden nu ernstig benadeeld ten op zichte van biologische kinderen die zich bij hun ouders in Nederland willen voegen. Vrijwel alle kinderen komen uit (voormalig) oorlogsgebieden. Het is daarom goed te verklaren dat er onder deze groep relatief veel kinderen in pleeggezinnen opgroeien. Ook zij hebben recht op gezinsleven, in dit geval met hun pleegouders.
© 2009 Defence for Children International Nederland - All rights reserved.