Met een stelling geef je in één zin een duidelijke mening over het onderwerp. Jij gaat in je spreekbeurt informatie geven. Gebruik daarom zoveel mogelijk verschillende informatiebronnen. Bedenk zoveel mogelijk argumenten die voor en tegen je stelling zijn. Daarmee kun je uitleggen waarom jij het eens of oneens bent met die stelling.
Schrijf je stelling op het bord. Ga dan - dus nog voordat jij gaat vertellen over je onderwerp - de meningen peilen van de kinderen in de klas. Wat vinden zij ervan? Alles wat ze zeggen is goed. Let op: ze mogen alleen heel kort reageren, hoor! Nu mag er nog niet gediscussieerd worden.
Nu ga je kort en duidelijk vertellen over het onderwerp. Gebruik tijdens je verhaal zoveel mogelijk verschillende soorten informatie. Want met die informatie ga jij bewijzen, dat jouw mening belangrijk is. Meer verschillende bewijzen maakt jouw mening betrouwbaarder. Probeer je verhaal ook met één of twee voorbeelden te illustreren. Sluit je bewijsvoering nu af. Herhaal de stelling en zeg of je het ermee eens of oneens bent.
Vraag aan de kinderen in de klas: "Jullie hebben gehoord wat ik heb verteld en wat ik ervan vind. Hoe denken jullie er nu over?" Laat de kinderen in de klas maar reageren. Sommigen zullen nog steeds een andere mening hebben over de stelling. Geef hen maar even de gelegenheid om dat uit te leggen. Misschien kun je een aantal kinderen van jouw mening overtuigen. Of misschien komen jullie met elkaar tot een gezamenlijk standpunt.
Probeer kort samen te vatten welke verschillende meningen er in de discussie naar voren zijn gebracht. Let op: het zijn de verschillende standpunten naar aanleiding van de stelling die jij aan het begin van je spreekbeurt op het bord had geschreven. Bedank tot slot iedereen voor zijn/ haar aandacht en bijdrage aan de discussie.
© 2009 Defence for Children International Nederland - All rights reserved.