Nederlanders zijn altijd strafbaar voor seksueel misbruik en uitbuiting van minderjarigen, ongeacht waar ter wereld het misdrijf heeft plaatsgevonden en of het misdrijf ter plekke strafbaar is. Hetzelfde geldt voor mensen die in Nederland hun woonplaats hebben. Daarnaast is ook in veel bestemmingslanden seksueel misbruik en uitbuiting van minderjarigen strafbaar.
Onder seksuele uitbuiting van minderjarigen valt behalve direct seksueel contact, ook het maken en bezitten van kinderporno, kinderhandel, kijken naar naaktdansen en gebruik maken van erotische massages door minderjarigen.
In de Nederlandse wet staat geen apart wetsartikel over kindersekstoerisme. Kindersekstoeristen kunnen vervolgd worden voor seksueel misbruik met behulp van artikel 248b uit het Wetboek van Strafrecht. Dit artikel gaat over het gebruik maken van diensten van minderjarigen in de prostitutie. Klanten van minderjarigen in de prostitutie kunnen maximaal een gevangenisstraf krijgen van vier jaar of een geldboete van de vierde categorie (19.000 euro in 2010).
Voor het uitvoeren van seksuele handelingen met een kind dat jonger is dan twaalf jaar, gelden zwaardere straffen. Daders kunnen met behulp van artikel 244 uit het Wetboek van Strafrecht vervolgd worden met maximaal twaalf jaar gevangenisstraf of een geldboete van de vijfde categorie (76.000 euro in 2010).
De Nederlandse strafwet is ook van toepassing op Nederlanders die zich in het buitenland schuldig maken aan seksueel misbruik van minderjarigen. Dit heet extraterritoriale wetgeving. Vervolging is mogelijk zonder dat het misbruik in het land waar het feit gepleegd is, strafbaar is. Om te kunnen vervolgen moet het bewijs dat afkomstig is uit het buitenland wel voldoen aan onze strafrechtelijke normen (zie hiervoor artikelen 5 en 5a Wetboek van Strafrecht). In de Nederlandse wet is geen apart wetsartikel over kindersekstoerisme opgenomen maar daders kunnen worden vervolgd met behulp van artikel 248a en 248b Wetboek van Strafrecht over het tegen betaling in goederen of geld gebruik maken van diensten van minderjarige prostituees. Zware delicten waaronder het uitvoeren van seksuele handelingen met kinderen jonger dan 12 jaar kunnen worden vervolgd met behulp van artikel 244 Wetboek van Strafrecht.
Organisaties en personen die profiteren van de seksuele uitbuiting van minderjarigen kunnen vervolgd worden voor mensenhandel, zie hiervoor artikel 273f Wetboek van Strafrecht. Dit geldt ook voor het organiseren en promoten van reizen met het doel seksueel misbruik en seksuele uitbuiting van minderjarigen.
Het VN-Kinderrechtenverdrag bestaat sinds 1989 en gaat over alles waar kinderen mee te maken kunnen krijgen vanaf de geboorte tot aan de achttiende verjaardag. Volgens het Kinderrechtenverdrag moet de overheid alle mogelijke maatregelen nemen om seksuele uitbuiting van kinderen te bestrijden en te voorkomen. Het VN-Kinderrechtenverdrag is ondertekend door 193 landen (alle VN-landen, behalve de Verenigde Staten en Somalië). In Nederland is het Kinderrechtenverdrag sinds 1995 van kracht. Artikel 34 en 35 gaan specifiek over de bescherming van kinderen tegen seksueel misbruik, seksuele uitbuiting en handel.
Artikel 34
Het kind heeft recht op bescherming tegen seksuele uitbuiting en seksueel misbruik. De overheid moet maatregelen nemen om kinderprostitutie en kinderpornografie te voorkomen. Hiertoe nemen de Staten die partij zijn alle passende maatregelen om te voorkomen dat:
- een kind ertoe wordt aangespoord of gedwongen deel te nemen aan onwettige sexuele activiteiten;
- kinderen worden geëxploiteerd in de prostitutie of andere onwettige sexuele praktijken;
- kinderen worden geëxploiteerd in pornografische voorstellingen en pornografisch materiaal.
Artikel 35
Het kind heeft recht op bescherming tegen ontvoering en mensenhandel. De overheid moet er alles doen om te voorkomen dat kinderen worden ontvoerd, verkocht of verhandeld.
Relatie met andere artikelen van het Kinderrechtenverdrag
Artikel 34 en 35 van het VN-Kinderrechtenverdrag hangen nauw samen met de andere artikelen die zich richten op de bescherming van kinderen tegen uitbuiting, zoals economische uitbuiting (artikel 32) en andere vormen van uitbuiting (artikel 36). Artikel 34 dient ook in relatie te worden gezien met artikel 19 en artikel 39 van VN-Kinderrechtenverdrag. Artikel 19 is echter veel breder en bepaalt dat het kind recht heeft op bescherming tegen alle vormen van misbruik en verwaarlozing, inclusief uitbuiting en seksueel misbruik. Artikel 39 gaat specifiek over het recht op bijzondere zorg voor kinderen die slachtoffer zijn van uitbuiting of misbruik.
Dit Facultatief Protocol hoort bij het VN-Kinderrechtenverdrag en is bedoeld om de tekst van artikel 34 en 35 aan te scherpen. Evenals het Kinderrechtenverdrag roept het Facultatief Protocol de landen die partij zijn op tot het verbieden van de verkoop van kinderen, kinderprostitutie en kinderpornografie. Het Facultatief Protocol is echter veel uitgebreider en zorgt daarmee ook voor verbeteringen met betrekking tot opsporing en vervolging en kindvriendelijke juridische procedures. Het vestigt ook de aandacht op het onevenredige aantal meisjes dat slachtoffer is van seksuele uitbuiting.
Nederland heeft op 26 januari 2000 het Facultatieve Protocol over seksuele uitbuiting van kinderen ondertekend en op 23 augustus 2005 geratificeerd. Klik hier voor het protocol en hier voor de Nederlandse samenvatting. Klik hier voor een handleiding bij het protocol (UNICEF).
© 2009 Defence for Children International Nederland - All rights reserved.