Als je rechten hebt, heb je ook plichten. Bijvoorbeeld: je hebt het recht om je eigen mening te geven. Maar je hebt ook de plicht om niet iemand uit te schelden. Want door iemand anders uit te schelden, schend je zijn of haar recht om gerespecteerd te worden.
Je rechten: dat is wat je wel en wat je niet mag. Meestal worden rechten opgeschreven in regels, zoals bij verkeersregels. Als je als fietser bij een gelijke kruising van rechts komt, dan heb je het recht om door te rijden. Als een verkeerslicht op rood springt, dan ben je verplicht te stoppen. De meeste regels zijn ook vastgelegd in een wet. Alle regels die in de wet staan zijn officieel en iedereen die zich er niet aan houdt krijgt straf. Als je bijvoorbeeld door rood rijdt krijg je een bekeuring.
De rechten van het kind zijn allemaal regels over wat je als kind wel en niet mag. In het Internationaal Verdrag voor de Rechten van het Kind staat ook waar ouders voor moeten zorgen en wat de regering moet doen. Alle landen die het Verdrag hebben ondertekend, vinden bijvoorbeeld dat elk kind het recht heeft om te spelen en om gratis naar school te gaan.
De rechten van het kind zijn dus allemaal regels die jou als kind beschermen en die jou de kans geven prettig op te groeien en actief mee te doen aan de samenleving. Voor jou zijn sommige rechten misschien logisch. Maar in sommige landen zijn die niet logisch. Gelukkig geldt het Internationaal Verdrag voor de Rechten van het Kind voor bijna alle landen. Voor alsnog heeft alleen Somalië het Verdrag niet ondertekend. De Verenigde Staten heeft het Verdrag wel ondertekend, maar het Verdrag is nog niet in werking in het land.
Bij rechten horen natuurlijk ook plichten. In het Verdrag staan zowel rechten als plichten die gelden voor alle kinderen. Maar ook de rechten en plichten van ouders en van andere volwassenen die voor kinderen zorgen. Ook staan in het Verdrag de plichten van de overheid. Dus voor de regering in Den Haag, het bestuur van de provincie waarin je woont en ook voor het gemeentebestuur in het gemeentehuis.
Volwassenen moeten er samen voor zorgen dat je als kind krijgt waar je recht op hebt. Je ouders zorgen er bijvoorbeeld voor dat je een dak boven je hoofd hebt. Je leraar is er om je iets bij te brengen op school. De overheid moet zorgen voor goed en gratis onderwijs. Maar in Nederland is er de leerplicht. Dus jij bent verplicht om tot je zestiende jaar naar school te gaan. Het is dus niet de bedoeling dat je gaat spijbelen. Als je na je 16e geen diploma hebt, dan moet je toch tot je achttiende jaar naar school.
© 2009 Defence for Children International Nederland - All rights reserved.